Openbaring

Openbaring 22:3-4
De hoogste graad van geestelijk geluk

Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust.
De troon van God en van het Lam zal daar in de stad staan.
Zijn dienaren zullen Hem vereren en Hem met eigen ogen zien en zijn naam staat op hun voorhoofd.

En elke vervloeking niet zal (er) zijn meer.
En de troon van God en van het Lam in haar zal zijn.
En de dienstknechten van Hem zullen dienen Hem.
En zij zullen zien het aangezicht van Hem en de naam van Hem (is) op de voorhoofden van hen.

In het hemelse paradijs is geen slang, want deze hof ligt binnen de poorten van het nieuwe Jeruzalem.
Volgens de profetie in Zacharia 14:11 zal de stad weer een veilige woonplaats zijn, want er zal nooit meer vernietiging over worden afgeroepen.
Er zal niets meer zijn waar nog een vloek op rust.
Vervloeken betekent: overleveren aan de demonen met hun klimaat van het rijk van de duisternis.
In dit paradijs is niets meer dat van satan is of aan demonen herinnert.
Alleen God zal er zijn en het Lam, dat is Christus in en met zijn gemeente.
Want ook zij zit op dezelfde troon als het Lam, zoals wordt gezegd in Openbaring 3:21:
Wie overwint zal samen met Mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit.
Het eigenlijke heiligdom van de stad is de troon van God, dat is zijn liefde, kracht en heerschappij.
Zo is Hij hier zichtbaar tegenwoordig onder de uitgekozen gelovigen.

De dienaren van God zijn de rechtvaardigen uit de volken.
Zij zijn met God en het Lam door een band van eeuwige liefde en ontzag verbonden.
De naam van God staat op hun (geestelijke) voorhoofden, als teken dat ze voor altijd bij Hem horen en dat hun gedachtenleven doortrokken is van Gods wezen en plan.
In het oude verbond kan niemand God zien en leven, maar nu leven zij in eeuwigheid als geestelijke mensen in het meest optimale contact met Hem.
Dit betekent voor hen de hoogste graad van eeuwig geestelijk geluk!