Openbaring

Openbaring 19:4
De geest van God gedoofd

De vierentwintig oudsten en de vier wezens wierpen zich neer voor God, die op de troon zit, en aanbaden Hem met de woorden: ‘Amen! Halleluja!’

En vielen de oudsten twintig en vier en de vier levende (wezens) en zij aanbaden God de zitttende op de troon, zeggende: amen, halleluja.

De vierentwintig oudsten zijn de vertegenwoordigers van het nieuwe Jeruzalem, de vier dieren die van de zuchtende schepping.
Babylon heeft bijna twintig eeuwen het zichtbaar worden van de zonen van God belet.
De hoer misleidt het volk van God en geeft het stenen in plaats van brood.
Jezus vraagt in Matteüs 7:9:
Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven?
Als wij erom vragen geeft God ons zijn heilige geest en we hoeven niet bang te zijn dat we een verkeerde geest (moeten) toelaten.
Babylon heeft dit wél gedaan: zij heeft de geest van God uitgedoofd en (mede daardoor) de demonen vrij spel gegeven!

Er is blijdschap en aanbidding bij de vertegenwoordigers van de echte gelovigen van alle eeuwen en bij de vier dieren, omdat het herstel van de schepping aangebroken is.
Dit is begonnen bij Jezus Christus en het wordt voortgezet door zijn gemeente.
Gods heerschappij zal nu weer volop in zijn schepping gezien worden.
Het amen is een instemming met en bevestiging van de aanbidding door de gemeente.