Openbaring

Openbaring 3:21-22
De mens samen met God op zijn troon

Wie overwint zal samen met Mij op mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit.
Wie oren heeft, moet horen wat de geest tegen de gemeenten zegt.

De overwinnende Ik zal geven hem (te) zitten met Mij op de troon van Mij, zoals ook Ik heb overwonnen en ben gaan zitten met de Vader van Mij op de troon van Hem.
De hebbende (een) oor hij moet luisteren naar wat de geest zegt aan de gemeenten.

Het is niet eenvoudig om in deze gigantische strijd overwinnaar op de aanrukkende demonen van de hel te zijn en te blijven.
Dit kan alleen door de kracht van Gods geest (in ons) en een rotsvast vertrouwen in het woord van God.
Deze belofte die aan de overwinnaars gegeven wordt, houdt het hoogste in, namelijk het zitten óp de troon van God, samen met Jezus!
Dit betekent aan de ene kant macht en autoriteit hebben over de demonen: hun invloed in alle opzichten uit het leven van mensen verwijderen en demonen zó machteloos maken.
In de tweede plaats betekent het zitten op de troon: met alle liefde, wijsheid en ontferming van God de gelovigen begeleiden tot het bereiken van het niveau van de volmaakte mens Jezus Christus.

Wij moeten op dezelfde manier overwinnen als Jezus dat doet en heeft gedaan:
U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed.
Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij
(Handelingen 10:37-38).

Ook deze gemeente met haar hoge roeping wordt aangespoord om goed te letten op wat door deze profetie wordt uitgesproken.
Als God nu zelf heel duidelijk zegt dat overwinning mogelijk is, moet zij nadrukkelijk afstand nemen van de dwaling dat gelovigen zondaar blijven tot hun dood aan toe.
Dat wil dus zeggen: altijd slaven blijven van de demonen.
Maar Jezus zegt heel duidelijk:
Waarachtig, Ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde.
Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig.
Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn
(Johannes 8:34-36).