Openbaring

Openbaring 2:24-25
De diepten van satan leren kennen

Tegen de rest van u in Tyatira, al degenen die haar leer niet aanhangen en die zich niet hebben verdiept in de zogenaamde verborgenheden van satan, zeg Ik:
‘Ik leg u maar één last op: houd vast aan wat u hebt, totdat Ik kom’.

Tot jullie nu zeg Ik en tot (de) overigen in Thyatira, zo velen als niet hebben de leer deze en die niet kennen de diepten van de satan, zoals zij zeggen, niet Ik zal werpen op jullie (een) andere last.
Maar wat jullie hebben houd (het) vast, totdat Ik zal komen.

Deze vrouw leert dat men de diepten, diepste gedachten of verborgenheden van satan moet kennen om de weg naar volledig herstel te kunnen gaan.
Zo verdiepen veel mensen zich vandaag in allerlei vreemde religies, waarvan zij denken dat die hen de hoogste vorm van geluk brengen.
Ze beseffen vaak niet dat ze met handen en voeten gebonden raken aan demonen die hen bedriegen.
Maar wat God tegen ons zegt is oneindig zuiverder en mooier:
Maar het is zoals geschreven staat:
Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft.
God heeft ons dit geopenbaard door de geest, want de geest doorgrondt alles, ook de diepten van God.
Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens?
Zo is alleen de geest van God in staat om God te kennen.
Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid
(of: blijk van liefde) heeft geschonken (1 Korintiërs 2:9-12).
Dit spreekt voor zich!

Jezus legt maar één last op, maar die is zo licht, dat we er geen last van hebben, in tegendeel!
Zijn last geeft echte rust:
Kom naar Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van Mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart.
Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht
(Matteüs 11:28-30).

Jezus wil graag dat we ons houden aan maar één ‘last’ (of regel, verplichting) en dat is:
vasthouden aan zijn woord, dat inhoudt dat Hij komt of zichtbaar wordt in zijn heiligen:
… wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen, die tot geloof gekomen zijn (2 Tessalonicenzen 1:10 NBG).
Verder legt God ons maar één (dubbel)gebod op en dat is:
… heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.
En: Heb uw naaste lief als uzelf.
Er zijn geen geboden belangrijker dan deze
(Marcus 12:30-31).
Alles wat daar niet mee overeenstemt of daaraan niet bijdraagt is geestelijke humbug die we zo snel mogelijk uit ons eigen en gemeenteleven moeten bannen!

Het komt later vaak voor dat de kandelaar van zijn plaats genomen wordt omdat een gemeente de leer van de apostelen loslaat.
Maar dit evangelie verandert niet, het wordt nooit aangepast aan tijden of omstandigheden.
Iedere gelovige zal het moeten vasthouden totdat het volledig tot vrucht komt in zijn leven.
Dit zal zo blijven tot de voltooiing van de gemeente in de herstelperiode waarin we nu leven.
In deze tijd zal alles volgroeid raken, want ook hier geldt Hebreeën 13:8:
Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!.