Openbaring

Openbaring 18:20
Koningin van de hemel

Juich om haar, hemel, juich heiligen, apostelen en profeten!
Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken.’

Verheug u over haar, hemel en heilige / [heiligen] apostelen en profeten, omdat geoordeeld heeft God het oordeel van jullie aan haar.

Nu komt de overgang.
Tot aan dit vers horen we over mensen die huilen en rouw bedrijven, maar er is ook een groep die zich mag verheugen.
De profetie hierover uit Jeremia 51:48 zegt:
Als de verwoester uit het noorden aanstormt,
juichen hemel en aarde over Babels lot,
al wat er in de hemel en op aarde leeft
spreekt de Heer.

Wat is de zonde van de geestelijke stad Babylon?
Zij denkt de enige echte gemeente te zijn, waarbij ze alle gelovigen die anders denken, uitsluit.
Zij noemt zich koningin en eigent zich daarmee het recht toe om met God op de troon te zitten.
Daarom vervolgt deze overspelige gemeente de echte gemeente, want déze is de ware vrouw van het Lam.

Uit Jesaja 14:13-14:
Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
Ik zetel op de toppen van de Safon,
de berg waar de goden bijeenkomen.
Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste,

kan opgemaakt worden dat satan via Babylon zijn doel bereiken wil.

Satan wil plaatsnemen op de troon van God.
Dit is hem in het begin niet gelukt en nu probeert hij zijn doel te bereiken door middel van de schijngemeente.
Als hij ziet dat ook dit plan mislukt, laat hij deze gemeente direct vallen en geeft hij haar over aan de macht van de antichrist.
In de slag van Harmagedon jaagt satan opnieuw naar hetzelfde doel, wanneer hij de hemel probeert binnen te dringen door middel van de gemeente van de antichrist.

Naast het verdriet en de spijt van de religieuze leiders wereldwijd, horen we hier de oproep om vrolijk te zijn.
Drie keer wordt in de laatste tijd uitbundige blijdschap verwacht.
In de eerste plaats in Openbaring 12:12, als satan uit de hemel geworpen wordt en de zonen van God zichtbaar worden.
Daarna bij de ondergang van de schijngemeente in bovenstaand vers en in de derde plaats bij de bruiloft van het Lam.
Dan begint de heerschappij van de echte gemeente, in hemel en op aarde.
Laten we blij zijn en jubelen, laten we Hem de eer geven!
Want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn bruid heeft zich gereedgemaakt
(zie Openbaring 19:7).

Jezus zegt dat er (al) vreugde in de hemel is over één zondaar die een nieuw leven begint met God.
Nu mogen de engelen intens blij zijn over de ondergang van de schijngemeente.
Want de Heer verschaft recht aan de heiligen, apostelen en profeten.

Ook de heiligen in de bijbelse betekenis van hun naam hebben hun bestaan in de geestelijke wereld.
En de engelen die geestelijke wezens zijn, kunnen hen ondersteunen omdat de heiligen:
dáár hun echte leven hebben,
dáár hun strijd voeren
en dáár de vreugde van de overwinning vieren.

Apostelen zijn zij tegen wie Jezus zegt dat zij de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen (zie Matteüs 13:11).
Zij hebben deze kennis ook doorgegeven door hun onderwijs en brieven.

Profeten zijn medewerkers van God die specifiek de gedachten van God in deze wereld naar buiten brengen.
Zij ontlenen hun functie niet aan de aarde, aan het zichtbare, maar aan de onzichtbare, geestelijke wereld.

Er is sprake van een rechtszaak omdat Babylon pretendeert de wettige en zuivere gemeente van God op aarde te zijn.
Zij eist de rechten op die alleen aan de echte gemeente, de ware vrouw, toekomen en vergiet daarom het bloed van profeten en heiligen.
Jeremia 51:35-36:
Moge Babel boeten
voor het onrecht dat het ons heeft aangedaan,
voor het voedsel dat het ons ontstolen heeft,
roepen Sions inwoners.
Moge de bevolking van Chaldea boeten
voor het bloed dat ze vergoten heeft,
roept Jeruzalem.
Daarom – dit zegt de Heer:
Ik zal voor jullie recht opkomen,
ik zal jullie wreken.
Ik zal de Eufraat laten opdrogen,
de watertoevoer leg ik droog.

Maar de gemeente zegt ook:
De Heer heeft onze rechten hersteld.
Kom, laten we in Sion vertellen
wat de Heer, onze God, heeft gedaan
(Jeremia 51:10).

Dus kan er bovendien gezegd worden:
Juich om haar, hemel, juich heiligen, apostelen en profeten!
Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken.