Openbaring

Openbaring 3:10
God blijft ons altijd trouw

Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal Ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld.

Omdat u bewaard hebt het woord van de volharding van Mij, ook Ik u zal bewaren uit het uur van de beproeving zullende komen over de bewoonde wereld gehele, (om) op de proef (te) stellen de wonenden op de aarde.

Omdat zij trouw zijn aan de opdracht van Jezus om door te zetten (te volharden), kan ook Hij zijn trouw aan hen waarmaken.
Als wij niet trouw zijn aan het plan van God, blijft Hij ons wel trouw, maar Hij kan dit dan niet (in ons) uitwerken, omdat wij een keus gemaakt hebben voor de duisternis.
God dwingt niemand om voor Hem te kiezen, Hij verlokt ons door het evangelie!

Standhouden betekent: op de plaats blijven staan waar we staan, het geeft daarbij niet met welke soort tegenstand(er) we te maken hebben:
misleiding, verleiding, zonde, ziekte, pressie, geweld, vervolging, onderdrukking, teleurstelling, verbittering en noem maar op.
Het staat zo prachtig in Jakobus 1:2-4:
Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen ondergaat.
Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid.
Als die standvastigheid ook daadwerkelijk blijkt, zult u volmaakt en volkomen zijn, zonder enige tekortkoming.

Standhouden of volharden staat meestal in verband met onderdrukking.
In Romeinen 5:3-4 schrijft Paulus:
… we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt … (in de grondtekst staat voor ellende: onderdrukking), volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop.
In 2 Korintiërs 1:6 wordt gesproken over het volharden in hetzelfde lijden dat ook Paulus ondergaat.
Hij heeft het hier ook over een situatie van onderdrukking.

Johannes is naar het eiland Patmos verbannen om zijn volharding in de onderdrukking (Openbaring 1:9 grondtekst).
Jezus heeft niet alleen de opdracht gegeven om het evangelie aan te nemen, maar ook om te volharden in of vast te houden aan het woord van God.
Als dan onderdrukking en vervolging komen, kan satan het goede zaad (= het juiste inzicht in het plan van God) niet wegroven uit ons hart.
Hij kan ons niet misleiden of pressen om andere, foutieve gedachten te ontwikkelen of deze na te volgen.

De gemeente in Filadelfia voldoet met heel haar hart aan deze opdracht of dit advies van Jezus.
Zij heeft het evangelie en de liefdegaven van God niet alleen gekregen, maar ook vastgehouden en verder ontwikkeld, ook tijdens de onderdrukking die gekomen is.
Zij heeft de naam en de kracht van de Heer er niet bij laten zitten (vers 8) en daarom zal de Heer haar ook niet loslaten, maar beschermen.
De gemeenteleden moeten de beproeving of de onderdrukking niet als iets vreemds zien, want deze gaat over de hele wereld, zoals Petrus zegt:
Stel u tegen hem (satan) teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed (of: lijden) gebukt gaan (1 Petrus 5:9).

Heeft de Heer zelf niet gezegd:
Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld …? (zie Johannes 16:33).
Leert Paulus ons niet dat wij pas na veel beproevingen (of: onderdrukking) het koninkrijk van God binnen kunnen gaan? (zie Handelingen 14:22).
Deze onderdrukking wordt hier genoemd: de tijd van beproeving of verzoeking.

We zien dat hier niet speciaal gesproken wordt over de grote onderdrukking (of: verdrukking) aan het einde van de dagen waarover Jezus spreekt:
Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, (of: onderdrukking, verdrukking) zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen (Matteüs 24:21).
Hier gaat het over de onderdrukking die alle gelovigen van alle tijden en plaatsen ondervinden en waarin zij niet moeten toegeven aan de druk van de tegenstander.
Maar ze moeten het woord van God en de hoop op het eeuwige kwaliteitsleven, die hierdoor ontstaat, tot het einde toe (wanneer men de komst van de Heer in de gelovigen verwacht) onwrikbaar vasthouden.
Jezus belooft hier dat Hij de gelovigen in verzoeking of beproeving ook beschermen zal, want Hij is hen trouw.

De vraag is: hoe doet Hij dit?
Paulus schrijft:
U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn.
God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd:
Hij geeft u mét de beproeving
(beter: verzoeking) ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (1 Korintiërs 10:13).
Dit kan alleen als wij ook trouw zijn aan God, dat wil zeggen als wij ons in alle omstandigheden door Hem laten leiden.
Hoe?
Vooral door de liefde na te jagen en te streven naar (= ontwikkelen van) de gaven van de geest (zie 1 Korintiërs 14:1).

Ook door ons met blijdschap en verlangen te blijven verdiepen in Gods woord en de uitwerking daarvan in ons leven, zoals David zegt in Palm 119:16:
Ik verheug mij in uw wetten, uw woord zal ik niet vergeten, of zoals de NBG hier weergeeft: In uw inzettingen zal ik mij verlustigen!

Jezus heeft de Vader niet gevraagd om zijn volgelingen uit de wereld weg te nemen, maar wel of Hij hen beschermen wil tegen satan (zie Johannes 17:15).
Hij adviseert zijn leerlingen de wereld niet in te trekken (Jeruzalem niet te verlaten) voordat zij voorzien zullen zijn van de belofte van de Vader: zijn heilige geest (zie Handelingen 1:4).

Sommigen maken uit de tekst op dat Jezus zijn gemeente vóór de wereldwijde onderdrukking zal wegnemen.
Maar hier is geen sprake van deze grote onderdrukking, maar alleen van een beproeving van het volk van God van alle tijden en alle plaatsen en hier speciaal van de gemeente in Filadelfia.
Jezus is trouw aan zijn gemeente wanneer de tijd van de beproeving aanbreekt.
Dat houdt in dat de gemeente de steun van Jezus mag ervaren in deze periode van grote strijd.
Ze wordt er bovendien sterk door en de strijd wordt zeker in haar voordeel beslecht!

Gelovigen die strijd en verzoeking meemaken en daarin standhouden, zullen in de oorlog sterk (of: machtige helden) worden en vijandige legers op de vlucht doen slaan (zie Hebreeën 11:34).
God neemt zijn keurtroepen niet van de aarde weg voordat de definitieve worsteling met satan begint, maar Hij zet ze juist in om door middel van hen de totale eindoverwinning te behalen!