Openbaring

Openbaring 3:3
Als een dief in de nacht

Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen.
Houd eraan vast en breek met het leven dat u nu leidt.
Maar als u niet wakker wordt, kom Ik onverwacht als een dief, op een tijdstip dat u niet kent.

Herinner u dus hoe u heeft ontvangen en u heeft gehoord en bewaar en bekeer u.
Als dan niet, u zult waken, Ik zal komen tot u als (een) dief en zeker niet u weet (op) welk uur Ik zal komen tot u.

Ook in Sardes is men, evenals in de gemeenten in Galatië, begonnen onder de leiding van de geest van God, maar tenslotte in het zichtbare uitgekomen.
Galaten 3:3:
Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen en niet langer op de geest?
Of zoals de NBG aangeeft:
Zijn jullie zó onverstandig?
Jullie zijn begonnen met de geest, eindigen jullie nu met het vlees?

Ze moeten weer terug naar het begin: opnieuw (geestelijk) horen en aannemen, zich losmaken van hun dwalingen en het in hen geplante woord van God zuiver vasthouden.
Ze moeten zich weer richten op het doel: het worden van mensen zoals door God bedoeld.
Ze moeten zich ontdoen van allerlei religieuze franje die hen het zicht op dit doel ontneemt.
Zij moeten weer in en vanuit het (geestelijke) koninkrijk van God gaan leven en daarbij de liefde en de begaafdheden van zijn heilige geest in zichzelf en in de gemeente ontwikkelen.
Maar als ze doorgaan met de uiterlijkheden waar ze nu mee bezig zijn, zal hun gemeente in niets meer verschillen van andere religies.
En zullen ze zich ook niet op de komst van Christus in zijn gelovigen kunnen voorbereiden.

Voor geestelijk gerichte gelovigen komt de Heer niet als een dief!
Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, want u bent allen kinderen (grondtekst: zonen) van het licht en van de dag.
Wij behoren niet toe aan de nacht en de duisternis
(1 Tessalonicenzen 5:4-5).

De komst van Christus in zijn gelovigen houdt voor deze gemeente de lakmoesproef in.
Voor hun eigen idee zijn ze fijn bezig: hun religieuze gevoel wordt bevredigd en ze denken God zó gunstig te kunnen stemmen.
Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging (Kolossenzen 2:23).

Velen van hen menen wel zo te kunnen doorgaan.
Maar omdat ze door hun uiterlijke gerichtheid niet in het volle licht leven, hebben ze geen oog voor de ontwikkeling van Gods plan in hun tijd.
De Heer komt voor zulke mensen wel plotseling, op een ogenblik dat ze het niet verwachten: het gaat langs hen heen.
Zo komt er in de geestelijke wereld een scheiding tussen hen en het echte Lichaam van Christus