Openbaring

Openbaring 2:7
Horen wat Gods geest tegen de gemeente zegt

Wie oren heeft, moet horen wat de geest tegen de gemeenten zegt.
Wie overwint zal Ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.

De hebbende (een) oor hij moet luisteren naar wat de geest zegt aan de gemeenten, aan de overwinnende zal Ik geven aan hem (om) (te) eten van de boom van het leven die is in (het) midden van het paradijs van God.

De stem van de geest van God kunnen we alleen horen in de geestelijke wereld, alleen daar kunnen we opvangen wat God tegen ons te zeggen heeft.
Maar daarvoor zijn geestelijke oren nodig, zoals Jezus zelf een paar keer aangeeft in de evangeliën:
Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren (b.v. Marcus 4:9).
We moeten de dingen horen (en zien) ‘achter de dingen’.
We moeten proberen te doorgronden hoe de geestelijke wereld werkt en in elkaar zit, welke invloed zij op ons heeft en hoe we daar zelf kunnen functioneren.

Door zijn geest geeft God aanwijzingen en bemoedigingen door aan zijn gemeente.
De geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle(dige) waarheid.
Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat
(Johannes 16:13).

In iedere brief aan de gemeenten wordt deze opwekking om naar Gods geest te luisteren, herhaald.
Het is daarom ook voor ons van groot belang om ons te blijven richten op wat de geest ons duidelijk wil maken.
Want hij laat zien welke gebreken er in de gemeenten zijn, maar hij prijst ook wat daarin goed is.
Het gaat er niet alleen om de profetieën te horen, maar ook dat ze ons tot steun zijn in onze geestelijke strijd.
1 Timoteüs 1:18-19 ged.:
Timoteüs, mijn kind, ik vertrouw je deze opdracht toe op grond van de profetische woorden die destijds over jou zijn uitgesproken.
Laten die je tot steun zijn in de goede strijd die je, toegerust met geloof en een zuiver geweten, moet voeren.

Iedere brief sluit af met een belofte ‘voor wie overwint’.
Overwinning is het positieve resultaat van een strijd.
De Openbaring kent alleen onze worsteling tegen satan en zijn demonen en dus niet tegen mensen.
Ook niet tegen jezelf.
Het is de bedoeling van de Heer dat iedere gelovige triomfeert en vrij wordt van elke duistere geest.
Alleen zo zal ook de hele gemeente vrij worden.
De belofte aan de overwinnaars in deze brief is dat zij mogen eten van de Levensboom die in het paradijs van God staat.
Dit beeld is ontleend aan de levensboom in de hof van Eden.

Hier wordt met de levensboom Jezus Christus bedoeld.
Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven (Johannes 6:51).
Het paradijs van God is een beschrijving van de woning van God in de geestelijke wereld en het is dus de afbeelding van de voltooide gemeente.
Het wordt ook uitgebeeld als het geestelijke Jeruzalem, waar de Levensboom in het centrum staat (zie verder bij Openbaring 22:2).
Johannes wordt later in de geest weggevoerd en hij ziet dan deze heilige stad die uit de geestelijke wereld neerdaalt, bij God vandaan.

Ook Paulus is eenmaal in de geest opgetrokken geweest en ook hij ziet dan het uiteindelijke resultaat waar het verheugende nieuws over het koninkrijk van God in uitmondt.
Bij het zien van deze luister wordt hij zo overweldigd, dat hij haar niet kan weergeven.