Openbaring

Openbaring 20:9
God werkt niet door duisternis

Ze trekken op, over de hele breedte van de aarde, en omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad.
Maar vuur daalt neer uit de hemel en verteert hen.

En zij kwamen op over de breedte van de aarde en zij omsingelden de legerplaats van de heiligen en de stad geliefde.
En kwam neer vuur van God uit de hemel en het verteerde hen.

Nadat hij een deel van de volken heeft verleid, komt in satan het plan op om een aanslag te plegen op het Israël van God.
Wat hij niet door verleiding tot stand kan brengen, wil hij nu door geweld en onderdrukking bereiken.
Met hulp van zijn demonen en de afvallige mensheid wil hij de ondergang bewerken van de gemeente, de heilige stad, het geestelijke volk Israël.
Dan komen jij en je vele bondgenoten uit je woonplaats in het uiterste noorden, al die mannen te paard, die grote menigte, dat talrijke leger.
Als een wolk die het land overdekt zul je tegen mijn volk Israël optrekken.
Eens zal Ik je naar mijn land brengen en als Ik alle volken door jou, Gog, laat zien dat Ik heilig ben, zullen ze beseffen wie Ik ben
(Ezechiël 38:15-16).

Johannes ziet hoe de legers van de vijand uit alle windstreken optrekken om de legerplaats van de heiligen (de tempel of de gemeente) en de geliefde stad (het nieuwe Jeruzalem) te omsingelen en in te nemen.
Jeruzalem wordt voorgesteld als het middelpunt van de aarde of de navel van de wereld (zie Ezechiël 38:12).

Het beeld van de navel wijst op de plaats waar de aarde met de hemel of het natuurlijke met het geestelijke verbonden is, zoals een moeder met haar kind.
Steeds dichter wordt het volk van God ingesloten door de oprukkende legers die van alle kanten naderen.
Wij moeten ons geen aardse voorstelling van deze omsingeling maken.
De strijd is en blijft geestelijk en deze vindt dus plaats in de onzichtbare wereld.
Het volk van God heeft geen andere worsteling dan die tegen de demonen.
Trouwens, de legerplaats van de heiligen stelt de gemeente voor die al deel gekregen heeft aan de eerste opstanding en aan de luister van God: het opstandingslichaam.

Met zichtbare strijdmiddelen is zij dan ook niet meer te benaderen.
De geliefde stad bestaat uit alle mensen op aarde die zich niet hebben laten verleiden en staande gebleven zijn.
Deze occulte aanval is gruwelijker dan die in de tijd van de antichrist, door het beest uit de afgrond of het dodenrijk.
Nu is het satan zelf die uit het dodenrijk terugkomt en al zijn ontbindende krachten mobiliseert om de wetteloosheid te doen overwinnen.
Voordat hij en zijn demonenleger hun plan kunnen uitvoeren, grijpt God in.

Allen die ingaan op de oproep van satan en God ongehoorzaam zijn geworden, worden nu door het vuur of de demonen gedood.
Hun leven wordt totaal van God afgesneden doordat ze volledig gedemoniseerd worden.
De demonen kunnen hun kans grijpen, omdat deze mensen zich helemaal voor hen hebben opengesteld.

Op hetzelfde moment worden satan en zijn demonenleger gegrepen en in de vuurpoel geworpen.
Ezechiël beeldt de ondergang van de duivel en zijn leger uit met de woorden:
Op al mijn bergen zal Ik het zwaard tegen Gog oproepen – spreekt God, de Heer – en zijn mannen zullen elkaar met hun zwaard bestrijden.
Ik zal Gog straffen met de pest en de dood, Ik laat slagregens, hagelstenen, zwavel en vuur neerkomen op hem, op zijn troepen en al zijn bondgenoten
(Ezechiël 38:21-22).

Het rijk van de duivel gaat dus ten onder omdat het in verwarring raakt en zijn legers zich tegen elkaar keren.
Het vuur uit de hemel bestaat dus uit de werking van de demonen zelf, die elkaar bestrijden.
Uiteraard maakt God geen gebruik van het kwaad om het kwaad te bestrijden, want dat kan alleen worden overwonnen door het goede (Romeinen 12:21: … maar overwin het kwade door het goede).
Het is logisch dat God, die uitsluitend licht is, geen gebruik kan maken van duisternis!

Jezus zegt in Matteüs 12:25-26 ged.:
Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden.
Als satan satan uitdrijft, keert hij zich tegen zichzelf.

In deze chaotische geestelijke verwarring stort het rijk van satan in en zijn macht en gezag gaan nu totaal en voor eeuwig verloren.
Ook de mensen die hem gehoorzamen en aan zijn oproep gehoor hebben gegeven, gaan ten onder in deze onderlinge strijd.