Openbaring

Openbaring 18:3
Naamchristendom

Alle volken hebben door haar ontucht de wijn van haar wellust gedronken, de koningen op aarde hebben ontucht met haar gepleegd en de handelaars op aarde zijn van haar overvloedige weelde rijk geworden.

Omdat van de wijn van het bruisen van de hoererij van haar hebben gedronken al de volken en de koningen van de aarde met haar hebben gehoereerd en de kooplieden van de aarde aan de macht van de weelde van haar zich hebben verrijkt.

Hoewel ze aan de buitenkant bij de Heer hoort en zijn (christelijke) naam draagt, heeft de hoer hartstochtelijk en intens contact met de demonen gezocht.
De vrucht van deze gemeenschap wordt vergeleken met een druif.
Als deze vrucht rijp is (gevolg van die gemeenschap) wordt ze uitgeperst en wordt haar sap, beeld van zonden, ziekten en perversiteiten, opgevangen.
Johannes wijst hierop in Openbaring 17:4, als hij schrijft dat de beker met de wijn vol gruwelijkheden en liederlijke wandaden is.
Ze heeft honderden miljoenen mensen verleid (zie Openbaring 14:8), die hierdoor God hebben losgelaten of nooit hebben kunnen vinden.

Op een sluwe manier heeft zij de volken van de echte God vervreemd en de oprechte zonen van God in ballingschap gebracht.
De volken hebben van haar wellustwijn gedronken, want Babylon heeft zowel het zonde- alsook het ziekteprobleem niet opgelost, maar het kwaad zelfs gestimuleerd.
Zij heeft de volken uit haar gifbeker laten drinken, want ze heeft contact gezocht met de onreine demonen en anderen verleid dit ook te doen.

Foutieve ideeën van mensen en door demonen geïnspireerde visies zijn de zuilen waarop deze overspelige vrouw zit.
De schijngemeente heeft haar bestaan hierop gebaseerd en zich daarbij ook opengesteld voor de invloeden vanuit de aardsgerichte mensheid.
De koningen op aarde, de vooraanstaanden, de grote geesten in wetenschap, kunst, cultuur, politiek, religie en maatschappij, hebben allemaal gemeenschap met en invloed op haar.
Deze handelaars op aarde verrijken zich door haar ontzaglijke weelde.
Want zij is groot in deze wereld en rijk in alles wat waardevol is of lijkt voor het aardse bestaan.
Kopen betekent: uitwisselen, in een gemeenschap leven van geven en nemen wat betreft elkaars rijkdommen.

Het is een compromis zoeken tussen religie, cultuur en wetenschap.
Veel kerkgebouwen zijn musea van kunst en in de kerkelijke bibliotheken bevinden zich schatten van wereldliteratuur.
Onder invloed van de schijngemeente bereikt het beschavingspeil van de zogenaamde christelijke landen een hoogte zoals nooit eerder op de wereld gezien is.
Maar Babylon kent helaas geen leven in de geestelijke wereld.
De doop in de heilige geest van God komt in deze stad niet voor, net zomin als de geestelijke gaven er ontwikkeld worden, laat staan de vrucht van Gods geest.
Zo wordt er niet gestreefd naar het bereiken van het niveau van Jezus Christus.
Er is zelfs geen kennis van het leven in de onzichtbare, geestelijke wereld.
Zij verzamelt geen schatten in déze dimensie, maar haar rijkdommen en weelde zijn alle op het zichtbare, aardse leven gericht.