Openbaring

Openbaring 19:10
Jezus is de doper in Gods geest

Ik wierp me aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar zoals jij en zoals je broeders en zusters die van Jezus getuigen.
Je moet God aanbidden.’
Want getuigen van Jezus is profeteren.

En ik viel (neer) vóór de voeten van hem (om te) aanbidden hem.
En hij zegt tot mij: zie toe (dat) niet (u dit doet), een mededienstknecht van u ben ik en van de broeders van u de hebbenden het getuigenis van Jezus.
God aanbid.
Het want getuigenis van Jezus is de geest van de profetie.

Door het horen en het op zich laten inwerken van al deze ‘heerlijkheid’ wordt Johannes zo overweldigd, dat hij zich voor de engel neerwerpt om hem te aanbidden.
Al eerder valt Johannes als dood aan de voeten van Jezus (zie Openbaring 1:17).
Zo raakt hij ook nu buiten zichzelf bij het zien van de luister van de zonen van God:
ze hebben naar lichaam, ziel en geest de volmaaktheid bereikt;
ze zijn vol van de geest van God;
ze leven in een onafgebroken gemeenschap met de Vader en de Zoon.

Dit ziet ook Paulus als hij weggevoerd wordt tot in het paradijs en daar woorden hoort die door geen mens mogen worden uitgesproken (zie 2 Korintiërs 12:4).
Beide apostelen zien de gemeente die volkomen af is en gereed.
Paulus schrijft in 2 Timoteüs 3:16-17 dat elke door God ingegeven Bijbeltekst zich op het volkomene richt.
Daarom is een uitleg van het boek Openbaring, die gericht is op een aardsgezind en ongeestelijk volk Israël, niet zoals God bedoelt.
En dus moet zo’n uitleg afgewezen worden.
Dit boek laat ons juist zien hoe deze heilige doelstelling, dit plan van God, eens heerlijke werkelijkheid zal worden.

De engel van de Heer is net als Johannes een geschapen wezen.
Hij is uitgezonden in dienst van Jezus en ook Johannes is een medewerker van dezelfde Heer.
De engelen werken met de heiligen samen om het plan van God uit te voeren.
Samen hebben ze als medewerkers van Jezus Christus één doel: het herstel van de schepping.
Daarom zegt de engel:
Ik ben een dienaar zoals jij en zoals je broeders en zusters die van Jezus getuigen.
Je moet God aanbidden.

Voor alle hemelse wezens geldt dat alléén God vereerd en aanbeden mag worden.
In Jezus Christus aanbidden wij het woord van God, want in Hem schittert Gods luister en Hij is zijn evenbeeld (zie Hebreeën 1:3).
Aan dit woord heeft de Vader heel zijn (vol)macht gegeven in hemel en op aarde.
Dit woord van God overwint (zie vers 13).
Daarom is het aanbidden van Jezus een aanbidden van God.

Wat is het getuigenis van Jezus?
Onze Heer zegt tegen zijn leerlingen: Wanneer de pleitbezorger (plaatsvervanger) komt die Ik van de Vader naar jullie zal zenden, de geest van de waarheid die van de Vader komt, zal die over Mij getuigen.
Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij Mij geweest.
(Johannes 15:26-27).
Naast het getuigen van de gelovigen, getuigt dus ook Gods geest.
Deze getuigt van de volmacht van Jezus, van de uiteindelijke overwinning op de demonen en van het bereiken van de volmaaktheid door de gelovigen.
In Hebreeën 10:12-16 wordt dit beschreven.

De heilige geest van God levert ook het bewijs dat Jezus leeft, want Hij is de doper in deze geest.
Het getuigenis van Jezus is dus (het werk van) Gods heilige geest.
Wie gedoopt is in en steeds meer vervuld wordt met de geest van God, zal de woorden van Jezus kunnen doorgeven.
Deze woorden van Jezus zijn de door Hem uitgesproken gedachten.
Daarom kan er ook staan: Je moet God aanbidden.
Want getuigen van Jezus is profeteren.
Van Gods geest zegt Jezus in Johannes 16:13-14:
De geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid.
Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat.
Door jullie bekend te maken wat hij van Mij heeft, zal hij Mij eren …

We kunnen de tekst dus ook zo lezen: de geest van de profetie getuigt van Jezus.
De geest van God spreekt door middel van profetie door de medewerkers van God heen, woorden die betrekking hebben op het plan van God: de waarheid.
De waarheid is wat God voor ogen heeft met ons en met zijn hele schepping.
Het gaat hier dus niet over wat wij over Jezus moeten getuigen, maar over wat Gods geest door de gave van de profetie openbaart.

Er wordt wel beweerd dat een gelovige altijd profeteren kan en nergens op hoeft te wachten.
Zo onderwerpt men Gods heilige geest aan de wil van de mens.
Maar bij profetie is altijd de geest van God primair: God inspireert door zijn geest.
Want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige geest (2 Petrus 1:21).