Openbaring

Openbaring 18:21
Definitieve ondergang van Babylon

Toen tilde een sterke engel een steen zo groot als een molensteen op en smeet die in zee met de woorden:
‘Zo zal ook Babylon, die grote stad, worden weggeslingerd; ze zal voorgoed verdwijnen.

En hief op één engel sterke (een) steen als (een) molensteen grote en wierp (hem) in de zee, zeggende: zó met geweld zal geworpen worden Babylon de grote stad en geenszins wordt zij gevonden meer.

De machtige engel is die van Jezus (zie Openbaring 10:1).
Als een molensteen wordt Babylon in zee geworpen, dat wil zeggen dat deze stad in de geestelijke wereld snel en totaal ten onder gaat.
Als uitbeelding hiervan draagt Jeremia aan Seraja, de hofmaarschalk, op, om het boek waarin het onheil over Babylon beschreven wordt, met een steen verzwaard in de Eufraat te werpen en de vloek uit te spreken:
Zeg dan: Zo zal Babel verzinken en nooit meer bovenkomen.
Door het onheil dat ik, de Heer, over Babel breng zal het ten onder gaan
(Jeremia 51:64)
en:
Een zee rijst op tegen Babel,
het wordt overspoeld door machtige golven
(Jeremia 51:42).