Openbaring

Openbaring 21:18b-21
Vergeestelijken of niet

… en de stad zelf was van zuiver goud, helder als glas.
De grondstenen van de stadsmuur waren versierd met allerlei edelstenen.
De eerste was van jaspis, de tweede van lazuur, de derde kornalijn, de vierde smaragd,
de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist.
De twaalf stadspoorten waren twaalf parels, elke poort een parel op zich.
De straten van de stad waren van zuiver goud en schitterden als glas.

En de stad (was) goud zuiver, gelijkend op glas zuiver.
En de fundamenten van de muur van de stad (waren) met allerlei gesteente kostbaar versierd.
Het fundament eerste (was) iaspis / diamant, het tweede saffier, het derde chalcédon, het vierde smaragd.
Het vijfde sadónyx, het zesde sardius, het zevende chrysoliet, het achtste beril, het negende topaas, het tiende chrysopraas, het elfde hyacint, het twaalfde amethist.
En de twaalf poorten (waren) twaalf parels; afzonderlijk één ieder van de poorten was uit één parel en de straat van de stad (was) goud zuiver als glas doorzichtig.

In het nieuwe Jeruzalem hebben de apostelen (van alle tijden en plaatsen) nu, ieder naar zijn aard, een kostbare ereplaats.
Hun eenheid en verscheidenheid wordt gesymboliseerd in de kleurenrijkdom van twaalf edelstenen:
de veelkleurige fonkelende diamant;
de doorzichtige blauwe lazuursteen;
de rode kornalijn of robijn;
de groene smaragd;
de witachtige gestreepte en geaderde sardónyx;
de bruinachtig rood gekleurde sardius;
de wijnrode of honinggele topaas;
de zeegroene beril;
de goudgroene chrysoliet;
de geelgroene chrysopraas;
de hemelsblauwe saffier en
de violetkleurige amethist.
Deze twaalf edelstenen komen in het algemeen overeen met die het borstschild van de hogepriester sieren en waarop de namen van de twaalf stammen staan gegraveerd (zie Exodus 28:17-20 en 39:10-13).

Ook bij de namen van de twaalf apostelen komt duidelijk de symboliek naar voren.
Want onder hen zijn mannen die verder volkomen onbekend zijn gebleven en die geen brieven hebben nagelaten waarop de echte gemeente mede is gebouwd.
Maar de Heer beschouwt hen wel als een eenheid in de onzichtbare wereld.
Het is daarom niet van belang of de namen van Paulus of die van Matthias genoemd worden en ook niet die van Stefanus of Jakobus, de broer van Jezus.
Hoewel zij in de eerste gemeente meer opvallen dan Simon de Zeloot of Taddeüs.

Het gaat erom dat het twaalfdelige fundament overeenkomt met het evangelie van Jezus Christus, dat Hij aan zijn leerlingen heeft toevertrouwd.
En zij hebben dit evangelie op hun beurt op een juiste manier aan anderen doorgegeven.
De toets hierbij is of God meewerkt en kracht verleent aan hun woorden, zoals bijvoorbeeld staat in Hebreeën 2:4:
Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten en door de gaven van de heilige geest overeenkomstig zijn wil te verdelen.

We hebben hier te maken met de boodschap over het koninkrijk van de hemel, die in en door hen een heerlijke realiteit geworden is.
Apostelen moeten we zien als gelovigen van alle tijden en plaatsen, die hebben meegewerkt aan de verbreiding van het volledige evangelie, het plan van God.

Zogenaamde fundamentalistische uitleggers willen het fundament en de muur niet ‘vergeestelijken’, maar ze in de natuurlijke wereld projecteren.
Ze moeten dan wel bedenken dat zoveel edelstenen, nodig voor een vierkant fundament met een muur van ruim achtduizend kilometer, op aarde niet te vinden zijn.
Men gaat dan van de veronderstelling uit dat God deze benodigde edelstenen dan wel zal scheppen.
Trouwens ook parels van zo’n grootte, die als poorten in de reusachtige muur staan, zijn onbekend op aarde en worden zeker niet in de schelp van enige pareloester gevonden.
Men moet dan van de gedachte uitgaan dat dit nieuwe dingen zijn die God maakt.
De Heer maakt echter wel alle dingen nieuw, maar Hij schept geen nieuwe dingen!

Er wordt gesproken over de straat van de stad.
In andere vertalingen wordt het Griekse woord ‘plateia’ weergegeven door ‘plein’.
Johannes kan met ‘de straat van de stad’ drie dingen bedoelen: alle straten, de hoofdstraat of het centrale plein.
In het beeld lijkt ons de vertaling ‘plein’ beter, omdat we ons moeilijk een stad kunnen voorstellen met twaalf poorten en slechts één hoofdstraat, maar wel een plein zoals in het oude Jeruzalem, waarop de tempel heeft gestaan.

Heel duidelijk ziet Johannes dat het geestelijke centrum van de heilige stad, waar hij dus eigenlijk een tempel verwachten kan, bestaat uit een plein van zuiver goud, zo zuiver en doorzichtig als glas.
Dit zijn symbolen van de heiligheid, rechtvaardigheid en grote luister van haar bestrating, dus van haar (levende) stenen!