Openbaring

Openbaring 19:2
Haar ware aard wordt zichtbaar

… want zijn vonnis is betrouwbaar en rechtvaardig.
Hij heeft immers de grote hoer, die door haar ontucht de wereld in het verderf heeft gestort, veroordeeld en het bloed van zijn dienaren op haar gewroken.

Omdat waarachtig en rechtvaardig (zijn) de oordelen van Hem, omdat Hij geoordeeld heeft de hoer grote, die verdorven heeft de aarde door de hoererij van haar en Hij heeft gevorderd het bloed van de dienstknechten van Hem van de hand van haar.

In Openbaring 14:7 wordt het oordeel van God over Babylon aangekondigd.
Er wordt een scheiding gemaakt tussen de echte gemeente én wat Hem níet toebehoort.
Nu eert de menigte God, omdat Hij dit oordeel, deze volledige scheiding tussen goed en kwaad eerlijk en rechtvaardig tot stand brengt.
Waarheid wordt dan Matteüs 12:20:
Het geknakte riet breekt Hij niet af,
noch dooft Hij de kwijnende vlam,
totdat het recht dankzij Hem overwint
(NBG: voordat Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht).
Het oordeel is voltrokken en Jezus heeft zijn gemeente naar de overwinning gevoerd, want de zonen van God worden zichtbaar en de grote hoer, de schijngemeente, is geoordeeld.
Er is nu een duidelijke scheiding!

Ook is nu de tijd gekomen dat het bloed (= het leven) van de martelaars, die in de afgedwaalde schijngemeente zijn gevallen, gewroken wordt.
In Openbaring 6:10 lezen we dat de zielen van de martelaars aan de voet van het altaar roepen:
O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult U de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?
Vers 11 vervolgt met:
Ieder van hen kreeg witte kleren.
Verder werd hun gezegd nog een korte tijd geduld te hebben, totdat ook de andere dienaren, hun broeders en zusters die net als zij zouden worden gedood, zich bij hen gevoegd zouden hebben.

Hun verzoek wordt nu ingewilligd.
Het bloed van de knechten van God wordt van de schijngemeente geëist.
Doe met haar wat zij met anderen deed, ja laat haar dubbel boeten.
Laat haar het dubbele drinken uit de beker waaruit zij anderen te drinken gaf.
Geef haar net zo veel pijn en rouw te dragen als zij zich luister en overvloed heeft gegund
(Openbaring 18:6-7 ged.).

Het oordeel van God over Babylon wordt door de gemeente van de antichrist uitgevoerd:
De tien horens die je zag en het beest zelf zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten.
Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken
(Openbaring 17:16).
Haar kleren van ongerechtigheid worden uitgetrokken, zodat haar ware slechte aard zichtbaar wordt.
Haar organisaties, haar uiterlijke verschijningsvormen, worden door de antichrist overgenomen.
Zij wordt in brand gestoken door het vuur van de demonie.