Openbaring

Openbaring 22:14-15
Iedereen moet zelf kiezen

Gelukkig zijn zij die hun kleren wassen: zij kunnen over de levensboom beschikken en zullen de stad door de poorten binnengaan.
Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.

Zalig (zijn) de doenden de geboden van Hem, opdat zal zijn de volmacht van hen over de boom van het leven en door de poorten zij ingaan in de stad.
Buiten nu (zijn) de honden en de tovenaars en de hoereerders en de moordenaars en de afgodendienaars en elke liefhebbende en doende (de) leugen.

Naast de gemeente is er een tweede categorie gelovigen.
Het zijn de rechtvaardigen van alle tijden die de volmaaktheid nog niet bereikt hebben.
Hun kleren zijn gewassen, dat wil zeggen dat ze rechtvaardigen zijn en vermeld staan in het boek van het leven.
Daarom hebben ze recht op de bladeren van het geboomte van het leven voor genezing, zodat ze volmaakt gelukkig zullen worden, volledig hersteld en de volkomenheid bereiken.
Ze hebben deel aan de luister van het nieuwe Jeruzalem.

Buiten de stad is de vuurpoel waar de onrechtvaardigen zijn, de honden: de onzuiveren, de misleiders.
Dit zijn vooral de schijnpredikers die het Israël van God hebben teruggebracht naar wetticisme en schijnreligie, uiterlijke zaken die niets met het christelijke geloof te maken hebben.
Zij hebben de gelovigen beroofd van hun vrijheid in Christus.
In Filippenzen 3:2 waarschuwt Paulus voor hen:
Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze!

Dan zijn er de tovenaars, die in gemeenschap met demonen leven, de plegers van ontucht die het beeld van Christus en zijn gemeente schenden.

Verder: de moordenaars, die een mensenleven voortijdig beëindigen, ook en vooral zijn geestelijke leven, door hem in de leugen te laten geloven of te verleiden tot kwaad.

En de afgodendienaars, die geestelijke waarde hechten aan uiterlijke zaken, zoals: bezit, gebouwen en kleding, titels en ambten, beelden van heiligen en afgoden.

Tot slot worden zij genoemd die de leugen koesteren en ernaar handelen.
Ook zij plegen overspel in de geestelijke wereld door leringen van mensen en demonen te volgen.
Zij zijn nakomelingen van de vader van de leugen, satan.
Uw vader is de duivel en u doet maar al te graag wat uw vader wil.
Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest.
Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is.
Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen
(Johannes 8:44).

De conclusie is dat in de vuurpoel terechtkomen zij die doelbewust het plan van God (de waarheid) afwijzen en daarmee (automatisch) de kant van satan kiezen.
Zo komen zij meer en meer onder zijn invloed te staan, waardoor geweld en leugen vrij toegang hebben in hun leven.