Openbaring

Openbaring 5:11-12
De enige erfgenamen van Gods rijkdom

Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden.
Met luide stem riepen ze: ‘Het Lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’

En ik zag en hoorde (een) stem van engelen vele van rondom de troon en van de levende wezens en van de oudsten en duizenden van duizenden, zeggende met (een) stem luide: waardig is het Lam geslachte (om)(te) nemen de macht en rijkdom en wijsheid en kracht en eer en heerlijkheid en zegen.

Johannes ziet daarna een groot aantal engelen die rond de troon van God en het Lam, de vier wezens en de 24 oudsten staan.
We moeten hun aantal niet willen uitrekenen, want Johannes gebruikt de grootste telwoorden van zijn tijd om daarmee te zeggen dat hij ontelbaar veel engelen ziet.
Dit ontzaglijk grote leger van engelen sluit zich in aanbidding aan bij de wezens en de oudsten.
Luid en duidelijk, vol ontzag voor Jezus Christus, erkennen zij dat Hij, doordat Hij zijn leven als offer heeft gegeven, recht heeft op alle rijkdom en macht in de geestelijke wereld.
En hiermee plaatsen ze zich ‘als één man’ achter Jezus en zijn gemeente bij zijn leidende functie in het herstelplan van God.
Zo maken ze waar wat in Hebreeën 1:14 staat:
Zijn zij niet allen dienende geesten, uitgezonden om hen bij te staan die deel zullen krijgen aan de redding (of: heil = herstel)?

Ook zij zien Jezus ‘met eer en luister gekroond’, zoals in Hebreeën 2:5-9 staat:
Welnu, de komende wereld, waarover wij hier spreken, heeft Hij niet onder het gezag van engelen gesteld.
Veeleer geldt dit getuigenis, ooit door iemand afgelegd:
Wat is de mens dat U aan hem denkt, het mensenkind dat U naar hem omziet?
U hebt hem voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst;
U hebt hem met eer en luister gekroond, alles hebt U aan hem onderworpen.
Doordat Hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld.
Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet; wel zien we dat Jezus – die voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst was, opdat zijn dood door Gods genade iedereen ten goede zou komen – vanwege zijn lijden en dood nu met eer en luister gekroond is.

De heilige engelen aanvaarden hier dat Jezus samen met zijn gemeente de enige erfgenaam is van alle rijkdommen van God.
Ze bevestigen dat de Zoon aangewezen is tot erfgenaam van alle dingen (zie Hebreeën 1:2 NBG).
Hun zevenvoudige lofprijzing loopt parallel aan de hulde die de vrijgemaakte schepping in het vorige hoofdstuk aan de Vader brengt.
Alles wat de Vader bezit en wat Hij aan Jezus en zijn gemeente kan overdragen, wordt uitgedrukt in de woorden:
macht, rijkdom en wijsheid, kracht, eer, lof en dank.