Openbaring

Openbaring 2:6
De leugen haten

Het pleit echter voor u dat u net als Ik de praktijken van de Nikolaïeten verafschuwt.

Maar dit hebt u dat u haat de werken van de Nikolaïeten die ook Ik haat.

Een positief punt waar de Heer hen voor prijst, is dat ze net als Hij, de werken van de Nikolaïten verafschuwen.
Deze misleiders vormen een groep leraars die de gemeente willen doen zondigen.
De Nikolaïeten worden in de kerkelijke traditie sinds Ireneüs gezien als de volgelingen van Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.
Handelingen 6:5:
Alle leerlingen stemden met dit voorstel in.
Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de heilige geest en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.

Maar voor deze overlevering zijn geen vroege aanwijzingen te vinden.

Uit een vergelijking met Openbaring 2:14-16 komt naar voren dat de Nikolaïeten en de Bileamieten in de gemeente van Pergamum dezelfde ideeën hebben.
Verder blijkt uit Openbaring 2:20 (vgl. 2:14) dat de volgelingen van Izebel in Tyatira zich schuldig maken aan dezelfde overtredingen, wat erop wijst dat ook deze groep dezelfde leringen heeft als de Nikolaïeten.
Hun daden worden daar als volgt beschreven: zij eten afgodenoffers en plegen ontucht.
Met andere woorden: ze overtreden de hoofdgeboden die op het apostelconvent voor de ‘gelovige heidenen’ zijn uitgevaardigd.
Handelingen 15:29:
Onthoud u van offervlees dat bij de afgodendienst is gebruikt, van bloed, van vlees waar nog bloed in zit en van ontucht.
Als u zich hieraan houdt, doet u wat juist is.

We zullen hier misschien moeten denken aan een vroeg-gnostische groep die zich beroept op een directe inspiratie door Gods geest en die zich afzet tegen het apostolische onderwijs.

De gnostische leer dat de materie slecht is, kan aan de ene kant leiden tot ascetisme, waarbij men het lichamelijke negeert of zelfs verafschuwt.
Maar aan de andere kant kan dit ook een ongekende onverschilligheid uitwerken wat betreft de zonde, omdat men stelt dat het lichamelijke er niet toe doet.
Dit laatste geldt voor de Nikolaïeten: ze leren en praktiseren immoreel gedrag als behorend bij de ‘christelijke vrijheid’.
Jezus moet niets hebben van hun praktijken, want deze worden geïnspireerd door satan.