Openbaring

Openbaring 6:7-8
Occultisme, pest of zwarte dood

Toen het vierde zegel werd verbroken, hoorde ik het vierde wezen zeggen: ‘Kom!’
Toen zag ik een vaalgeel paard.
De ruiter heette Dood en Rijk van de dood vergezelde hem.
Zij kregen toestemming om op een vierde deel van de aarde dood en verderf te zaaien, door middel van het zwaard, hongersnood, dodelijke ziekten
(grondtekst: dood) en wilde dieren.

En toen Het opende de zegel de vierde, ik hoorde (de) stem van het vierde levende wezen zeggende: kom en kijk.
En ik zag en zie, (een) paard vaal en de zittende bovenop het (de) naam aan hem (was) de dood en de onderwereld volgt met hem en (er) werd gegeven aan hen (vol)macht (om)(te) doden op het vierde van de aarde met (het) zwaard en met honger en met (de) dood en door de wilde dieren van de aarde.

Babylon is een droevige werkelijkheid.
Miljoenen mensen op de wereld heten ‘christen’, maar de meesten van hen zijn niet opnieuw geboren en zij zijn dus geestelijk dood.
Ze zijn in de geestelijke wereld een prooi van de demonen die hen hebben ‘gedood’ door hun zwaard van leugenachtige leringen en door de honger.
Dit laatste wil zeggen: gebrek hebben aan kennis van en inzicht in het woord van God.
Het gaat hier dus over dat gedeelte van de mensheid, ongeveer een kwart, dat zich christen noemt en op wie de demonen hun dodelijke uitwerking hebben.

Pest, honger en een toename van het aantal wilde dieren zijn bekende gevolgen van een oorlog.
Johannes noemt deze hier dan ook als (geestelijke) doodsoorzaken.
Nogmaals, we moeten wel blijven vasthouden dat het in dit boek om de openbaring van geestelijke zaken gaat en dus niet om een natuurlijke betekenis van deze woorden.
Sommige uitleggers hebben het over toekomstige pestepidemieën en over jakhalzen, leeuwen, slangen en andere wilde dieren.
Maar wij denken niet dat de wereld aan een rattenziekte als de pest zal bezwijken.
Sinds de grote ramp drie eeuwen geleden in Londen kennen Europa en de beschaafde landen deze ziekte nauwelijks meer.
Influenza-epidemieën zijn vaker voorgekomen en ze zijn zelfs groter geweest.
De zogenaamde Spaanse griep is een pandemie (besmettelijke ziekte over de hele wereld) die miljoenen slachtoffers heeft gemaakt.
Wat de wilde dieren betreft is het al zover gekomen dat de mens ze juist tegen een volledige uitroeiing, in reservaten, beschermen moet!

Maar er bestaat wel een geestelijke zwarte dood of pest.
In 1 Johannes 5:16-17 staat het volgende:
Als iemand zijn broeder of zuster een zonde ziet begaan die niet tot de dood leidt, moet hij voor hem of voor haar bidden en zo de zondaar het leven geven.
Dit geldt wanneer er sprake is van een zonde die niet tot de dood leidt.
Er bestaat ook zonde die wel tot de dood leidt.
In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet.
Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood.

De Bijbel heeft het hier over zonde die de dood tot gevolg heeft, waarmee bedoeld wordt dat deze zonde rechtstreeks in de geestelijke wereld plaatsvindt.
Door hiermee bezig te zijn, zoekt de mens (bewust of onbewust) zelf contact met de demonen die daardoor ongehinderd bij hem kunnen binnenkomen en hem zo kunnen voorzien van (het klimaat van) de dood.
We kunnen hier noemen:
geestelijke dwalingen, toverij, hypnose, telepathie, magnetisme, spiritisme, astrologie, occulte godsdiensten, wichelroede lopen, gebruik maken van paragnosten, genezing door strijkers, waarzeggerij, yoga, meditatie, enzovoort.

In Babylon wordt iedere vorm van deze zonde gevonden.
Bijvoorbeeld het aanroepen van Maria of andere ‘heiligen’, dat wil zeggen contact zoeken met doden; dit is een vorm van spiritisme.
Dan is er een contact onderhouden met het voorgeslacht door het handhaven van voorouderlijke instellingen en leringen.
Hoe ouder een relikwie, symbool of belijdenisgeschrift is, hoe meer eerbied ervoor bijgebracht wordt.
Evenals bij primitieve volken oefenen de geesten van de voorouders zo hun invloed uit.
Maar achter deze geesten schuilen de demonen die met hen verbonden zijn of zich voor hen uitgeven.
De mens die met God leeft, mag alleen geleid worden door Gods geest en hij past hiervoor op!

Wilde dieren zijn in de Bijbel het symbool van demonen.
Jezus zegt in Lucas 10:19:
Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.
Babylon is een woning van vuile geesten, bokken, hyena’s, jakhalzen en vuile vogels en elk vies en afschuwelijk dier
(zie Jesaja 13:21-22 en Openbaring 18:2).
Deze demonen jagen de mensen op en drijven hen aan tot de gruwelijkste misdaden, zowel wat henzelf betreft (denk aan zelfpijniging en allerlei vormen van onthouding), als gericht tegen de echte volgelingen van God.

De ‘kerkgeschiedenis’ geeft veel voorbeelden hoe demonen mensen gebruiken om miljoenen ‘andersdenkenden’ op de wreedste manieren te folteren en te doden.
En dit alleen omdat zij het wagen van mening te verschillen met de visie van de officiële en traditionele kerk(en).
Wanneer hierna het vijfde zegel verbroken wordt, horen we deze martelaars om het woord en om het getuigenis dat zij hebben, God aanroepen.

De volgorde van de manier waarop het geestelijke leven geliquideerd wordt, is merkwaardig.
Eerst worden de mensen door leugenachtige visies, het zwaard, van de goede weg afgeleid.
Ze krijgen nu geen echte geestelijke voeding meer, zodat ze door de honger gekweld worden.
Het gevolg hiervan is dat zij om deze geestelijke honger te stillen, iets gaan zoeken bij en verwachten van leugenachtige visies en ook van het occultisme.
De mensen gaan hopen op genezing bij een magnetiseur of willen de toekomst weten door middel van een waarzegger of verlangen naar ondersteuning door ‘heiligen’ of denken voordeel te hebben van de inzichten van hun voorouders.
Het gevolg is steeds hetzelfde: de occulte geesten uit het rijk van de dood nemen op die manier bezit van hun innerlijke mens.