Openbaring

Openbaring 20:1-2
De grote wereldsabbat

Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware ketenen in zijn hand.
Hij greep de draak, de slang van weleer, die ook duivel of satan wordt genoemd, en ketende hem voor duizend jaren

En ik zag (een) engel neerdalende uit de hemel, hebbende de sleutel van de afgrond en (een) keten grote in de hand van hem.
En hij greep de draak, de slang de oude, die is (de) duivel en (de) satan en hij bond hem duizend jaren.

De engel die Johannes hier ziet, is waarschijnlijk Michaël die samen met de gemeente al eerder tegen de draak en zijn engelen heeft gestreden (zie Openbaring 12:7).

Deze aartsengel ondersteunt in de laatste tijd in het bijzonder het Israël van God, de gemeente van Jezus Christus (zie Daniël 11).
Hij heeft de sleutel van de afgrond in zijn hand.
Ook in Openbaring 9:1 is er een engel met de sleutel van de put van de afgrond of de onderaardse diepte.
Zoals daar is uitgelegd, stelt deze sleutel de kennis voor om het dodenrijk mee te kunnen openen of te sluiten.
Doordat het beoefenen van spiritisme tot een climax wordt geïntensiveerd, wordt bij de vijfde bazuin de afgrond geopend en roept men de demonen daaruit op.
Tegengesteld aan dit occultisme binden de zonen van God in de autoriteit van Jezus, door de kracht van Gods heilige geest, de demonen en werpen zij hen in de put van de afgrond.

Deze opdracht wordt uitgevoerd door de gemeente van God en zij wordt daarbij ondersteund door de heilige engelen.
Jezus Christus heeft alle macht in hemel en op aarde en daarom is Hij de grote sleuteldrager.
Hij heeft de sleutel van David (zie Openbaring 3:7), de sleutels van het koninkrijk van de hemel (zie Matteüs 16:19) en die van dood en dodenrijk (zie Openbaring 1:18).

Hoe kan het dat satan nú gebonden wordt?
In Openbaring 12:9 wordt meegedeeld dat satan uit de hemel op de aarde geworpen wordt.
Hij moet zich met zijn engelen naar de (mensen op) aarde terugtrekken.
Daar geeft hij al zijn kracht en heerschappij en gezag over aan het beest (zie Openbaring 13:1-2).
Deze demon uit de afgrond incorporeert zich in de antichrist, het beest uit de aarde (zie Openbaring 13:11).
Hij oefent alle macht van satan uit door middel van deze wetteloze mens.
In feite is de geest van de antichrist dus de heerser (overste) van deze wereld (vgl. Johannes 14:30).

In de slag van Harmagedon worden het beest en de antichrist gegrepen.
Satan heeft op dat ogenblik al zijn kracht en heerschappij en gezag op en over de aarde verspeeld.
Het beest en de antichrist worden in de vuurpoel geworpen en hiermee is het medium weg, waardoor satan zijn heerschappij uitoefent.
Hij zal dus van voren af aan moeten beginnen en opnieuw zijn koninkrijk gaan vestigen.
Want al zijn parate troepen hebben bezit genomen van hen die het teken van het beest dragen.
Als deze volgelingen van de antichrist gedood worden (zie Openbaring 19:21), gaan zij samen met deze duivelse legermacht, waarmee ze verbonden zijn, de afgrond in.
Op die dag zal de Heer afrekenen
in de hemel met de machten van de hemel,
en op aarde met de vorsten van de aarde.
Dan worden zij bijeengedreven,
gevangen in een kuil, opgesloten in een kerker.
En na lange tijd zullen zij hun straf ontvangen
(Jesaja 24:21-22).
Deze demonen worden dus voor lange tijd gestraft, totdat hun koning uit zijn gevangenis zal worden losgelaten (zie vers 7).

Natuurlijk blijven op aarde miljoenen mensen over van wie de meesten door demonen gebonden zijn en/of verleid en/of misleid worden.
Maar zij zijn niet gedoopt in de geest van de antichrist.
Zij hebben geen deel uitgemaakt van het leger dat welbewust tegen de Heer en zijn gezalfden in de geestelijke wereld heeft gestreden.
Deze mensen zijn voornamelijk slachtoffer of bezet gebied.
Zij zijn zeker geen geschikte strijders waarmee de duivel nog oorlogvoeren kan.
De troepen die satan op aarde hiervoor uit de mensen gerekruteerd heeft, zijn nu volledig geliquideerd.
Omdat hij op die manier onmachtig is gemaakt, is nu de tijd gekomen dat satan gebonden kan worden.

De grote keten waarmee dit gebeurt, is het woord van God.
Er bestaat geen ander middel om een demon onschadelijk te maken dan door het uitvoeren van de Goddelijke opdracht, door de kracht van zijn geest.
De gelovigen binden de demonen op grond van de opdracht hiervoor van Jezus en dus in zijn autoriteit.
Jezus zegt: Ga op weg en verkondig: Het koninkrijk van de hemel is nabij.
Genees zieken, wek doden op, maak mensen die melaats zijn rein en drijf demonen uit
(Matteüs 10:7-8).
Een geest kan alleen gebonden worden door een uiting van een geest die zijn meerdere is in kracht en autoriteit.
Want er staat in Filippenzen 2:10:
Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde

Michaël overmeestert satan, bindt hem door het woord van God en werpt hem in de afgrond.
We kunnen ons niet vergissen in wie gebonden wordt.
Met vier namen wordt hij vermeld:
De draak is het krokodilachtige monster dat het kwaad symboliseert, zoals ook de naam oude slang of Leviathan dit doet (zie Jesaja 27:1).
Satan is de onophoudelijke aanklager van de gelovigen, die ook door hem gelasterd worden (zie Openbaring 13:6).
Zijn ondermijnende werk wordt nu gestopt.

Satan betekent vijand of tegenstander van God en mensen.
Maar deze brullende leeuw zal niet meer verscheuren en verslinden.
Jezus heeft zijn koninkrijk eerst in de geestelijke wereld gevestigd.
Als de gemeente van Jezus daar overwint, is het resultaat dat satan en zijn engelen uit deze dimensie verwijderd worden.
Alleen het koninkrijk van God houdt daar stand.
Er is nu een nieuwe hemel.
Dan wordt de Heer in zijn gemeente zichtbaar en kan Hij samen met de gemeente zijn koninkrijk ook op aarde vestigen.

Na zijn nederlaag bij Harmagedon wordt satan met de zijnen in het dodenrijk geworpen.
Een periode van herstel breekt nu aan op aarde, die een vrederijk van duizend jaren genoemd wordt, de grote wereldsabbat.