Openbaring

Openbaring 7:11-12
Het voor óns bestemde evangelie

Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen.
Ze bogen zich diep neer voor de troon en aanbaden God met de woorden:
‘Amen! Lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen.’

En al de engelen stonden rondom de troon en de oudsten en de vier levende wezens en zij vielen (neer) voor het aangezicht van de troon op (het) aangezicht van hen en zij aanbaden God,
zeggende: amen; het zegenen en de heerlijkheid en de wijsheid en het dankzeggen en de eer en de macht en de kracht (is) aan de God van ons tot in de eeuwen van de eeuwen, amen.

Als Paulus het in 2 Tessalonicenzen 1:7 over de openbaring van de Heer Jezus heeft, merkt hij op dat de heilige engelen hier heel nauw bij betrokken zijn.
Ook nu staan zij om de troon, vol verlangen om in actie te komen.
Midden in het vuur van de beproevingen dat door de demonische legereenheden veroorzaakt wordt, ondersteunen zij de zonen van God.
We zien dit ook in Openbaring 12:7:
Toen brak er oorlog uit in de hemel.
Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak.

En in Daniël 12:1:
In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk terzijde staat.
Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan.
In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend.

Voor al deze engelen geldt dat zij dienende geesten zijn om hen die erfgenamen zijn van de luister van God, te ondersteunen (zie Hebreeën 1:14).
De openbaring van Jezus is:
Wanneer Hij komt, om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen die tot geloof gekomen zijn (2 Tessalonicenzen 1:10 NBG).
Twee keer zegt de apostel Paulus dat Christus in zijn volk zichtbaar zal worden, in zijn heiligen en in allen die tot geloof gekomen zijn.
Christus is in u, Hij is uw hoop op de Goddelijke luister (zie Kolossenzen 1:27).

We zien in Openbaring 4:4 de 24 oudsten als de vertegenwoordigers van het koninklijke priestergeslacht: de gemeente.
Nu zien we de oudsten als de vertegenwoordigers van de twaalf stammen van het geestelijke Israël.
In het nieuwe verbond vertegenwoordigen zij hier de gemeente van alle tijden en plaatsen.
Zoals bij het volk Israël de oudste stamhoofden de vertegenwoordigers van het volk bij de koning zijn, zo zijn hier deze presbyters de representanten van de hele gemeente.
Let op dat het een visioen is, een beeld en dat we daarom niet moeten gaan uitzoeken wie deze oudsten toch wel zullen zijn.
De vier dieren zijn in dit beeld de vertegenwoordigers van de schepping.

Engelen willen erg graag doordringen in de verborgen dingen die te maken hebben met het plan van God.
Dit niet uit nieuwsgierigheid, maar uit verlangen om actief te kunnen worden in dienst van de gelovigen die zich ernaar uitstrekken om een afbeelding van Jezus Christus te worden.
1 Petrus 1:12:
Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor u en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige geest die vanuit de hemel werd gezonden.
Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen.

Samen met de engelen ziet ook de gemeente van alle tijden onophoudelijk uit naar de realisering van dit doel.

Behalve de gemeente en de engelen verlangt ook de schepping naar de vrijheid die de zonen van God zullen brengen.
De luister van God komt pas volledig tot haar recht als de gemeente volledig in de voetstappen van haar Heer gaat.

De lofprijzing in onze tekst begint en eindigt met een amen.
Dit is dus een dubbele bevestiging dat wat ertussen staat waar en zeker is.
God voltooit zijn plan, dat is zeker en God overwint op de vijand, dat is waarheid.
Daarom zijn de gelovigen voor altijd vol ontzag, eerbied, lof en liefde voor deze oneindig goede en machtige God!
Tot slot zal Hij alles zijn in allen: Hij zal ons totaal vullen met zijn wezen!
Haast onvoorstelbaar!

De wijsheid waarmee Hij alles tot stand heeft gebracht, zal blijvend bij Hem zijn.
De schepping zal Hem daar eeuwig dankbaar voor zijn.
Tot in de eeuwen van de eeuwen, dus in alle perioden die nog volgen, zal alleen God de eer krijgen en niemand anders.
Want dan is het bewezen dat zijn macht en gezag, zijn kracht en sterkte en zijn wijsheid en liefde identiek zijn met zijn Goddelijke wezen.
Dit is zijn luister.

Het volk van God, de gemeente, is vol van vreugde dat ze steeds meer de Goddelijke kwaliteiten in haar midden ervaart.
Deze mag ze ontlenen aan de grote luister van God die uitsluitend licht en liefde is.