Openbaring

Openbaring 22:7-9
Wachten op de vroege en de late regen

‘Ik kom spoedig!’
Gelukkig is wie zich houdt aan de profetie van dit boek.
Ik, Johannes, was het die deze dingen hoorde en zag.
En toen ik alles gehoord en gezien had, wierp ik me neer aan de voeten van de engel die me deze dingen liet zien, om hem te aanbidden.
Maar hij zei: ‘Doe dat niet!
Ik ben een dienaar zoals jij en je medeprofeten, en zoals degenen die zich houden aan wat er in dit boek staat.
Je moet God aanbidden.’

Zie, Ik kom spoedig.
Zalig (is) de bewarende de woorden van de profetie van boek dit.
En ik, Johannes, (was) de ziende deze (dingen) en horende.
En toen ik gehoord had en gezien had, viel ik (neer) (om te) aanbidden vóór de voeten van de engel, de tonende mij deze (dingen).
En hij zegt tot mij: zie toe (doe dit niet), (een) mededienstknecht van u namelijk ben ik en van de broeders van u van de profeten en van de bewarenden de woorden van boek dit.
God aanbid.

Vaker wordt benadrukt dat Jezus op korte termijn terugkomt (zie ook Openbaring 22:12 en 20).
Ook Jakobus zegt het al: de Heer zal spoedig komen (zie Jakobus 5:8).
Maar de Heer wacht totdat de vroege en de late regen gevallen is.
Als wij ervan overtuigd zijn dat wij in de tijd van de late regen leven, kan de terugkeer of het zichtbaar worden van de Heer in hen die geloven in zijn plan, niet lang meer duren.
In onze menselijke beleving is 2000 jaar erg lang, maar God rekent met eeuwigheden en bij Hem is er als het ware geen verschil tussen duizend jaar of één dag.

Wat door de profetie in het boek Openbaring tegen ons gezegd wordt, komt van Jezus zelf.
Hij zegt ook in Johannes 8:51:
Waarachtig, ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.
Wie God echt als Vader heeft, hééft nú dus al eeuwig leven en is nú al voor eeuwig gelukkig.

Wat Johannes allemaal ziet, is zo onbeschrijflijk machtig, dat het hem helemaal overweldigt.
Hij gelooft dat alles wat hij gezien heeft, waar is en als apostel is hij er zeker van dat hij de hele tijd door Jezus geïnspireerd is.
Als het ware ondertekent hij dit met zijn naam: Ik, Johannes.
Johannes weet dat zijn fantasie hem geen parten speelt, maar dat zijn innerlijke mens naar de hemel opgetrokken is geweest.
In het begin valt Johannes als dood neer aan de voeten van zijn Heer.
Dat is toegestaan, hij wordt dan niet terechtgewezen, maar Jezus legt zijn rechterhand, de kracht van de geest van God, op hem en spreekt hem toe.

Nu werpt hij zich voor de voeten van de engel neer met de bedoeling hem te aanbidden.
Deze wijst dit af en stelt zich op één lijn met de apostel als medewerker van God en met zijn broers, de profeten, die ook de woorden van God doorgeven, evenals de engel.
Over de engelen is geschreven:
Prijs de Heer, u die zijn boden bent,
sterke helden die doen wat Hij zegt,
gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.
Prijs de Heer, hemelse machten,
dienaren die doen wat Hem behaagt.
(Psalm 103:20-21).
Evenals de profeten worden zij door de Heer geïnspireerd.

De engel is de medewerker van hen die de woorden van God, die in het boek Openbaring opgeschreven staan, bewaren.
Dit houdt in dat zij deze in zich opnemen en er zich ook naar richten.
Ook Timoteüs wordt geadviseerd om de profetische woorden die over hem zijn uitgesproken, hem tot steun te laten zijn in de goede strijd die hij, toegerust met geloof en een zuiver geweten heeft te voeren (zie 1 Timoteüs 1:18-19).
We mogen Jezus aanbidden als Heer en de Vader als God, want alleen Hij zal uiteindelijk alles in allen zijn.
Wie daarbuiten gaat, komt op het terrein van de demonen, ook al verschuilen die zich achter ‘gestorven heiligen’, afgodsbeelden en afgodische rituelen en ceremonies.

Gods voltooide plan is tot eer van zijn naam en tot vergroting van zijn luister.
Als de gemeente de volmaaktheid bereikt heeft en als overwinnaar gereedstaat om de schepping te herstellen, wordt gezegd:
Wat God hier zegt, is betrouwbaar (zie Openbaring 19:9).
Ook daar werpt Johannes zich, in diepe bewondering voor het plan van God, voor de voeten van de engel om hem te aanbidden.
Ook daar wordt dit afgewezen.
Maar nu is er een nog véél groter herstelfeit zichtbaar geworden.
Want niet alleen de gemeente heeft de volmaaktheid bereikt, maar het hele nieuwe Jeruzalem is vol geworden van de geest van God.
Ook de profetische beloften hierover zijn betrouwbaar en worden nagekomen.

Alle rechtvaardigen van het oude en nieuwe verbond zijn nu volmaakt geworden.
Wat een onbeschrijflijk mooi uitzicht op herstel voor een ieder die God in waarheid dient!

Herstel: van opnieuw geboren worden, bevrijding en genezing, doop in en vol worden van de geest van God tot het bereiken van de gelijkvormigheid aan of het geestelijke niveau van Jezus Christus.

Waarheid: denken, spreken en leven vanuit het plan van God, dat Hij vanaf het begin van de schepping met ons voorheeft: het bereiken van het geestelijke niveau van Jezus Christus.

Daarom klinkt bij de openbaring van de gemeente: Je moet God aanbidden (zie Openbaring 19:10).
En bij de volledige voltooiing van het koninkrijk van God, waar oud en nieuw verbond samengevoegd worden, wordt óók gezegd: Je moet God aanbidden!
Dan is er één herder en één kudde.
Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, alles heeft in Hem zijn doel.
Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid.
Amen
(Romeinen 11:36).