Openbaring

Openbaring 21:9
God alles in allen

Een van de zeven engelen met de offerschalen die gevuld waren met de laatste zeven plagen kwam op me af en zei: ‘Ik wil je de bruid laten zien, de vrouw van het Lam.’

En kwam tot mij één van de zeven engelen hebbende de zeven schalen, vol zijnde van de zeven plagen laatste.
En hij sprak met mij, zeggende: hierheen, ik zal tonen u de bruid van het Lam de vrouw.

De engel die spreekt, is hoogstwaarschijnlijk de laatste van de zeven die de schalen met de zeven plagen hebben.
Nadat deze zijn schaal leeggegoten heeft, klink een stem uit de tempel vanaf de troon: Het is voorbij! (zie Openbaring 16:17).

Dit is het teken dat Babylon en de hele antichristelijke gemeente ten onder gegaan zijn.
Deze zelfde engel laat nu de voltooiing zien van het koninkrijk van God en de laatste taak van de gemeente in verband met het herstel van de mens.
Johannes ziet een tijdperk waarin de gelovigen uit de hele mensheid hun staat van volmaaktheid bereiken.
Hun namen staan opgeschreven in het boek van het leven en ze hebben deel aan de tweede opstanding.
Daarna zal God alles in allen zijn.

De engel zegt: Ik wil je de bruid laten zien, de vrouw van het Lam.
Bruid en vrouw zijn begrippen die niet hetzelfde zijn.
Ze geven niet één partij aan, maar twee.
Bij vers 2 zien we al dat de bruid de gelovigen van alle eeuwen voorstelt.
De vrouw van het Lam is de gemeente, want tussen Christus en zijn volk is een verhouding als die tussen man en vrouw.
Het woord Lam herinnert ons eraan dat Jezus zijn volk (als een vrouw) heeft (vrij)gekocht doordat Hij voor haar zondeschuld heeft betaald met zijn bloed, dit is met zijn leven.
In dit visioen wordt de eenwording beschreven van de gemeente, waarin God woont, met de andere gelovigen.