Openbaring

Openbaring 5:9-10
De gemeente uit alle volken

En ze zetten een nieuw lied in: ‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken.
Want u bent geslacht en met uw bloed hebt U voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal.
U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt.
Zij zullen als koningen heersen op aarde.’

En zij zingen (een) lied nieuw, zeggende: waardig U bent (te) nemen het boek en (te) openen de zegels van het, omdat U geslacht bent en hebt gekocht voor God ons met het bloed van U, uit elke stam en taal en volk en natie.
En U hebt gemaakt ons voor de God van ons koningen en priesters en wij zullen regeren op de aarde.

Al eerder hoort de hemel de lofzang tot eer van God, de Vader, de Schepper (zie Openbaring 4:8-11).
Nu klinkt er een nieuw lied tot eer en lof van de Zoon, de Herschepper.
Eerst worden in dit lied het respect en het vertrouwen erkend dat de Zoon van de Vader gekregen heeft.
Duidelijk wordt meegedeeld op welke grond en op welk recht dit gebaseerd is.

Jezus heeft door het aanbod of het offer van zijn leven de mens(heid) volgens het hemelse recht vrijgekocht uit de heerschappij van satan.
Deze laatste heeft daardoor geen ‘wettige basis’ meer om de mens die gelooft in deze vergeving van zijn schuld, nog langer aan te klagen.
Verder heeft Jezus de eerste aanzet gegeven voor het herstel van de mens naar geest, ziel en lichaam en hiermee ook voor de vernieuwing van de hele schepping.
Dit gaat door totdat het doel van God is bereikt: de volmaaktheid.
God alles in allen.

Duidelijk komt hier ook naar voren dat het nieuwe verbond niet aan een bepaald volk of ras gebonden is.
De profeet Jesaja zegt:
Hij zei: Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin.
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die
(het heil dat) Ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt (Jesaja 49:6).
De profeten hebben geprofeteerd over het tonen van de liefde van God aan de gemeente van het nieuwe verbond.
1 Petrus 1:10:
Wat die redding (soteria = herstel) inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade die ú ten deel zou vallen.

Deze gemeente bestaat uit een zeer groot aantal gelovigen, tot aan de uiteinden van de aarde, dus van over de hele wereld en van alle tijden.
Het herstelplan van God is het eerst in het land Israël begonnen, maar het is uiteindelijk bedoeld voor de hele mensheid.
Dit wordt nader uitgewerkt door het geestelijke volk van God, dit is de gemeente van Jezus Christus.
Naast deze gemeente is er geen andere gemeente en naast dit geestelijke volk is er geen ander volk (meer) dat een aparte rol speelt in het herstelplan van God.
De Bijbel zegt daar niets over!

De vertegenwoordigers van schepping en gemeente spreken niet alleen over de liefde van God omdat onze zondeschuld vergeven is door het offer van het Lam.
Ze hebben het ook over de geestelijke rijkdom en de overvloed van Gods liefde die hierna komt: de gelovigen krijgen de autoriteit om te heersen als koningen over iedere vorm van duisternis.

Bovendien kunnen zij als priesters optreden voor de mensen om hen heen, dat wil zeggen dat zij hen in contact brengen met God en hen zo zijn liefde laten ervaren.
Jezus is de Koning van deze koningen en ook hun Hogepriester.
Hij is en blijft de belangrijkste en daarom is en blijft Hij ons voorbeeld om in alle opzichten na te volgen.

Ook wordt nog meegedeeld dat de gemeente die verzameld wordt uit alle landen, stammen en taalgroepen, niet alleen in de geestelijke wereld een heersende taak heeft, maar deze later ook op aarde zal uitvoeren.
Want ook daar zal elke duisternis moeten wijken voor het licht.