Openbaring

Openbaring 21:24
De rechtvaardigen van alle eeuwen

De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof.

En de volken van de gered wordenden in het licht van haar zullen wandelen en de koningen van de aarde brengen de heerlijkheid en de eer van hen in haar.

In Openbaring 21:24 en 26 en 22:2 is sprake van volken die nog buiten de Godsstad zijn.
Zij zijn vanuit het dodenrijk op de vernieuwde aarde gekomen na het laatste oordeel.
Zij zijn de rechtvaardigen van alle eeuwen, die het evangelie van Jezus Christus niet hebben gekend en geen weet hebben gehad van de onzichtbare wereld.
Toch hebben ze altijd honger en dorst gehad naar de rechtvaardigheid.
Bij hen horen zij die de wet niet kennen, maar van nature doen wat de wet van hen vraagt, omdat deze nog in hun hart staat geschreven.
Ze hebben nog een goed functionerend geweten en ze zijn niet of nauwelijks gebonden of verleugend door demonen.

Zij horen bij de zuchtende schepping die nooit tot ontplooiing heeft kunnen komen door de pressie van de vijand.
We denken aan de vele rechtvaardigen die bij hun sterven een schuilplaats vinden (zie Spreuken 14:32).
We denken aan de rechtvaardige Lot die zwaar te lijden heeft onder de losbandige levenswandel van de wettelozen in zijn dagen (zie 2 Petrus 2:7-8).
We denken aan Ebed-Melech, de Ethiopiƫr en aan mannen als de barmhartige Samaritaan (als beeld) en vrouwen als Sifra en Pua, die voor het volk van de Heer hun leven wagen.

Ook denken we aan jong gestorven kinderen die nog geen onderscheid kennen tussen hun rechter- en linkerhand en dus zeker niet tussen goed en kwaad.
Verder zijn er de vele beschadigden die nooit tot geestelijke ontplooiing hebben kunnen komen.
Dezen zijn allemaal zonder geestelijk lichaam uit het dodenrijk gekomen.
Daarna zijn ze door de zonen van God bekend gemaakt met de schuldvergeving door Jezus Christus en met zijn eeuwige evangelie.
Hierdoor worden ook zij vernieuwd in hun denken en krijgen ze als gevolg van dit opnieuw geboren worden en de vervulling met de geest van God een geestelijk lichaam.

Al deze volken moeten nog door de poorten van het nieuwe Jeruzalem binnentrekken, in het licht van de gemeente gaan leven en genezen worden door de bladeren van de Levensboom, de liefde en de gaven van Gods heilige geest.

Wanneer de demonen vanuit het dodenrijk in de vuurpoel zijn geworpen, met allen die de duisternis liever hebben gehad dan het licht, begint de laatste fase van het herstel van alle dingen.
Vele miljoenen mensen die in hun leven overweldigd, misleid en beschadigd zijn, komen vanaf de goede kant van de onoverbrugbare kloof in de hades, op de herstelde aarde.

Ze zijn dan wel van al hun vijanden verlost, maar innerlijk nog gehandicapt en niet of minder ontwikkeld.
Zij hebben altijd het goede gewild en dit zoveel mogelijk gedaan, maar ze hebben zich niet in de geestelijke wereld kunnen verplaatsen.
Vaak hebben ze dingen gedaan die ze zelf niet gewild hebben, maar de weg tot verlossing en ontkoming is hun onbekend gebleven.
Zij hebben geen strijd tegen demonen gekend en dus hebben ze ook geen overwinningen kunnen behalen.

De besten onder hen worden ‘koningen van de aarde’ genoemd.
In hun leven is nog iets te herkennen geweest van het wezen van God en in veel opzichten hebben ze hiervan in hun leven iets kunnen uitwerken, bijvoorbeeld door het bewijzen van barmhartigheid en liefdadigheid.

De hele zuchtende schepping is buiten haar schuld en tegen haar wil onderworpen aan de demonen van zonde, ziekte, leugen, geweld en dood.
Op de nieuwe aarde zullen de bewoners ervan hersteld worden door de zonen van God naar wie ze altijd bewust of onbewust hebben verlangd.
Ook deze mensen moeten allemaal de ontwikkeling meemaken van een volkomen genezing tot de totale vervulling met de geest van God, zodat ook voor hen uiteindelijk zal gelden dat God alles is in allen.

Van deze koningen van de aarde wordt gezegd dat hun namen staan opgeschreven in het boek van het leven, hoewel niet in het boek van het leven van het Lam.
Allen mogen binnentrekken.
Ze mogen met een lofgewaad aan door Gods poorten binnengaan.
Om niet (gratis) heeft Hij hen vrijgekocht, hun schuld is weggedaan.
Ook voor hen geldt de heerlijke belofte:
Hierheen!
Hier is water,
voor ieder die dorst heeft.
Kom, ook al heb je geen geld.
Koop hier je voedsel en eet.
Kom, koop voedsel zonder geld,
koop wijn en melk zonder betaling
(Jesaja 55:1).

God wil zijn geest ook aan hen in overvloed geven!