Openbaring

Openbaring 6:14
Meer liefde voor genot dan voor God

De hemel scheurde los en rolde zich als een boekrol op.
Geen berg of eiland bleef op zijn plaats.

En hemel week terug, als een boek opgerold wordende en elke berg en eiland uit de plaatsen van hen werden bewogen.

De grote massa gelovigen houdt dus steeds minder rekening met geestelijke werkelijkheden.
In hun beleving wijkt de ‘hemel’ terug als een boekrol die wordt opgerold.
Ze leven ‘als in de tijd van Noach’ omdat ze alleen nog maar gericht zijn op de natuurlijke dingen en meer liefde voor genot hebben dan voor God.
De onzichtbare wereld is voor hen als een boekrol die steeds verder dicht gaat.

Bergen en eilanden zijn beelden van geestelijke machten:
bergen zijn de machten op aarde en eilanden zijn bergen in zee, beide dus machten in de religieuze wereld.
Deze geesten worden van hun plaats gerukt, dat wil zeggen: ze verliezen hun basis en daarmee ook hun status, macht en invloed.

Deze geestelijke gebeurtenissen werken ook uit in de zichtbare wereld.
De vooraanstaanden en leidinggevenden op aarde raken hun gezag kwijt en komen in paniek als ze merken dat het oude en bestaande aan het verdwijnen is.
Want door het ondermijnende werk van de op aarde gevallen demonen houden de mensen geen rekening meer met het gezag van mensen die boven hen staan.
Ze spotten met dit gezag en ze zijn niet langer geïnteresseerd in de opbouw van het politieke, maatschappelijke en religieuze leven.

Het gezag bestaat uit de samenwerkende menselijke geesten die orde en regelmaat op aarde bewaren en bevorderen.
Daarom willen zij de in de mens ingeschapen wetten (of: wetmatigheden) van God zoveel als in hun vermogen ligt, handhaven.

Dezelfde tendens van gezagsondermijning zien we ook in de schijngemeente zich ontwikkelen.
Ook de kerkelijke organisaties en gemeenten worden geleid en bijeengehouden door menselijke geesten.
Voorzegd wordt dat de wetteloosheid volledig wordt, want geen enkele berg of geen enkel eiland blijft op zijn plaats.
Zowel wereld als schijngemeente veranderen in een onbestuurbare chaos.

In Jesaja 3 staat dat de Heer elke ‘stut en steun’ uit Jeruzalem en Juda wegneemt.
Het eindigt met:
Hij stelt kinderen als koning aan, willekeur zal er regeren.
Niet dat God zelf dit bewerkt, maar dit alles is een gevolg van het ‘vallen van de sterren op de aarde’, zoals vers 13 aangeeft.
Als we om ons heen kijken zien we dat deze dingen bezig zijn zich te ontwikkelen en dat we nu vrijwel zeker in de tijd van het zesde zegel leven.