Openbaring

Openbaring 21:6-8
Gratis drinken van het levende water

Toen zei Hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde.
Wie dorst heeft geef Ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft.
Wie overwint komen al deze dingen toe.
Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.
Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.’

En Hij zei tot mij: het is geworden. Ik ben de a(lfa) en de o(mega), het begin en het einde.
Ik aan de dorstende zal geven uit de bron van het water van het leven voor niets.
De overwinnende zal beërven alle (dingen) en Ik zal zijn voor hem (een) God en hij zal zijn voor Mij de zoon.
Voor bangen nu en ongelovigen en verafschuwden en moordenaars en hoereerders en tovenaars en afgodendienaars en voor al de leugenaars, het deel van hen (is) in de poel brandende met vuur en zwavel.
Dat is (de) tweede dood.

Weer hoort Johannes in zijn geest de stem van God klinken.
Zij verzekert dat alles voltooid is.
De tijd breekt aan dat alles hersteld zal zijn en dat de oneindige eeuwen gaan beginnen.
God is het begin (alpha) zowel van de oude als van de nieuwe schepping.
Hij is ook de voltooier (omega) van het door Hem ontworpen plan dat zich in eeuwigheid verder zal blijven ontwikkelen.
Bij God is geen stilstand, zoals staat in Johannes 5:17:
Maar Jezus zei: Mijn Vader werkt aan één stuk door en daarom doe Ik dat ook.
Buiten het woord van God, dat is Christus, is er vanaf het begin niets gebeurd en ook het einddoel is uit en door Hem.
De profetie houdt zich niet bezig met wat er na deze herstelperiode zal gebeuren.
Jezus zegt in Matteüs 28:20:
En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.
Dat is tot de afronding van de scheppingsperioden.

Nu herhaalt de Heer de belofte waarover Jesaja al gesproken heeft, dat uit wie dorst heeft, rivieren van levend water zullen stromen (zie Johannes 7:38).
Alleen zij die sterk verlangen naar rechtvaardigheid, krijgen deel aan het herstel.
Zegt Jezus niet:
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden
(Matteüs 5:6)?
Wie gelooft in de beloften van God en satan overwint, heeft een erfdeel in het koninkrijk van God.

De rechtvaardigen van het oude en het nieuwe verbond zullen allen hersteld worden en in de juiste verhouding tot God komen te staan.
Maar dit geldt ook voor hen die uit het dodenrijk zijn gekomen en die van nature volgens de (ingeschapen) wet van God hebben geleefd (zie Romeinen 2:14).

Ze kunnen niet meer door demonen geïnspireerd worden, ze willen uitsluitend nog de gedachten overnemen van hun God die zuiver en goed is.
Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn zoon zijn.
Dit betekent dat God hun Inspirator is, dat Hij hen leidt door zijn geest, want allen die door de geest van God worden geleid, zijn kinderen (grondtekst: zonen) van God (Romeinen 8:14).

Hij zal zijn woorden in hun hart leggen en in hun mond: hun gedachten worden vervuld met het plan van God en zij brengen dit ook naar buiten, geven er uitwerking aan.
En waar tegen hen gezegd is: Jullie zijn mijn volk niet zullen ze kinderen (grondtekst: zonen) van de levende God worden genoemd (Romeinen 9:26).
Sommige vertalingen hebben het over ‘kinderen’, terwijl in de grondtekst ‘zonen’ staat.
De eerste schepping begint met Adam die de zoon van God genoemd wordt en die koning of heerser is op de aarde.
De herschepping eindigt met de Zoon van God en een ontelbaar aantal mensen die allen zonen van de Allerhoogste zijn en die koningen zijn in zowel de hemel als op de aarde.

Maar ook wordt gewezen op de scheiding die er zijn zal tussen hen en van wie satan de vader of inspirator is (zie Johannes 8:44).
Wie de ongerechtigheid heeft liefgehad, heeft géén deel aan het koninkrijk van God.
Wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God (zie Galaten 5:21).
Eerst is sprake van de lafaards en van hen die ontrouw geweest zijn.
Zij hebben tegen beter weten in de strijd in de geestelijke wereld tegen satan ontweken en zij zijn gezwicht voor de invloed van de demonen.
Hun angst voor en afkeer van het bovennatuurlijke heeft zich altijd tussen hen en God in gesteld, zodat zij niet tot gemeenschap met de Heer hebben kunnen en willen komen.

Dan volgen de ongelovigen of zij die ontrouw zijn geweest aan het woord van God.
Zij hebben in hun leven de twijfel toegelaten en zich volledig gericht op het genot van het natuurlijke leven.

Dan komt de categorie mensen die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst.
De eersten zijn een prooi geworden van de demonen van geweld en de anderen hebben doelbewust contact gezocht met demonen die zich verbergen achter afgoden en met die uit het dodenrijk.

Als laatste groep in deze climax wordt gesproken over alle leugenaars of hen die de leugen hebben liefgehad.
Zij zijn het geestelijke nageslacht van hun vader, satan, en ze worden rechtstreeks door hem geïnspireerd.
Onder hen zijn zij die dwalingen bedenken en verkondigen.
Mede door hun invloed is de gemeente van Jezus Christus op een afschuwelijke manier ontspoord en is ze verworden tot een zeer grote schijngemeente.
Zo hebben zij meegewerkt aan de uitwerking van de profetie in Genesis 3:15 (NBG):
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en u zult het de hiel vermorzelen.
Hun lot is dat ze eindigen in de vuurpoel.

Wie niet gescheiden wil worden van de demonen, van welke soort ook, gaat met hen ten onder.
Hij of zij blijft verbonden met de concentratie van haat, leugen, onreinheid en ontbinding: dat is de tweede dood.