Openbaring

Openbaring 21:27
God zoekt lichtdragers

Maar alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het boek van het leven staan, het boek van het Lam.

En geenszins komt binnen in haar al (het) ontheiligende en (het) doende gruwel en leugen, behalve de geschreven zijnde in het boek van het leven van het Lam.

Geen demon zal er in het nieuwe Jeruzalem zijn, geen onheilige of iemand die gruwelijke dingen doet of zich met de leugen inlaat.
Alleen zij die in God geloofd hebben, Hem gediend hebben en wie hun ongerechtigheid niet toegerekend is, zullen door de poorten binnengaan.
Hun namen zijn geschreven in het boek van het leven van het Lam, dat de zondeschuld van de hele mensheid vanaf Adam, op zich genomen heeft.

Aan het einde van dit hoofdstuk gaan we terug naar de grote toespraak die Jezus houdt als inleiding op zijn evangelie van het koninkrijk van de hemel.
Terwijl Hij op een berghelling zit, zegt Hij tegen zijn volgelingen:
Jullie zijn het licht in de wereld.
Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is
(Matteüs 5:14-15).

De Heer richt zich tot de mensen die zijn woord horen en dit ook vasthouden.
Ook wij willen in deze laatste dagen bij deze categorie horen.
We weten dat het echte leven dat Hij ons heeft gegeven, hét licht voor de mensen is.
Wanneer verspreiden wij dit licht?
Als we door de kennis en de kracht van het evangelie van het koninkrijk van de hemel bevrijd zijn van de demonen en van onze geestelijke wonden genezen zijn.
Want dan leven we als vernieuwde mensen.

God hééft aan ons gedacht en hééft ons bevrijding van de duisternis gebracht.
Wij mogen Hem nu, verlost uit de macht van de vijand, zonder angst dienen in heiligheid en rechtvaardigheid, zolang we leven.
God zoekt lichtdragers die een blij leven kennen en die dit blijvend in zich hebben.

Veel mensen zeggen nog dat God op wraak uit is en dat Hij zelfs gebruik maakt van de duisternis om ons te straffen.
De ark heeft op een donkere plaats in de tempel gestaan, want Gods tegenwoordigheid is steeds verborgen en onbekend geweest.
Wij hebben God nu leren kennen als de hersteller van het leven, die over ons zijn zon doet opgaan.
Een volgeling of leerling van Jezus zijn betekent een lichtdrager worden.
De Heer plaatst zijn volk op een hoger, geestelijk niveau en geeft hen het hemelse licht.
In hen functioneert het eeuwige leven, want dit kwaliteitsleven is in de rechtvaardige verborgen en het wordt in deze wereld door hem geopenbaard.

Ook ziet de Heer dan al deze lichtdragers bij elkaar en Hij spreekt van een stad op een berg, een hoge plaats, een plaats van licht.
Wanneer wij op zo’n hoog niveau leven, kunnen we niet verborgen blijven: we vallen op.
Het beeld van de bergbeklimmer past daarom zo goed bij ons.
Het spreekt ons bijzonder aan, want op de top van die berg zal de voltooide lichtstad zichtbaar worden.
Ze blijft niet verborgen, ook al heeft ze geen prominente plaats in de media.

Het evangelie van de luister van God gaat door, want zijn geest zal de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is (zie Johannes 16:8).
De Heer zal tot zijn recht komen in al zijn heiligen en met verbazing herkend worden in allen die in Hem en in zijn plan geloven (naar 2 Tessalonicenzen 1:10 NBG en grondtekst).
Dit Goddelijke plan heeft Jezus uitgelegd in het evangelie dat Hij zelf op de straten en de pleinen van de steden en dorpen heeft gebracht.
Namelijk het evangelie van het koninkrijk van de hemel.
Ons exclusief reclamemiddel is het licht van het leven dat wij uitstralen en de hoge weg die wij gaan.

Wij hebben geen zenuwachtige haast om het doel te bereiken, we hoeven niets met geweld te forceren, maar we laten ons ook door geen omstandigheid of demonenlegers tegenhouden.
Wat wij in de natuurlijke wereld nodig hebben, wordt ons toegeworpen en als de Heer zal vragen of het ons aan iets heeft ontbroken op deze hoge weg, zullen wij ontkennend kunnen antwoorden.

leder van ons is als een lamp en er zal licht uit ons stralen als wij het leven van God in onszelf hebben.
Dit licht mag niet verborgen blijven.
Want we hebben deel aan de Goddelijke natuur en daardoor aan het positieve leven.
Onze Heer zegt: jullie zijn het licht voor de wereld, voor de hele kosmos!
Hij benadrukt hierbij het voornaamwoord jullie en sluit anderen uit.
De wereld heeft het over de eeuw van de verlichting, lichtsteden, moderne cultuur, civilisatie en wetenschappelijke kennis, maar Jezus zegt tegen u en mij: jij bent het licht voor de wereld.

Hij zegt dit in een tijd van de grote denkers van de antieke wereld: beroemde Griekse filosofen als Plato, Aristoteles en Socrates.
Christenen zijn niet een licht, maar hét licht en door hen zal de wijsheid van deze wereld worden beschaamd.
Belijd daarom ook: ik ben het licht.
Inderdaad, dit vraagt veel geloof, maar dit moet toch voorop gaan.
Zo zeggen wij ook: ik ben een rechtvaardige om als een rechtvaardige te kunnen leven.
Religieuze demonen schreeuwen in je oor: je deugt niet, je bent een nietsnut en je bent slecht en duister vanaf je geboorte.

Jezus spreekt over een stad en over een lichtgevende lamp: want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer.
Ga de weg van de kinderen van het licht
(zie Efeziërs 5:8).
Dit is de antithese van het geloof en dit zal de wereld overwinnen.
Daarom verlangen wij ernaar voortdurend bezig te zijn met het plan en de gedachten van God.
We willen het leven dat Hij ons gegeven heeft niet verbergen, maar openbaren, naar buiten brengen in deze wereld.
Als we spreken, laten het woorden zijn als van God en als we iets doen, laat het zijn in lijn met zijn woord.

De voltooide stad van God boeit ons bijzonder, want het leven functioneert daar en zij zal haar licht uitstralen over de hele aarde.
Zij kan en mag niet verborgen blijven.
Jezus zegt ook nu: jullie horen bij de heilige lichtstad en jullie zijn bezig het nieuwe Jeruzalem of zelfs de tempel te vormen.
Buiten deze stad is er geen andere in het koninkrijk van God.
Naar onze innerlijke mens hebben wij al een plaats gekregen in de geestelijke wereld, geborgen in Christus Jezus.

Eeuwenlang nemen mensen hun plaats in deze stad niet in, want zij is voor hen verborgen.
Maar in deze tijd worden wij weer, evenals Johannes, in de geest meegenomen en geplaatst op een grote en hoge berg.
Vanuit deze positie willen ook wij proberen te begrijpen hoe deze stad tot haar volledige voltooiing en openbaring komt.
Christendom is een manier van leven, die zich kenmerkt door het doen van goede werken, dat wil zeggen: de werken van Jezus.
Zelf zegt Hij hierover:
Waarachtig, Ik verzeker jullie: wie op Mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader (Johannes 14:12).
Want: het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid (zie Efeziërs 5:9).

Wij willen daarom verdrukkingen niet uit de weg gaan, maar ons laten slijpen als diamanten, zodat de mens zoals God die bedoelt, uit ons tevoorschijn kan komen.
Dat is de echte geestelijke mens die naar de wetten van de geest of de wetmatigheden van God leeft en die meewerkt aan het herstel van de schepping.
Bij het begin van zijn optreden denkt de Heer al aan dit grote doel: aan de lichtstad en aan de lamp.
Hij geeft ons het voorbeeld van het doen van goede werken, zodat wij ons kunnen ontwikkelen en de berg Sion kunnen beklimmen om de top te bereiken.
Dat wil zeggen dat Gods geest zich ten volle in ons zal kunnen ontplooien in liefde, wijsheid en gaven.