Openbaring

Openbaring 21:22-23
Er is geen verschil meer

Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het Lam.
De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het Lam is haar licht.

En (een) tempel niet zag ik in haar, de namelijk Heer God de Almachtige (de) tempel van haar is en het Lam.
En de stad niet nodig heeft de zon, noch de maan, opdat zij schijnen in haar; de namelijk heerlijkheid van God verlichtte haar en de lamp van haar (is) het Lam.

Eerst ziet Johannes het nieuwe Jeruzalem van de buitenkant: het fundament, de muur en de poorten.
Nu ziet de apostel de inwendige structuur.
In het aardse Jeruzalem dat Johannes zo goed kent, staat op het plein van de stad een tempel, maar deze ontbreekt in de hemelse stad.
In plaats van de tempel zijn nu de stenen van de tempelmuur bron van licht en leven.
In de noord-oosthoek van de stad staat geen tempel meer, want wat moet de heilige stad doen met een voorhof van de heidenen, van de vrouwen en van de Israëlieten?
Want ze horen nu allemaal, zonder verschil, bij het geestelijke Israël!

Waarom moet er een voorhof van de priesters zijn als allen gedoopt zijn in en vervuld met de geest van God?
Er is ook geen voorhof van God, geen ‘heilige’ en geen ‘allerheiligste’ (zie o.a. Hebreeën 9:2-3) meer nodig, want al eeuwenlang is er geen voorhangsel of tempelgordijn meer aanwezig.
God zelf woont nu tussen of in zijn volk, want in de slotfase van de herstelperiode zijn allen vervuld met zijn geest, hoewel ze niet allen overwinnaars zijn.
Het nieuwe Jeruzalem is nu de stad van de grote Koning, omdat zij tempelstad is.

Voor het ongelovige aardse Jeruzalem, beeld van de schijngemeente, geldt: Jullie stad wordt eenzaam aan haar lot overgelaten (Matteüs 23:38).
Daarom woont God niet meer in deze onheilige stad en Hij zal er ook nooit meer wonen.
God geeft licht aan de lamp en dat doet Hij door zijn heilige geest.
De lamp is het Lam, verbonden met zijn lichaam, de gemeente.
Deze lamp wordt ook wel het ‘woord van God’ genoemd en hierin wordt de luister van de Almachtige geopenbaard, dus zichtbaar.

In de lamp, dus in het Lam met zijn gemeente, woont de Schepper van hemel en aarde, die alles bestuurt en leidt.
Uit de lamp straalt zo’n helder licht en zoveel luister dat de hele stad geen duistere plek meer kent.
Zoals een lamp licht verspreidt, zo straalt vanuit de gemeente Gods wezen over allen die de stad binnengaan.
Ook voor de gemeente wordt het woord ‘Lam’ gebruikt, omdat Jezus haar met zijn leven voor God heeft gekocht en zij als vrouw van het Lam een eenheid met Hem vormt.