Openbaring

Openbaring 4:9-11
Door lijden tot heerlijkheid

Telkens als deze wezens lof, eer en dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid leeft, werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor Hem die op de troon zit, en aanbidden Hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden:
‘U komt alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want U hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.’

En (telkens) wanneer zullen geven de levende wezens heerlijkheid en eer en dank aan de Zittende op de troon, aan de levende tot in de eeuwen van de eeuwen, zullen vallen de twintig en vier oudsten voor het aangezicht van de Zittende op de troon, en zij aanbidden de Levende tot in de eeuwen van de eeuwen en zij werpen de kransen van hen voor het aangezicht van de troon, zeggende: waard U bent, Heer (om) te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de macht, omdat U hebt geschapen het panta (al/alle(dingen) en door de wil van U zijn zij en zijn zij geschapen.

Nu de schepping volledig hersteld is, looft en prijst ook de gemeente haar Schepper hiervoor.
Want door middel van haar heeft God de schepping hersteld.
En nu dit gebeurd is, geeft de gemeente onder dank en aanbidding de heerschappij over aan God, de Vader, de Schepper.
In dit verband kunnen we van Jezus Christus, haar hoofd, lezen:
En op het moment dat alles aan Hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan Hem die alles aan Hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren (NBG: opdat God zal zijn alles in allen) (1 Korintiërs 15:28).
Er zal een volmaakte harmonie zijn tussen de Schepper en zijn schepping.

De schepping is onvoorstelbaar blij en roemt stralend van leven en volmaakt goed functionerend, zoals in het begin, haar Schepper.
Om God, de eeuwig Levende, concentreert zich tenslotte alle aanbidding en dank.
De 24 oudsten hebben in de autoriteit van Jezus Christus, dit is: door de kracht, de wijsheid en de liefde van Gods heilige geest dit herstelwerk uitgevoerd.
Daarom ook hebben ze hun overwinningskransen gekregen, de bekroning van hun werk.
Deze leggen ze voor God neer als teken van het teruggeven van hun macht aan God, waardoor ze aangeven dat wat ze gedaan hebben, zuiver en alleen het werk van God is.
Ze voegen zich ook bij de aanbidding door de levende schepping en verheerlijken, als vaders in het geloof, hun God.
Ze hebben Hem leren kennen als Hij die er is van vóór de oorsprong van alle dingen en die voor altijd blijft leven.
Hij blijft voor altijd leven in en met hen die Hij liefheeft en die Hem liefhebben en die zijn woord in hun leven hebben waargemaakt.
Alleen daarom is alles geschapen!

Het brengen van lof, eer en dank eindigt met een erkenning van Gods scheppende en herstellende majesteit.
Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, alles heeft in Hem zijn doel.
Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen
(Romeinen 11:36).
God alles in allen!
(zie 1 Korintiërs 15:28 en ook 1 Korintiërs 12:6 en Efeziërs 1:23).

Ook wij danken Hem als leden en vertegenwoordigers van de gemeente, want wij onderschrijven volledig wat Paulus zegt in Romeinen 8:18:
Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.
De overwinning is aan Gods kant en aan die van hen die (meer dan) overwinnaars zijn!