Openbaring

Openbaring 19:12
De naam van het mensgeworden woord van God

Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had Hij veel kronen.
Er stond een naam op Hem geschreven die niemand kende, alleen Hijzelf.

De nu ogen van Hem (zijn) als (een) vlam van vuur en op het hoofd van Hem (zijn) diademen vele.
Hebbende (een) naam geschreven die niemand weet behalve Hijzelf.

De vuurvlam wijst op de kracht van Gods heilige geest die in deze ruiter is.
Zoals een vlam omhoog schiet, zo kan een geest zich verheffen.
Bij toorn laait hij op, zoals bij een brand.
Hij zet zich uit als een vlam die omhoog springt.
Zo kan een geest heersen en andere geesten doen wijken.
Hij maakt dan het terrein vrij van vreemde geesten of onderdrukt deze.

Als er staat dat zijn ogen als een vuurvlam branden, wijst dit erop dat de Heer zich voorbereidt op de oorlog.
Is het wonder dat de koningen van de aarde en de andere demonische machthebbers tegen de bergen en de rotsen schreeuwen:
Val op ons neer!
Verberg ons voor het oog van Hem die op de troon zit en voor de toorn van het Lam!
Want nu is de grote dag van hun toorn aangebroken en wie kan die doorstaan?
(zie Openbaring 6:16-17).

Op het hoofd van de ruiter staan veel kronen.
Als hij wegrijdt, bij het verbreken van het eerste zegel, staat er maar één kroon op zijn hoofd (zie Openbaring 6:2).
Hij is dan alleen, maar nu is zijn naam: Koning van de koningen en Heer van de heren (zie Openbaring 17:14), want zijn luister en macht hebben zich vele keren vermenigvuldigd in de zonen van God.
De naam van het mensgeworden woord is Jezus, wat betekent: God redt, geneest, herstelt en bevrijdt.

Wanneer de overwinning behaald is, verliest deze naam zijn betekenis.
Dan is er een nieuwe naam nodig om de functie aan te geven die het mensgeworden woord van God na het herstel van alle dingen in eeuwigheid zal dragen.
Deze naam zal Hij ook schrijven op de overwinnaars die zijn wezen openbaren en die met Hem de heerschappij delen.
In Openbaring 3:12 staat hierover:
Wie overwint maak Ik tot een zuil in de tempel van mijn God.
Daar zal hij voor altijd blijven staan.
Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen en ook mijn eigen nieuwe naam.