Openbaring

Openbaring 4:2
In extase Gods heerlijkheid zien

Op hetzelfde moment raakte ik in vervoering .
Er stond een troon in de hemel en daarop zat iemand.

En terstond raakte ik in (de) geest en zie, (een) troon stond in de hemel en op de troon (een) Zittende.

We kunnen niet langs natuurlijke weg in de geestelijke wereld komen, maar wel in en met onze geest die niet aan tijd of plaats gebonden is.
Johannes mag een blik slaan in deze tijdloze, geestelijke of immateriële wereld die met het natuurlijke oog niet te zien is.
Wanneer hij in vervoering raakt of met zijn geest belandt in deze geestelijke dimensie, kan hij daar (dingen) ‘zien’.
Ook Stefanus ziet, als hij vol van Gods geest is, deze geestelijke werkelijkheid.
Handelingen 7:55-56:
Maar vervuld van de heilige geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei:
Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.

Deze eerste christelijke martelaar ziet de poort van de hemel wijd open en de Mensenzoon staan aan de rechterhand van God.
Petrus raakt in zinsverrukking en:
Hij zag hoe vanuit de geopende hemel een voorwerp dat op een groot linnen kleed leek aan vier punten op de aarde werd neergelaten (Handelingen 10:11).
Paulus, die het over zichzelf heeft, zegt:
Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen.
Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken
(2 Korintiërs 12:2-4).
Dit zijn geestelijke zaken die hij niet kan vertalen in woorden en beelden uit de zichtbare wereld.
De hemelse dingen, van de geestelijke en eeuwige wereld, hebben geen aardse dimensie.

Als Johannes om zich heen kijkt in deze geestelijke wereld, worden hem beelden van deze werkelijkheid getoond die hij als mens wél beschrijven mag.
Zo kunnen wij nu kennis opdoen van deze visioenen in het boek Openbaring.
Maar het is niet altijd zo eenvoudig om vanuit deze beelden de geestelijke realiteit te vinden.
Veel mensen hebben geprobeerd dit boek te verklaren, maar onderling zijn er veel verschillen in uitleg.
De leiding en de wijsheid van Gods geest zijn hierbij onmisbaar.
1 Korintiërs 2:13:
Daarover (over wat God ons in zijn genade heeft gegeven) spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke.

Mozes ziet de tabernakel van God die in de hemel is en hij moet deze in aardse vormen nabouwen.
In het nieuwe verbond begrijpen wij de bedoeling van de ceremonies van het oude verbond door het offer van Jezus Christus.
Wij kunnen deze overzetten vanuit het schaduwbeeld naar de hemelse werkelijkheid.
Kolossenzen 2:16-17:
Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.

Op de Pinksterdag ontvangen de volgelingen van Jezus de belofte dat de zintuigen van de geestelijke mens zullen gaan functioneren.
De zonen en dochters horen de stem van God en geven deze door in profetieën.
De ogen van de jonge mensen worden geopend en zij krijgen ‘gezichten’.
De oude mensen gaan ‘dromen’, wat betekent dat hun aardse bewustzijn plaatsmaakt voor de dimensie van het onzichtbare.

We begrijpen misschien eigenlijk nog te weinig van de Openbaring omdat we zo sporadisch in geestvervoering zijn geweest.
Onze innerlijke mens moet nog groeien, sterker worden en in kracht, wijsheid en liefde toenemen en dan zullen we alles, ook van dit boek, begrijpen.
De prachtige wens (en belofte) in Efeziërs 3:16-19 zal ons dit mogelijk maken:
Moge Hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.
Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Het is dus zó belangrijk om de liefde na te jagen en te streven naar de begaafdheden van de heilige geest van God (zie 1 Korintiërs 14:1).

Omdat we misschien soms nog zo weinig van het geestelijke begrijpen, is het moeilijk de afbeeldingen van de hemelse dingen helemaal goed te vertalen naar de onzichtbare werkelijkheid.
Daarom hebben de meeste christenen dan ook een voorstelling van de ‘hemel’, die niet veel anders is dan die van onze heidense voorouders met hun idee van het Walhalla als het toppunt van aardse genoegens.

Het komen in zinsverrukking of in de geest, in geestvervoering of buiten zichzelf zijn of in extase, het heeft allemaal niets te maken met een overstroming van het gevoelsleven, waar dit vaak mee wordt verward.
Paulus zegt in 2 Korintiërs 5:13:
Zijn we in extase, dan is het voor God; zijn we bij zinnen, dan is het voor u.
Met dit ‘buiten zichzelf zijn’ wordt een toestand van de geest bedoeld waarin er een intens contact met God is en waarin de buitenwereld als het ware even wordt vergeten.
Zo’n situatie kan zich voordoen tijdens het bidden of het bidden in een geestelijke taal, maar vooral bij het krijgen van een visioen of een openbaring van God.

Maar wie profeteert blijft altijd de macht over zijn eigen geest houden.
1 Korintiërs 14:32:
En wie profeteert heeft macht over zijn geest.
Bij religies waar demonen worden aanbeden, zien we dat dezen de menselijke geest hierdoor kunnen overweldigen.
Het gevolg hiervan bestaat vaak uit gruwelijke taferelen, waaronder zelfverminking, mensen- en kinderoffers en andere afschuwelijke zaken.

De geest van God, verbonden met onze menselijke geest, wil ons dingen laten zien en horen die van de geestelijke dimensie zijn, met name die van het koninkrijk van God.
Hij wil ook dat wij deze dingen bekendmaken, dus uitspreken, om daarmee de komst van zijn koninkrijk te bevorderen.
En daarmee verbonden, te werken aan de opbouw van het lichaam van de Heer, de gemeente.

Omdat Johannes in geestvervoering is, kan hij ook de troon van God zien.
Deze troon moeten we ons uiteraard niet natuurlijk voorstellen als een kostbare en rijk met goud en edelstenen versierde stoel ergens in de kosmos, waarop God zit.
God is geest en zijn troon bevindt zich daarom in de onzichtbare, geestelijke wereld.
Deze troon is geen stoel, maar het symbool van de almacht en de hoogste autoriteit van de Schepper van hemel en aarde.