Openbaring

Openbaring 4:1
Volstromen met Gods volkomenheid

Hierna had ik een visioen.
Er stond een deur open in de hemel.
De stem die me eerder had toegesproken met het geluid van een bazuin, zei nu:
‘Kom hierboven, dan laat Ik je zien wat er hierna gebeuren moet.’

Na deze (dingen) keek ik, en zie een deur geopend in de hemel, en de stem de eerste die ik hoorde (was) als van (een) bazuin sprekende met mij, zeggende kom omhoog hier en Ik zal tonen je welke (dingen) het is nodig (te) gebeuren na deze (dingen).

In de zeven brieven komt de ontwikkeling van de gemeenten aan de orde: hun strijd, hun nederlaag en hun overwinning.
Wat vóór de ‘laatste tijd’ op het christelijke erf allemaal aan geestelijke activiteit plaatsvindt, wordt in Openbaring 3:2 beschreven als niet-volmaakt, dus niet zoals God bedoeld heeft.
Hieruit blijkt dat de gelovigen het geestelijke niveau van Jezus Christus nog niet bereikt hebben.
In iedere gemeente zijn dingen te prijzen, maar er is ook vaak een ‘maar’.
Nu komt Johannes te weten wat hierna gebeuren moet.
Dus wat vastligt in het plan van God.

Zal het christendom na twintig eeuwen uitgaan als een kaars?
Want het lijkt toch geen stand te kunnen houden tegen de opkomende vloed van demonie?
Gelukkig kunnen we deze vragen ontkennend beantwoorden.
En wel omdat het boek Openbaring van Jezus Christus ons laat zien hoe Hij in de laatste tijd opnieuw op aarde verschijnt, maar dan in zijn gelovigen.
Dit is maar een betrekkelijk kleine groep mensen, maar zo is het in de geschiedenis altijd gegaan.
God kan helaas alleen maar een overschot, een rest, uit zijn schepping redden, zoals in de tijd van Noach en ook bij het volk Israël.
Het is altijd maar een (relatief) klein aantal mensen dat blijft geloven in het plan van God.
Zij volgen (als grote minderheid) de meerderheid in het kwaad niet.
Zij stellen hun geloof tegenover het ongeloof van de massa.

Noach en zijn familie worden in de zichtbare wereld gered uit de grote overstroming die over de aarde gaat.
Zo redt God in deze tijd een geestelijk volk uit het proces van zuivering dat een gevolg is van de toenemende zware pressie van het rijk van de duisternis, die over de hele wereld komt.

Jezus vertelt ons door de vergelijking van de tien verstandige meisjes dat zij juist met het oog op deze tijd van diepe duisternis hun olielampen in perfecte staat brengen (zie Matteüs 25:1-13).
Maar in deze periode verwachten ze dan ook de bruidegom, dit is een beeld van Jezus Christus die komt door volledig één te worden met zijn gemeente.

Het woord van God, profetieën en visioenen zijn in een geestelijk donkere wereld als lampen waarop we ons kunnen oriënteren.
Psalm 119:105:
Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.
En 2 Petrus 1:19:
Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen.
U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

Alsof we gebruik maken van gps-navigatie, zo kunnen we hierdoor de weg naar het eeuwige leven ongehinderd vinden en ook blijven volgen.
De wereld is een plaats van duisternis, dwaling en onkunde wat de eeuwige geestelijke dingen betreft.
En dus zijn we ‘verstandig’ als we het woord van God serieus onderzoeken, proberen de profetieën te begrijpen en vooral met ons hele wezen de bedoeling van God te omhelzen.
We moeten ons hier één mee maken en zo God (en zijn plan) lief krijgen met heel ons hart, onze ziel, ons verstand en onze kracht (zie o.a. Marcus 12:30).

Door Gods woord dat ons ook door de profetie duidelijk wordt, wordt ons gedachtenleven vernieuwd en richt het zich op het bereiken van de geestelijke volwassenheid.
Met hierbij als ons enige en grote voorbeeld: Jezus Christus.
Hiermee nemen wij de denkwereld van God over.
Daarom zullen we ook in onze gemeenten de geest van God niet uitdoven en de profetieën niet verachten die God ons ingeeft (zie 1 Tessalonicenzen 5:19-20).
Jezus zelf is het zuivere en volmaakte licht voor de wereld en dus ook voor ons, want Hij is de grootste profeet.
Zijn profeteren is volmaakt, want Hij kent de Vader zoals deze werkelijk is.

Hij is daarom de schitterende morgenster die de nieuwe dag of het nieuwe tijdperk vol leven en Goddelijke luister aankondigt.
Zijn komst in zijn gelovigen is de voorbode van die nieuwe toekomst, van de volmaakte dag waarop de zon van de gerechtigheid voorgoed zal opgaan.
Maleachi 4:2 NBG:
Maar voor u, die mijn naam vreest (= ontzag hebt voor), zal de zon van de gerechtigheid opgaan en er zal genezing zijn onder haar vleugels; u zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal.

Jezus (ver)schijnt in ons hart, beeld van onze innerlijke mens:
De God die heeft gezegd: Uit de duisternis zal licht schijnen, heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus (2 Korintiërs 4:6).
Het ópgaan van de morgenster wijst op een toenemende kennis en liefde van God in ons.
Als wij zó verlicht worden, denken we nooit dat we genoeg weten, maar zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus (zie Efeziërs 4:15).

Waar op de wereld vinden we zo’n onvoorstelbaar schitterend levensdoel?
Jesaja profeteert in verband met de laatste tijd over de rest van het volk:
Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de Heer.
Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar
(Jesaja 60:1-2).

Op de grens van het tijdperk waarin wij leven, in het laatst van de dagen, zal God zijn geest uitgieten op al wat leeft, dus op iedereen die een levend contact met Hem onderhoudt.
Ondanks en middenin het geweld van de demonen, uitgebeeld door bloed, vuur en rook (zie Handelingen 2:19) zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten (zie Handelingen 2:17).

Jezus illustreert de ontwikkeling door de eeuwen heen van het koninkrijk van God met de vergelijking van zaad dat in de grond gebracht wordt.
Marcus 4:28-29:
De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar en dan het rijpe graan in de aar.
Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.

Bij het sterven van Jezus wordt deze ‘graankorrel’ in de aarde gebracht.
Uit dit tarwegraan schiet de plant naar boven, eerst de halm en daarna de aar.
Beide zijn onmisbaar en toch zijn ze niet het doel.
Het gaat uiteindelijk om de vrucht die gelijk is aan wat in de grond gestopt is.
Zo zal de gemeente van de laatste tijd gelijkvormig worden aan Jezus Christus.
Maar deze kostbare opbrengst van het land komt pas dan als de vroege en de late regens gevallen zijn.
Jakobus 5:7:
Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt.
Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen.

We kunnen het laatste Bijbelboek zonder deze sleutelgedachte niet begrijpen.
Het gaat om een gigantische geestelijke strijd:
Aan de ene kant ontplooien satan en zijn demonen al hun krachten en willen ze zo de geestelijke en daarmee ook de wereldheerschappij grijpen.
Aan de andere kant openbaart zich de gemeente die gelijkvormig is geworden aan de Zoon door de kracht van Gods geest die overvloedig in haar is uitgegoten.
Zij heeft het advies van Paulus opgevolgd, zoals staat in Efeziërs 3:18-19:
Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.
Wie dit nog meer tot zich wil laten doordringen, wordt geadviseerd heel dit prachtige hoofdstuk in de brief aan de Efeziërs te lezen!

In deze wereld heeft de Heer zich bekendgemaakt als de verkondiger van het evangelie van het koninkrijk, als de vergever van zonden, als de bevrijder van door demonen gebonden mensen en bezetenen en als de genezer van zieken.
Zo is Hij geweest op aarde en door de doop in Gods geest krijgen de gelovigen de mogelijkheid ook in dit opzicht gelijkvormig aan Hem te worden.

Maar het boek Openbaring behandelt in tegenstelling hiermee ook het zichtbaar worden van de wetteloze mens.
2 Tessalonicenzen 2:3:
Laat u door niemand misleiden, op geen enkele manier.
De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd en de wetteloze mens verschenen is, hij die verloren zal gaan.
Wie vuil is, wordt nog vuiler; wie gebonden is, wordt nog meer gebonden.
Maar wie vrij is, wordt nog meer verlost van iedere band met de vijand.
Wie rechtvaardig is, openbaart nog meer rechtvaardigheid.

Door dit visioen krijgt Johannes nu met zijn geestesoog een rechtstreekse inkijk in de niet-zintuiglijk waarneembare wereld, de geestelijke dimensie.
Doordat hij ‘weggevoerd wordt in de geest’ wordt daar een deur voor hem opengedaan.
Opnieuw hoort hij de stem van Jezus, zoals in het begin in Openbaring 1:10.
Hij krijgt nu een nieuwe opdracht en daarvoor moet hij zijn geest losmaken van de aardse sfeer (‘kom hierboven’) en opstijgen naar de hemelse regionen.
Hij zal daar zien hoe de geschiedenis van de gemeente en de schijngemeente zich ontwikkelt.

Hij krijgt een toekomst ontsluierd waarin de problemen van de hele schepping opgelost worden.
Hij wordt bepaald bij de periode waarin zowel het onkruid als de tarwe tot volledige rijpheid komen.