Openbaring

Openbaring 17:7
In Egyptische duisternis geleefd

Toen zei de engel:
‘Waarom ben je zo ontzet?
Ik zal je de betekenis onthullen van die vrouw en het beest waarop ze zit, met zijn zeven koppen en tien horens.

En zei tot mij de engel: waarom hebt u zich verwonderd?
Ik u zal zeggen het geheimenis van de vrouw en van het beest, dragende haar, het hebbende de zeven koppen en de tien horens.

In de vergelijking van de tarwe en het onkruid vragen de knechten:
Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid?
Waar komt dat onkruid dan vandaan?
(Matteüs 13:27).
Zij verbazen zich er dus over.
Dezelfde verbazing vinden we bij Johannes op Patmos.
Als hij deze vrouw op het beest ziet zitten, is hij zelfs ontzet.
Hoe kan er zo’n afval plaatsvinden?
En hoe is het mogelijk dat dit zo lang verborgen gebleven is?
In wat voor Egyptische duisternis heeft het volk van God al die tijd geleefd dat dit geheim nooit ontraadseld is?

De oorzaak ligt hierin dat het geen visie heeft op de onzichtbare wereld.
Men weet er niets vanaf, laat staan dat men door heeft welke invloed hiervan uitgaat naar de religieuze mens.
Alleen déze kennis geeft een helder en duidelijk beeld van de situatie waarin de gemeente zich alle eeuwen bevonden heeft.
Maar gelukkig mag de gemeente van de laatste tijd de sleutels van het koninkrijk van de hemel weer gaan hanteren.
Zij ziet daarbij helder en duidelijk wat voor geraffineerd spel satan de afgelopen eeuwen gespeeld heeft.

Zoals de knechten in de vergelijking antwoord krijgen op hun verbaasde vragen, zo krijgt Johannes de toezegging dat het mysterie van deze vrouw voor hem ontsluierd zal worden.
Dit geldt ook voor haar verbondenheid met het lugubere beest uit de onderaardse diepte of afgrond.