Openbaring

Openbaring 6:3-4
Moord en doodslag in de kerkgeschiedenis

Toen het Lam het tweede zegel verbrak, hoorde ik het tweede wezen zeggen: ‘Kom!’
Er verscheen een ander, vuurrood paard.
De ruiter kreeg de opdracht om de vrede uit de wereld te verdrijven, zodat men elkaar zou afslachten.
Hij kreeg een groot zwaard.

En toen Het opende tweede zegel, hoorde ik het tweede levende wezen zeggende: kom en kijk.
En kwam tevoorschijn (een) ander paard rood en aan de zittende op het werd gegeven aan hem (te) nemen de vrede weg van de aarde en opdat elkaar zij slachten en er werd gegeven aan hem (een) zwaard groot.

De paarden die nu komen zijn niet wit, maar gekleurd en daarmee zijn ze symbolen van de demonen.
We zijn, samen met Johannes, nog steeds in de geestelijke wereld (zie Openbaring 4:1).
Daar verschijnt het eerste paard als woord van God en volgen ook de andere paarden.
Ook het vuurrode paard is beeld van een geestelijke macht, maar de rossige kleur wijst op het demonische van dit dier en op bloedvergieten, het aantasten van leven.
De ruiter op het witte paard, Jezus, zegt in Johannes 14:27:
Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan.

Waar Hij overwint, komen harmonie, blijdschap en rechtvaardigheid.
De schijngemeente heeft de vrede op aarde niet gebracht en heeft deze zelfs niet binnen de eigen muren kunnen bewaren.
De ‘kerkgeschiedenis’ is die van Babylon:
Ik zag dat de vrouw dronken was van het bloed van de heiligen en het bloed van hen die van Jezus hadden getuigd (Openbaring 17:6).

Het is verklaarbaar om hier te gaan vertellen over het onmetelijke lijden en het op zeer grote schaal vervolgd, gemarteld en vermoord worden van ‘ketters’ en ‘sektariërs’ binnen het zogenaamde christendom.
Dit alles ook nog eens in de naam van God!
En om te gaan uitweiden over al het andere zichtbare geweld waaraan de schijngemeente zich schuldig heeft gemaakt.
Van het verbranden van zogenaamde heksen, het organiseren van moorddadige kruistochten naar het ‘heilige land’, van het uitoefenen van militaire en politieke tirannie en dit alles in naam van God!
Van de wreedheden van de inquisitie, de godsdienstoorlogen, de scheuringen, de verbanningen, de excommunicaties, de schavotten en de brandstapels.
En dit alles in de naam van God!

Maar in de Openbaring gaat het om geestelijke zaken, we zijn nog altijd in de geestelijke wereld!
Dus moeten we om de eenheid van de uitleg van dit boek vast te houden, deze beelden geestelijk blijven verklaren.

De ruiter op het rode paard is de grootvorst van het religieuze geweld.
Het rijk van satan bestaat uit een aantal machtsgebieden of regionen.
We kunnen denken aan de volgende: ziekte, zonde, misleiding, verleiding, geweld en uiteindelijk de dood.
Dit alles kan zowel geestelijk als natuurlijk zijn.
Dit zijn dé middelen van satan om de mens te scheiden van God, die wil dat wij gezond zijn en dat we een zuiver geweten hebben en een gezond en gelukkig leven leiden.
En die wil dat we op de hoogte zijn van zijn waarheid die in ons uitgewerkt wordt zonder kracht of geweld, maar alleen door zijn geest.
Tot slot wil God ons het eeuwige leven in het licht geven.

Het is satan gelukt, om in samenwerking met de grootvorst van de misleiding, door middel van niet-christelijke religies de vrede van God over de hele aarde (grondtekst) weg te nemen.
Let wel: ‘aarde’ is beeld van de aardsgerichte, religieuze mens(heid).

De ruiter krijgt een groot zwaard, dit wil zeggen: hij krijgt de beschikking over een grote diversiteit aan invloedrijke religieuze en andersoortige filosofieën en ideologieën.
Deze maken de mens ondergeschikt aan de demonen die ze hierdoor gaan dienen en aanbidden.
Dit werkt zowel geestelijk en zichtbaar geweld uit in de schijngemeente als in vrijwel alle andere religies.
Inderdaad: de oorzaak is geestelijk, het gevolg wordt ook zichtbaar in de aardsgerichte mens.
Zo is het ook met de gemeente: Gods geest en zijn werken zijn geestelijk, maar deze worden zichtbaar in de gelovigen.

De ruiter op het witte paard en de andere ruiters trekken samen op.
Jezus vertelt al eerder over het samen opgroeien van tarwe en onkruid.
Beide moeten tot hun volle ontwikkeling komen, zodat er in de tijd van de oogst geen verwarring meer mogelijk is.