Openbaring

Openbaring 21:15-18a
De hemelse prijs die God ons geeft

Degene die met mij sprak had een gouden meetstok om daarmee de stad, de poorten en de muur op te meten.
De stad was vierkant, even lang als breed.
Hij mat de stad met zijn meetstok: twaalfduizend stadie, zowel in de lengte als in de breedte en in de hoogte.
Hij mat de stadsmuur: honderdvierenveertig el, in gewone mensenmaat, die ook engelenmaat is.
De muur was gemaakt van jaspis

En de sprekende met mij had riet gouden, opdat hij meet de stad en de poorten van haar en de muur van haar.
En de stad vierkant ligt en de lengte van haar zoveel is als ook de breedte.
En hij mat op de stad met het riet op: stadiën twaalfduizend, de lengte en de breedte en de hoogte van haar gelijk zijn.
En hij mat de muur van haar: honderd veertig en vier ellen, (een) maat van (een) mens, dat is van (een) engel).
En was de bouwstof van de muur van haar iaspis / diamant.

De muur vormt een wezenlijk geheel met de heilige stad en hij is van haar niet te scheiden, maar wel te onderscheiden.
De kostbare diamanten waaruit hij opgebouwd is, zijn ook hier weer ‘levende stenen’ waarin het geestelijke leven dat God geeft, zichtbaar wordt.
Deze stadsmuur stelt de volmaakte gemeente van Jezus Christus voor, die naar alle kanten licht uitstraalt, want het leven van God in de gemeente is het licht van de mensen (zie Johannes 1:4).
Zijn hemelse glans wordt vergeleken met zeer kostbare edelstenen.

We moeten eraan blijven denken dat we hier met beelden of symbolen te maken hebben.
Zo is ook het paradijs van God met de Levensboom (zie Openbaring 22:2) een symbolische voorstelling.
De hemelse realiteiten worden naar hun soort op deze manier in vergelijkingen weergegeven.
De eerste mens zoals God bedoelt, die helemaal geestelijk volwassen is geworden, is Jezus Christus.
Hij is dan ook de gouden meetstok of maatstaf en de statuur van iedere ‘steen’ wordt naar zijn voorbeeld vastgesteld.
Een volledig tot volmaaktheid gekomen steen heeft de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus (zie Efeziërs 4:13).

Ieder mens die in God en zijn plan gelooft, wil en zal toegroeien naar deze volmaaktheid en net als Paulus recht op zijn doel afgaan: de hemelse prijs waartoe God hem door Christus roept of zoals de NBG vertaalt:
… mij uitstrekkende naar wat vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus (zie Filippenzen 3:14).

In de muur van de stad zijn ‘de levende stenen’ niet alleen bevrijd en genezen, maar ook tot geestelijke volwassenheid gekomen.
Ze zijn dus gelijkvormig geworden aan Jezus Christus, ze hebben zijn geestelijke niveau, statuur of zijn evenbeeld bereikt.
Met de gouden meetstok wordt de muur gemeten.
Zij wordt mensenmaat genoemd, want zij is de maat van de volkomen mens Jezus Christus.
Engelenmaat wil zeggen dat een engel de gouden meetstok van Jezus Christus gebruikt om de muur te meten.

Elke edelsteen is volgens de Goddelijke bouwtekening ingevoegd, zodat het geheel van de stadsmuur volkomen is: een vierkant, even lang als breed.
Hieruit blijken de wijsheid en het kunstenaarschap van de Architect die door de eeuwen heen mensen heeft verzameld en bekwaam gemaakt.
Hij heeft hen ook een plaats en een taak gegeven om in de laatste tijd door en samen met hen het bouwwerk te voltooien.
Het nieuwe Jeruzalem is dus een levende stad, gebouwd uit levende stenen, waarin God die geest is, woont.
Het is onlogisch en niet reëel om ons een stad in de zichtbare wereld voor te stellen die ruim tweeduizend kilometer lang en breed is en die op een berg(helling) ligt die zich tweeduizend kilometer boven de aarde verheft.
Zo’n enorm hoge en grote berg, meer dan 226 keer zo hoog als de Mount Everest, is op aarde ondenkbaar en ook onbewoonbaar.

Het grondplan van de stad is dus een vierkant.
Het is merkwaardig dat dit ook het geval is met het oude Babylon, de tegenhanger van het nieuwe Jeruzalem.
Bij de Grieken in die tijd is het kwadraat het symbool van volmaaktheid.
Door de enorme hoogte van deze bergstad verbindt zij als het ware de hemel met de aarde.
Wat de gevallen mens in Babylon door bruut geweld van occultisme heeft geprobeerd te forceren, wordt hier aan de zonen van God op legitieme wijze gegeven.
Ze krijgen een stad waarvan de top tot in de hemel reikt (vgl. Genesis 11:4).
In het nieuwe Jeruzalem ontmoeten de engelen ook nu al de gelukkigen, want wanneer ook maar één zondaar kiest voor een nieuw leven, is er een enorme blijdschap bij deze hemelbewoners.

Volgens de voorstelling van de profeet Jesaja zullen de volken deze stad niet meer bestrijden en er oorlog tegen voeren.
Maar zij zullen opgaan naar haar licht en koningen naar haar stralende opgang (zie Jesaja 60:3 NBG).
De opgang van de stad is een beeld van het toenemende licht en de steeds groter wordende luister van de Heer in zijn gemeente.
De muur bestaat uit een samenvoeging van levende diamanten.
Zoals in de natuur deze edelstenen onder grote druk en hitte worden gevormd, zo komen de ‘honderdvierenveertigduizend’ uit de hitte van de strijd in de hemelse regionen, vanuit een enorme geestelijke druk.

Ze zijn als diamanten kunstig geslepen, zodat ze volop kunnen schitteren.
Ze zijn doorzichtig als glas geworden, kristalhelder, ondoordringbaar, met prachtige kleuren.
Elk van deze onvoorstelbaar mooie en ontelbare juwelen is beeld van een echte gelovige die op zijn eigen manier de luister van God, die in hem is, doet schijnen.
Zo weerspiegelt deze muur de heiligheid en glorie van de Heer.
Jesaja 4:2 zegt: Op die dag zal de Heer het land tot bloei brengen, het zal als een kostbaar sieraad zijn.
Alles wat de muur laat zien is heerlijk, kostbaar, zuiver en mooi; zij verlicht de hele vernieuwde aarde.
De volken trekken ernaartoe, gelokt door dit licht.
De muur is het beeld van de uitgekozen gelovigen, van de gemeente van Jezus Christus, zijn lichaam: stralend, zonder vlek of rimpel en lichtgevend als kristalheldere edelstenen.
De muur vertegenwoordigt de zonen van God, de menigte van overwinnaars die de demonen overwonnen hebben.
Zoals ook Hij heeft overwonnen (zie Openbaring 3:21).

Deze muur wordt éérst voltooid, omdat zowel in het duizendjarige rijk als op de nieuwe aarde geen strijd meer is tegen de demonenlegers van satan.
Er hoeven dus geen overwinnaars meer te worden opgeleid, want hun streefgetal is na de slag bij Harmagedon bereikt.
In de strijd tegen Gog en Magog verslinden de vijanden elkaar.
De muur die rondom de hooggelegen stad is gebouwd, heeft een hoogte van honderdvierenveertig el (ongeveer 75 meter).
Hij is er niet om de stad te verdedigen, maar om haar af te grenzen van het land.
Deze hoogte herinnert ons opnieuw aan de honderdvierenveertigduizend verzegelden uit elke stam van Israël, die ook met het Lam op de berg Sion staan (zie Openbaring 7:4 en 14:1).

Uit elke stam van het wereldwijde geestelijke Israël ontwikkelt zich een geselecteerde groep overwinnaars die het Lam volgen waar het ook gaat (zie Openbaring 14:4).
Op hun voorhoofden zijn de namen van het Lam en van de hemelse Vader geschreven.
Hun gedachten zijn dus volmaakt in overeenstemming met het plan en de gedachten van God.
Zij komen het éérst tot volmaaktheid en zij zijn de herstellers in en van de nieuwe schepping.
We denken hierbij ook aan een beeld uit het oude verbond, het tijdperk van de schaduw, dit is de voorafbeelding van de geestelijke werkelijkheid.
In Nehemia 7:1 en 4 staat dat Nehemia eerst de muur van Jeruzalem bouwt terwijl er nog geen huizen zijn.

De belofte uit Openbaring 3:12 wordt waar:
Wie overwint maak Ik tot een zuil in de tempel van mijn God.
Daar zal hij voor altijd blijven staan.
Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen en ook mijn eigen nieuwe naam
.