Openbaring

Openbaring 21:25-26
Een schitterende opdracht

De poorten zullen overdag nooit gesloten worden en nacht zal het er niet meer zijn.
De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen.

En de poorten van haar geenszins worden gesloten overdag, nacht namelijk niet zal zijn daar.
En zij zullen brengen de heerlijkheid en de eer van de volken in haar.

Het beeld stelt voor dat de koningen van de aarde buiten de gemeentemuur zijn en nog binnen moeten komen.
Hoe meer rechtvaardigheid ze hebben, hoe groter hun eer en luister is, zoals ook de sterren onderling verschillen in schittering (zie 1 Korintiƫrs 15:41).
Deze rechtvaardigen hebben nu ieder hun eigen plaats in de Godsstad, elk met een eigen luister of statuur.
Tijdens hun leven op aarde hebben zij de volmaaktheid niet bereikt, omdat ze niet gedoopt zijn in de geest van God.

Velen gaan daarom innerlijk beschadigd de hemelse stad binnen, maar nu volgen zij de weg om de volmaaktheid te bereiken, bijgelicht door het licht van God, dat uit de gemeente van het nieuwe verbond straalt.
Want er staat dat God hen niet zonder ons de volmaaktheid wil laten bereiken (zie Hebreeƫn 11:40).
Wat voor een schitterende opdracht heeft de Heer aan zijn gemeente gegeven.
Zij overspant deze eeuw en de toekomende!
Zij, de gemeente, is dus in de stad van God als levende stenen en woningen die door het licht van de lamp verlicht worden.

Het nieuwe Jeruzalem is een open stad, dit wil zeggen dat er nooit meer gevaar dreigt.
De nacht is verdwenen en met haar iedere geestelijke duisternis.
Het gaat hier niet over het sluiten van poorten in verband met een beveiliging tegen het kwaad dat vooral ‘s nachts dreigt.
Het nieuwe Jeruzalem heeft deze voorzorgsmaatregel niet nodig.
De stad zal bevolkt zijn door mensen uit ieder volk en elke taalgroep en wel zij die de luister en eer van hun land vormen.
Zij zijn geen heersers op aarde, maar ze vertegenwoordigen het zout van de aarde.