Openbaring

Openbaring 2:20-22
Ellende door geestelijk overspel

Maar dit heb Ik tegen u: u laat die Izebel, die zichzelf profetes noemt, haar gang gaan terwijl ze mijn dienaren met haar uitspraken tot ontucht en het eten van heidens offervlees verleidt.
En hoewel Ik haar de tijd heb gegeven om te breken met het leven dat ze leidt, weigert ze haar ontuchtig gedrag op te geven.
Ik zal haar ziek maken en hen die overspel met haar plegen in ellende storten, tenzij ze met haar breken;

Maar Ik heb tegen u enige dingen dat u laat begaan de vrouw Izebel, de noemende zichzelf profetes, (te) leren en (te) misleiden mijn dienstknechten (om) (te) hoereren en afgodenoffers (te) eten.
En Ik heb gegeven haar tijd opdat zij zich bekeert van de hoererij van haar en niet zij zich heeft bekeerd.
Zie, Ik werp haar op (een) bed en de overspel bedrijvenden met haar in verdrukking grote, als niet zij zich zullen bekeren van de werken van hen.

Er zijn maar twee namen van personen uit Tyatira bekend en wat opvalt: van twee vrouwen.
De eerste is Lydia die handelt in kostbare purperen stoffen.
De tweede is een (schijn-)profetes die door de Heer Izebel wordt genoemd.
Deze naam herinnert ons aan de vrouw van koning Achab, die door woord en voorbeeld haar man en met hem Israël verleidt om de afgoden te dienen.
Bovendien heeft deze koningin de profeten gedood en op haar initiatief wordt de gelovige Naboth gestenigd.

In Tyatira is een vrouw die als profetes in de gemeente optreedt en die door haar invloed veel christenen intimideert.
Wat zij profeteert is in elk geval niet positief gericht en het is dan ook totaal tegengesteld aan wat staat in 1 Korintiërs 14:3:
Maar iemand die profeteert spreekt tot mensen en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend.
Want zij spreekt vanuit haar zeer actieve contact met de demonen (het zich verdiepen in de verborgenheden van satan – zie vers 24) en ze probeert zo de leden van de gemeente van het geloof te laten afvallen.
En dat niet alleen, ook spoort ze hen aan om met haar (dezelfde) ontucht in de geestelijke wereld te plegen.

Deze ongetwijfeld vooraanstaande vrouw probeert ook als leraar in de gemeente leiding te geven, maar ze stort iedereen die naar haar luistert, hierdoor in het verderf.
Zij is een voorbeeld van mensen die ‘met Gods geest beginnen en met het vlees eindigen’.
Volgens Galaten 5:19 zijn deze werken van het vlees:
ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen en nog meer van dat soort dingen.
Dus daden die duidelijk geïnspireerd worden vanuit het rijk van de duisternis.

Ondanks dat de Heer haar waarschuwt, misschien via andere profeten, gaat ze toch door met haar heilloze profetieën.
Ze zit zo vast aan haar duistere inspirators, dat ze er niet meer los van kan komen.
Ze is blijkbaar zo overtuigd van haar gelijk, dat ze zich niet wil schikken naar het woord van God en vasthoudt aan haar dwalingen.
Dit is het probleem van veel mensen met een uitgesproken eigen visie: ondanks bijbelse argumenten zijn ze niet of nauwelijks tot andere en betere gedachten te brengen.

Johannes krijgt nu de opdracht haar te waarschuwen voor de gevolgen van haar zondige leven.
Dit is bedoeld als voorbeeld voor alle mensen die in de gemeente belangrijk willen zijn, ondanks dat duidelijk is dat ze niet worden geleid door Gods heilige geest, maar door demonen.
Het gevolg is dat ze ziek wordt, dat wil zeggen dat haar innerlijke mens wordt aangetast door de demonen, waardoor al het licht uit haar leven zal verdwijnen.
Ze kan geestelijk niet meer functioneren zoals ze zelf wil, net als een ziek lichaam dat beperkt is in zijn functies en ook lijdt onder de ziekte.
Ook zij die naar haar luisteren, zullen hetzelfde lot ondergaan, maar ze kunnen er nog mee breken!
Belangrijk is daarom dat in de gemeente het woord van God zuiver en volledig wordt gebracht, zodat alle gelovigen een heldere spiegel wordt voorgehouden.

Handelingen 10:37-38 zegt:
U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed.
Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij.

Jezus is niet veranderd en Hij zal ook niet veranderen.
Hebreeën 13:8:
Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.
Onlogisch is het dan ook om te denken dat Jezus (of de Vader) mensen ziek maakt of in de ellende stort, ook al zijn ze nog zo slecht en hardleers.
Het loon van de zonde is de dood (zie Romeinen 6:23), het voor altijd gescheiden zijn God!
God is voor alle mensen een liefdevolle Vader, Hij is uitsluitend licht en Hij straft niet.
Laat staan dat ziekte en dood van Hem afkomstig kunnen zijn!
Want ook voor Hem zelf geldt: …overwin het kwade door het goede (zie Romeinen 12:21).