Openbaring

Openbaring 17:9-10a
De basis van de schijngemeente (‘valse kerk’)

Hier komt het aan op wijsheid en inzicht.
De zeven koppen zijn zeven heuvels waarop de vrouw zit en het zijn zeven koningen.
Vijf van hen zijn omgekomen, één is er nu,

Hier (is) het verstand het hebbende wijsheid.
De zeven koppen bergen zijn zeven waar de vrouw gezeten is op hen.
En koningen zeven zijn (er); vijf zijn gevallen en één is (er).

Om de beschrijving van de koppen te begrijpen, is geestelijk inzicht nodig dat samen moet gaan met geestelijke wijsheid.
Het gaat hier om kennis van de pijlers waarop de schijngemeente rust.
De gemeente van Christus is gefundeerd op de zeven zuilen die in Hebreeën 6:1-2 genoemd worden, namelijk:
het zich afkeren van daden die tot de dood leiden (bekering), het geloof in God, de doop in water, de doop in de heilige geest, de handoplegging, het opstaan van de doden en de definitieve scheiding tussen goed en kwaad (eeuwige of laatste oordeel).

In de schijngemeente komen vanuit de onzichtbare diepte van de afgrond de koppen van de geestelijke machten naar boven.
Deze zijn als bergen of eilanden in de zee, waarop deze gemeente rust.
Zolang deze koppen in de wereld hun duivelse opdracht uitvoeren, zijn ze gekroond (zie Openbaring 12:3).
Daarom heten ze koningen.
Hun haat tegen het echte koninkrijk van God blijkt uit de godslasterlijke namen die op hun koppen staan (zie Openbaring 13:1).

Omdat de schijngemeente onder invloed van deze demonen staat, wordt de naam van God onder de volken gelasterd.
In zijn brief aan de Romeinen beschrijft Paulus al iets dergelijks (2:24):
U laat u voorstaan op de wet, maar onteert God door de wet te overtreden, want er staat geschreven:
Door uw toedoen wordt de naam van God onder de volken gelasterd.

De macht en de invloed van de schijngemeente bestaan niet uit de openbaring van Gods heilige geest door middel van de geestelijke begaafdheden.
Neen, deze hoer lastert de luister van God, waaronder het bereiken van de volmaaktheid van geest, ziel en lichaam door de gelovigen.
Zij wil niets te maken hebben met de begaafdheden van Gods geest, hoewel God deze geeft om zijn gemeente te zuiveren en op te bouwen.
De gelovigen die hiernaar streven, minacht en vervolgt ze zelfs.
De bergen waarop deze vrouw zit, vormen de ondergrond van de openbaring van haar echte karakter in deze wereld.

Het is mogelijk om de vertegenwoordigers van de schijngemeente op aarde te leren kennen.
We zullen dan de beschrijving nauwkeurig moeten lezen die de apostelen geven, als zij de schijnleraars en –profeten afschilderen.
Zonder deze bergen kan de vrouw niet bestaan, want zij rust op dit zevenvoudige fundament en ontvangt er haar inspiratie uit.

Door deze machten kan zij de zielen van mensen verleiden en deze in een betoverende en ijzeren greep binden en houden.
Op het voorhoofd van de hoer staat de naam Babylon.
Ze schept een totale geestelijke verwarring en haar geheim is dat ze nooit iemand redt, verlost, geneest, bevrijdt of vult met de luister van God.

We willen nu proberen ons een beeld te vormen van deze machten die voorgesteld worden door bergen.
Hoewel we er zeven zullen noemen, sluit dit niet uit dat ook andere geesten uit de afgrond het denken van de schijngemeente infiltreren.
Het getal zeven moeten we zien als een symbolische imitatie van het echte christelijke fundament van het geloof, dat ook uit zeven onderdelen bestaat, zoals we hiervoor hebben kunnen zien.

We kunnen noemen:

1. Heerszucht

Tegen zijn leerlingen zegt Jezus in Lucas 22:25-26:
Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken en wie macht heeft laat zich weldoener noemen.
Laat dat bij jullie niet zo zijn!
De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar.

Tegen de oudsten wordt gezegd in 1 Petrus 5:2-3:
Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding.
Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld.

De gemeente van het nieuwe verbond kent geen hiërarchie, geen kerkvorsten, geen ambtsdragers die hun aanstelling danken aan natuurlijke begaafdheden, aan wetenschappelijke opleiding en universitaire diploma’s.
De regel in het koninkrijk van God is:
De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn (Matteüs 23:11).
Om echt dienaar te zijn, heeft de christen de begaafdheden van Gods geest nodig, waarmee hij pas echt dienen kan.
Jezus is gekomen om te dienen.
Ook Hij bezit daarvoor de begaafdheden van de heilige geest van God die aan de Goddelijke liefde hun kracht geven.
Daarom kan Hij de mensen helpen door ze te redden, te bevrijden en te genezen en zelfs uit de dood op te wekken.
Zijn leerlingen hebben alleen de opdracht om gezag en heerschappij uit te oefenen over de demonen in de geestelijke wereld en niet over mensen.

Jezus geeft hen autoriteit over de onreine geesten én om de zonden te vergeven.
Zijn koninkrijk is niet van deze (zichtbare) wereld.
Daarom horen aardse heerschappij en uitoefening van macht niet bij de gemeente van Jezus Christus, maar vormen deze een pijler waarop de schijngemeente rust.
Het machtsvertoon van concilies, synodes en kerkelijke instanties heeft het echte volk van God eeuwenlang van zijn vrijheid beroofd en het geestelijk onder druk gezet.
Dit heeft zeker ook in het zichtbare zijn uitwerking niet gemist!

2. Geweld

Hét kenmerk van het nieuwe verbond is:
Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen – zegt de Heer van de hemelse machten – maar met de hulp van mijn geest (Zacharia 4:6).

Elke dwang, elke pressie komt uit het rijk van de duisternis
In de tijd van Augustinus beginnen de bloedrode bladzijden van de schijngemeente.
De woorden van Jezus:
Nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn (of: dwing hen binnen te komen) -zie Lucas 14:23 - zijn door de schijngemeente misbruikt.
Jezus bedoelt dat de gebonden of bezeten mens bevrijd moet worden door met (geestelijk) ‘geweld’ de bezettende demonen te verdrijven.
Maar Augustinus verdraait ze tot een vrijbrief voor inquisiteurs en beulen die zich altijd op deze ‘kerkvader’ hebben beroepen.

We denken aan de zeer vele godsdienstoorlogen, aan de Bartholomeüsnacht en aan het lijden en vermoorden van de Dopers en de ontelbare overige andersdenkenden.
De portalen van de kerken zijn vol van het bloed van deze martelaars, vergoten onder de inspiratie van deze pijler uit de afgrond.

In een gezin zijn twee broers.
De een wordt slager en de ander bakker, hierover krijgt men geen ruzie.
Maar direct als er één van kerkelijke richting verandert, komen de onzichtbare machten in het geweer en gaan ze pressie uitoefenen.
In het vervolg zijn de huisgenoten vijanden van elkaar.

Ook gebeurt het dat een van de partners van een echtpaar zich wil laten dopen.
Maar hij of zij krijgt niet de vrijheid hiervoor, omdat de andere dreigt met echtscheiding.

Wie kent niet de gezinnen waar de kinderen gedwongen worden hun geestelijke heil in een bepaalde kerkformatie te zoeken?
Wie kent niet de dorpen waar men door de overgang naar een andere overtuiging een outcast wordt?
Al dit geweld wordt niet uitgeoefend omdat dit de wil van Christus is, maar omdat het een pijler is waarop de schijngemeente haar gezag handhaaft.

Het bovenstaande is vrijwel eindeloos uit te breiden met allerlei vormen van geweld, oorlogen en vervolgingen die in de loop van de ‘kerkhistorie’ plaatsvinden, zogenaamd in de naam van God.
Aan beide kanten van de vuurlinie worden de kanonnen gezegend, ook in de naam van God!
Duidelijk is dat het satan lukt om door verkeerde inzichten en haat de schijngemeente geweld in natuurlijk opzicht te laten toepassen.
En dit terwijl heel duidelijk in de Bijbel staat (Efeziërs 6:12):
Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.

3. Uiterlijk vertoon

Duidelijk zegt onze Heer Jezus in Lukas 7:20-21:
De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen en men kan niet zeggen: Kijk, hier is het! of: Daar is het!
Tegen de schijngemeente in zijn tijd zegt de Heer:
… jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden (zie Matteüs 23:27).
De schijngemeente heeft een schijn van vroomheid, maar miskent de kracht ervan (zie 2 Timoteüs 3:5).
Religieuze demonen dwingen duizenden, die zichzelf trouwens zien als mensen die niet opnieuw geboren zijn, tot een slaafs bezoeken van de samenkomsten.
Ze hechten grote waarde aan plechtige stilte, ernst en gedragen zingen, aan liturgie, aan mooie en imponerende gebouwen en aan gewijde kleding.
Aan de andere kant legt men zich toe op vaak emotionele aanbidding, waarvoor geen enkele grond in de Bijbel te vinden is.
De zogenaamde aanbiddingsliederen missen vaak een duidelijke of juiste bijbelse visie en sluiten vrijwel nooit aan bij het plan van God.

Maar de bijbelse gedachte dat zonde en ziekte door de kracht van de geest van God overwonnen kunnen worden en dat de mens innerlijk zuiver kan zijn, komt niet in hun hart op.
Religieuze demonen hebben het over het doen van boete en het plegen van onthoudingen.
Onreine lustgeesten verleiden de man om zijn verlangen op andere vrouwen te richten, maar ‘godsdienstige’ geesten, religieuze demonen, dwingen een man om zich van alles te onthouden.
Ze verbieden het om te trouwen aan hen die zich bijzonder willen inzetten voor het koninkrijk van God.

Lustgeesten maken de mens onmatig, maar ‘godsdienstige geesten’ dwingen de mens om zich zelfs van de allerkleinste genoegens te onthouden, die de Heer hem vanuit zijn liefde geeft.
Wat de mens graag wil, noemen ze bij voorbaat al zondig.
‘Godsdienstige’ geesten dwingen jonge meisjes om in kleren te lopen die tientallen jaren op de mode achterlopen.
Demonen proberen zo het beeld van God te schenden door de mens belachelijk te maken door zijn kleding.
Religieuze demonen zullen hem geen carnavalskleren laten dragen, maar hem wel dwingen als medewerker van God in een habijt te lopen dat uit de middeleeuwen stamt.
Al deze dingen die als doel hebben godsdienstig bezig te zijn met uiterlijke zaken, worden niet geïnspireerd door de geest van God, maar door een kop van het beest uit de afgrond.

4. Dwalingen

In 1 Timoteüs 4:1 staat:
Maar de geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren.
Ook Johannes schrijft al dat er veel schijnprofeten in de wereld zijn verschenen (zie 1 Johannes 4:1).
In dit verband heeft hij het erover dat we altijd moeten onderzoeken of een geest wel van God komt.
Iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God (vers 2).
De geest van de antichrist ontkent deze waarheid.
Satan haat de gedachte dat een mens met een opstandingslichaam (zie Lucas 24:39) op de troon van God zit.

Jezus is de eerste van veel broers en zussen en Hij wijst de zonen van God de weg en geeft hen door Gods geest de mogelijkheid om ook een opstandingslichaam te verkrijgen.
Net als Hij.
Zo kunnen ook zij samen met Jezus in alle eeuwigheid regeren in het koninkrijk van God.
Openbaring 3:21:
Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.
Dit evangelie, dat uit God is, voert de mens naar de troon van God.
Dit evangelie geeft aan dat Jezus Christus vorm kan krijgen in zijn volgelingen.

Het grote Babylon is ontstaan door de vele dwalingen die de mens niet naar deze luister van God leiden.
Ze ontnemen hem het uitzicht op de volmaaktheid, op de kroon en op de troon van God.
Zij laten de mens zondaar blijven tot zijn dood aan toe.
Religieuze demonen geven bovendien geen oplossing voor het probleem van zonde(schuld) en ziekte.

De gedachte die uit God is, heeft als doel de opbouw, de groei van het lichaam van Christus: de gemeente.
Efeziërs 4:11-13:
En Hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst.
Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen: de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.

Iedere gedachte die uit God is, richt zich op het volmaakte en gaat uit van de mogelijkheid dat wij de volheid van Christus hier op aarde al in onszelf realiseren (zie ook Efeziërs 4:14).
Zo zal Jezus, samen met ons, een gemeente openbaren die zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver (zie Efeziërs 5:27).

Als een christen uit Babylon weggaat, betekent dit niet (alleen) dat hij van de ene kerk overgaat naar de andere.
Het houdt in dat hij in de geestelijke wereld, in zijn denken, de verwarring loslaat en zich uitsluitend richt op het bereiken van het niveau van Jezus Christus.
Daarvoor en daardoor gaat hij handelen naar en leven vanuit deze gedachte, dit plan van God.

Religieuze demonen zeggen heel vroom klinkend dat gelovigen hun eigen wil moeten ‘breken’ omdat ze nietswaardige mensen zijn (‘niet in staat om ook maar iets goeds te doen’).
Ze hebben het over de zegen van ziekte en lijden.
Het komt erop neer dat ‘God ervan geniet’ om van ons menselijke wrakken te maken.

Maar de gedachte die uit God is, richt zich op het herstel van de mens.
Psalm 147:3:
Hij geneest wie gebroken zijn
en verzorgt hun diepe wonden.

En in Lucas 4:18 zegt Jezus:
De geest van de Heer rust op Mij,
want Hij heeft Mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft Hij Mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten
(grondtekst: gebroken mensen wat betreft het hart) hun vrijheid te geven,

Iedere gedachte die ons verder brengt op de weg om koningen en priesters te worden, is uit God.
Iedere gedachte die ons helpt en stimuleert om het niveau van Jezus Christus te bereiken, stemt overeen met het plan van God vanaf het begin van de schepping.
Iedere gedachte die de mens met de zonde(macht) verbonden laat, is uit satan, uit de vader van de leugen.
Ook dit is een fundament of pijler van de misleide schijngemeente.

5. Traditie

Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.
(zie Lucas 9:62).
De traditie bindt de mens aan het verleden en aan de voorouders.
Het rijk van de duisternis werkt veel met overlevering.
Ook het hele heidendom is met enorme banden aan de adat en de voorouders verbonden.

Christenen hebben het over de kerk van de vaders, over de leer van de vaders en over de schatten van het verleden.
Men legt schriftelijk vast (canoniseert) wat de vaders beleden en beleefd hebben.
Hoe ouder een belijdenisgeschrift of -formulier is, in des te breder kring het gezag heeft.
Zo worden veel christenen van onze tijd gebonden en overheerst door het denken en de geestelijke ervaringen van hen die al eeuwen geleden overleden zijn.
Evenals de heidense Chinezen is men trots op de verbondenheid met de voorouders.

Maar het nieuwe verbond is een geestelijk verbond tussen God en mens en het verwerpt daarom de geestelijke banden met de voorouders en de overlevering van mensen.
De Heer leert ons dat er groei is in het koninkrijk van God, een voortgaand proces.

Wat voor onze vaders eeuwen geleden van belang geweest is, heeft nu zijn betekenis verloren.
Jezus vertelt in een vergelijking over het koninkrijk van God, dat het is:
… als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde.
Hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe.
De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar en dan het rijpe graan in de aar.
Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst
(Marcus 4:26-29).
Het koninkrijk van God neemt dus steeds een andere vorm aan: eerst een halm en bladeren, dan de aar waarin het volle koren zich ontwikkelt.

Traditie kijkt terug naar de halm, naar de aar of naar de kelkbladen.
Traditie belemmert zo de groei van ons geestelijke leven.
Het echte evangelie is gericht op het rijpe graan dat in de laatste tijd zichtbaar zal worden.
Dit graan lijkt exact op het zaad dat in het begin op of in de aarde gestrooid wordt.
De stengel, de aar en de kelkbladen zijn nodig om het leven door te geven en te beschermen, maar het doel blijft altijd: de vrucht.
Zelfs de kelkbladen die de jonge vrucht moeten beschermen, worden uiteindelijk kaf als de vrucht rijp is.

Dit laatste is alleen nog maar bestemd om verbrand te worden, het wordt prijsgegeven aan het vuur.
Wat een duidelijke beelden vinden we in de natuur voor wat zich in werkelijkheid in de geestelijke wereld voordoet!

Maar de nieuwe graankorrel heeft het leven in zichzelf.
Wat voorbij is en wat zijn functie heeft gehad, kunnen we gerust loslaten.
Traditie geeft gebondenheid.
Zij kan nooit samengaan met het werk van Gods heilige geest, want waar deze is, is vrijheid.
Een gemeente die in stand gehouden wordt op het fundament van traditie en overlevering is occult verbonden met de doden en dus met het rijk van de dood.
Zij bouwt daarmee op een fundament uit de afgrond.

Heerszucht, geweld, uiterlijk vertoon, dwalingen en traditie, waarop de schijngemeente haar macht en invloed in deze wereld gebouwd heeft, worden in de laatste tijd onder haar weggeslagen.
De gemeente van de antichrist die zich uit haar ontwikkelt, zal op andere pijlers rusten dan die van Babylon.
De hoer heeft ondanks haar loslaten van het woord van God altijd nog de schijn van christelijke gemeente of kerk weten te handhaven.
Maar de geest van de antichrist veegt ook dit surrogaatchristendom van de kaart!

In onze tijd zien we hoe de macht van de schijngemeente aan het verdwijnen is.
Haar gezag en invloed in de wereld worden steeds minder.
De macht, het aanzien en de autoriteit van de ‘geestelijke’ ambtsdragers nemen zienderogen af.
De diepe eerbied voor deze stand maakt plaats voor spot en verachting.
De fouten, de blunders en de zonden van religieuze leiders van de schijngemeente worden openlijk in de media besproken.
Er zijn weinig of geen concilies en synoden waarvoor het grote publiek nog belangstelling heeft.

Geweld komt in de schijngemeente nu alleen nog maar in afgezwakte vorm voor en de overheid leent haar zwaard niet meer om religieuze ruzies te beslechten.
Onthoudingen en vasten zeggen de moderne mens niets en ceremonies, gewijde kleding en plechtigheden zijn alleen nog attractief als curiositeit.
Het gelovige volksdeel is niet meer geïnteresseerd in leerstellingen en dogma’s.

We leven in een tijd waarin men met alle tradities breekt.
Symbolen, belijdenisgeschriften, oude vertalingen en religieuze boeken uit het verleden spreken niet meer aan.
Waar het gezinsverband aangetast wordt, verdwijnt ook de verbondenheid met een familiekerk.
Als al deze zuilen wegvallen, kan de gemeente van de antichrist op de puinhopen ervan een volkomen nieuwe religie ontwikkelen.

6. Occultisme

In de laatste periode van het bestaan van Babylon is deze met twee demonische machten verbonden, waarvan de een is en blijft, terwijl de andere komt en na een korte tijd weer verdwijnt.
Als alle machten waarop deze vrouw steunt, verdwenen zijn, blijft de zesde kop over.
Er is maar één antwoord mogelijk op de vraag naar de naam van deze blijvende macht uit het rijk van de duisternis.
Zij is typerend voor Babylon, de moeder van de hoeren.
Babylon heeft niet alleen met de koningen, de machthebbers van de aarde overspel gepleegd, maar het doet dit juist ook in de onzichtbare wereld.
De zonde van de afgoderij en de toverij wordt de hele Bijbel door als hoererij getekend.

Het fundament van Babylon is altijd al occult.
In het Hebreeuws betekent Babylon ‘verwarring’, maar in de taal van de Babyloniërs: poort van God.
Jakob droomt eens dat op de aarde een ladder opgericht is, waarvan de top tot aan de hemel reikt en waarlangs de engelen van God opstijgen en neerdalen.
Als hij wakker wordt noemt hij deze plaats ook de poort van de hemel, huis van God (zie Genesis 28:17).

De toren van Babel is de kathedraal van de oudheid, die tot in de hemel reikt (zie Genesis 11:4).
Hij is de ladder waarlangs men door de poort van de onzichtbare wereld probeert te komen.
In de bovenste vertrekken ervan zoekt men contact met de geestenwereld.
Daarom is Babylon de tegenhanger van Pinksteren, maar beide hebben ook iets gelijk.
Het pinkstergebeuren en Babylon leggen beide contact langs bovennatuurlijke weg in de onzichtbare wereld.
In Babylon zoeken de waarzeggers, de tovenaars, de spiritisten en de astrologen contact met de demonen uit het rijk van de duisternis

In tegenstelling daarmee wordt op de Pinksterdag de hemel geopend en krijgen de volgelingen van Jezus de heilige geest van God.
Deze geeft hun een directe verbinding met de levende God.

In het vervolg is de naam Babylon verbonden met het occultisme.
De profeet Jesaja voorzegt haar verwoesting, onder de aanklacht:
Ga maar door met je bezweringsformules
en met de talloze toverkunsten
waarmee je je van jongs af aan hebt afgemat:
misschien kun je nog iets uitrichten,
misschien laat het onheil zich afschrikken
(Jesaja 47:12).

We weten dat de hoofdzonde van het volk Israël in het oude testament afgoderij is.
In 2 Koningen 23:5-24 lezen we bijvoorbeeld over afgodspriesters, over hen die voor de Baäl, de zon, de maan, de sterrenbeelden en alle hemelse machten offers ontsteken.
Over de geestenbezweerders, de waarzeggers, de huisgoden, de afgodsbeelden en alle verfoeilijke praktijken die in het land van Juda en in Jeruzalem aangetroffen worden.

Is het vreemd dat dit overspelige volk naar het centrum van de afgoderij gebracht wordt?
Het wordt door eigen schuld overgeleverd aan de koning van Babylon, aan de heerschappij van de afgoden die ze altijd gediend hebben.

Na de ballingschap lijkt het alsof het volk veranderd is.
Geen Jood zal zich nog voor beelden buigen of zijn voet in een afgodstempel zetten.
Maar de afgoderij komt terug in een meer verfijnde en gecamoufleerde vorm en zelfs met meer kracht.
Jezus noemt het volk weer een verdorven en trouweloze generatie (zie Matteüs 12:39) en vergelijkt het met een mens uit wie een demon is vertrokken.
Maar deze komt terug met zeven andere demonen, slechter dan hij zelf.
Ze komen in die mens en gaan in hem wonen en zijn uiteindelijke situatie wordt erger dan de eerste.
Opvallend voegt de Heer eraan toe:
Zo zal het ook gaan met deze verdorven generatie (zie Matteüs 12:43-45).

Israël wordt een volk met een schijngodsdienst.
Uiterlijk dienen de leiders de echte God, maar innerlijk krijgen ze een andere vader en worden ze zonen van satan.
Johannes 8:44:
Uw vader is de duivel en u doet maar al te graag wat uw vader wil.
Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest.
Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is.
Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.

Hun godsdienst berust op uiterlijk vertoon.
Zij menen op die manier contact met God te kunnen hebben, maar ze krijgen rechtstreeks verbinding met de demonen uit de afgrond.
Hun gebed verwordt tot een eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden (zie Matteüs 6:7).
De leiders eten de huizen van de weduwen op, terwijl ze voor de schijn lange gebeden opzeggen (zie Matteüs 23:14).
Ze zijn dus hebzuchtig en huichelachtig en ze hebben daarbij geen enkel gevoel van medelijden met of ontferming voor de zwakkeren in maatschappij of gemeente.

Door occulte handelingen worden ze kinderen van de hel.
De gebedsriemen van de Farizeeën hebben een magische betekenis.
Ze dienen als beschermende middelen tegen slechte invloeden (het boze oog …).
In verband met hun verbondenheid met het rijk van de duisternis noemt Jezus hen slangen en addergebroed (zie Matteüs 23:33).
Daarom doodt dit volk de profeten die op een zuivere en bovennatuurlijke manier met God contact hebben en maakt het zo de maat van zijn voorouders vol.
Een uiterlijke godsdienst, waarbij het hart ver van God is, is verbonden met de occulte invloedssfeer van het rijk van de duisternis

Daarom is Jeruzalem de grote stad die in figuurlijke (geestelijke) zin Sodom of (en) Egypte heet, de stad waar ook hun Heer gekruisigd is (zie Openbaring 11:8).

In 1 Korintiërs 10:7 waarschuwt Paulus de gemeente van het nieuwe verbond tegen afgoderij.
In vers 14 schrijft hij:
Om deze reden moet u, geliefde broeders en zusters, u verre houden van afgodendienst.
Niet dat een afgod op zich iets is, maar deze baant wel de weg voor contact met demonen (zie vers 19 en 20).
Afgoderij is de zonde die naar de geestelijke dood leidt, dat wil zeggen dat de mens rechtstreeks op een bovennatuurlijke manier in contact met het rijk van de dood komt.
1 Johannes 5:16-17 zegt:
Dit geldt wanneer er sprake is van een zonde die niet tot de dood leidt.
Er bestaat ook zonde die wel tot de dood leidt.
Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood.

Waar (zogenaamde) heiligen of heiligenbeelden vereerd worden, staan deze in dienst van de religie en pleegt men afgoderij.
Dit geldt uiteraard ook voor andere beelden en afbeeldingen (bijvoorbeeld iconen en boeddhabeelden) wanneer mensen daaraan ook maar enige religieuze waarde toekennen.
In bijna alle religies komen we dit tegen.

Demonen zoeken vaak een stoffelijk of in het zichtbare te ervaren object om de aandacht en het geloof van de mensen naar zich toe te halen.
Zo gebruiken ze onder het religieuze volk gewijde voorwerpen (o.a. beelden en relikwieën), gewijde plaatsen, heilige gebouwen, rozenkransen (veelheid van gebeden), gewijde aarde, gewijde kleding, wierook en gewijde boeken (b.v. Statenbijbel met Gotische letters).
Ook ceremonies, riten, liturgieën en religieuze emoties trekken de aandacht af van de levende God.
Dit zijn dode vormen die de demonen gebruiken om het innerlijk van de mens te misleiden en zo af te houden van contact met de levende Heer.

De demonen uit het rijk van de dood zoeken een blikvanger om de aandacht van de mens te trekken en zo een open poort te krijgen voor duistere bindingen.
Maar Jezus zegt in Johannes 4:23:
Maar er komt een tijd en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in geest (of: door de geest) en in waarheid.
De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden,

Ook contact zoeken met de doden is door God uitdrukkelijk verboden.
Wie tot Maria bidt of een heilige aanroept, zoekt via gestorven mensen verbinding in de onzichtbare wereld en krijgt hierdoor contact met demonen.
Daarom is verering en aanbidding van heiligen op één lijn te stellen met spiritisme.
Met de zesde kop van het beest uit de afgrond openbaart zich het rijk van de duisternis in zijn ware gedaante.

Miljoenen zijn in deze occulte banden gevangen en de zogenaamde heilige plaatsen, heilige gebouwen met heilige relikwieën zijn niets anders dan toegangswegen naar de duistere kant van de onzichtbare wereld: het rijk van de dood!