Openbaring

Openbaring 8:8-9
Sion versus Babylon

De tweede engel blies op zijn bazuin.
Iets dat eruitzag als een grote berg, waar de vlammen uitsloegen, werd in zee gegooid.
Een derde deel van het water werd bloed, een derde deel van alle in zee levende wezens ging dood en een derde deel van de schepen verging.

En de tweede engel blies op de bazuin en (iets) als (een) berg grote met vuur brandend werd geworpen in de zee; en werd het derde (deel) van de zee bloed.
En stierf het derde (deel) van de schepsels in de zee hebbende zielen en het derde (deel) van de schepen werd volledig verwoest.

Ook bij de tweede bazuin zijn we ons ervan bewust dat het boek Openbaring een aaneenschakeling van visioenen is.
Deze worden alle beschreven in symbooltaal.
We kennen deze manier van uitdrukken bijvoorbeeld door het gebruik van verkeerstekens: achter één plaatje schuilt voor iedereen die hierin geschoold is, een duidelijke betekenis.
Door middel van symbolen of afbeeldingen wordt ons nu inzicht verschaft in de onzichtbare, geestelijke wereld.
De verborgen of niet-zintuiglijk waarneembare dingen van het koninkrijk van de hemel worden ook hier door middel van ‘tekeningen’ of ‘vergelijkingen’ ont-huld of ont-sluierd.
Door Gods geest geleid krijgen we zo een scherp zicht op het plan van God, zoals onder andere staat in Jesaja 25:7:
Op deze berg vernietigt Hij het waas
dat alle volken het zicht beneemt,
de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.
of, zoals de NBG-vertaling het misschien nog duidelijker zegt:
En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert en de bedekking, waarmee alle volken bedekt zijn.

Johannes ziet hoe iets wat lijkt op een grote berg, waar de vlammen uitslaan, in zee gegooid wordt.
Ook dit visioen gaat over de geestelijke wereld en we moeten hierbij dan ook niet denken aan een vulkaan die in zee stort.
In Marcus 11:23 zegt Jezus:
Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt:
Kom van je plaats en stort je in zee, en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren.

Hier bedoelt Jezus dat wij demonen kunnen uitdrijven, hoe groot en sterk ze ook mogen zijn.
‘Kom van je plaats (ga uit de mens) en stort je in zee (ga naar het rijk van de dood).’

Bergen zijn symbolen van geestelijke machten.
Zo wordt ook Gods geest voorgesteld als een heel hoge berg, waarop de gemeente, de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem gebouwd is (zie Openbaring 21:10).

We kunnen geen enkele geestelijke macht wat betreft grootte en luister met deze ‘berg’ vergelijken.
De zonen van God kunnen alleen zichtbaar worden als de geest van God ongehinderd door hen heen en in hen kan werken.
In Jesaja 2:2 staat hierover:
Eens zal de dag komen dat de berg
met de tempel van de Heer rotsvast zal staan,
verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen.
Alle volken zullen daar samenstromen.

Nu ligt de zichtbare tempelberg of de berg Sion ongeveer 740 meter boven de zeespiegel.
Als we deze tekst ‘natuurlijk’ gaan uitleggen zal de berg Sion hoger moeten worden dan de Mount Everest (8.840 meter) en dus zal Jeruzalem zeker onbewoonbaar worden.

Nee, u staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem en voor duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn … (Hebreeën 12:22).
Ook in Daniël 2:35 staat dat deze berg de hele aarde bedekt.

Als bergen in zee liggen noemen wij ze eilanden.
In Openbaring 6:12-14 staat dat de geestenwereld geschud wordt, zodat geen berg of eiland op zijn plaats blijft staan.

In paniek roepen zij die zich niet beschermd weten bij God, de bescherming van hun goden aan.
Ze riepen de bergen en de rotsen toe:
Val op ons neer!
Verberg ons voor het oog van Hem die op de troon zit en voor de toorn van het Lam!
(zie Openbaring 6:16).

In Openbaring 16:20 zien wij hoe de demonen wijken die eeuwenlang de schijngemeente beheerst hebben.
Alle eilanden verdwenen in het niets en van de bergen was geen spoor meer te vinden.

Babylon wordt uitgebeeld als gefundeerd op zeven bergen of vorsten van het rijk van de duisternis (zie Openbaring 17:9-10).

Wie de symbolische betekenis van ‘bergen’ kent, begrijpt ook dat het mogelijk is bergen te verzetten en in de zee (de afgrond) te gooien.
Paulus zegt in verband met de geestelijke begaafdheden:
Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn (1 Korintiërs 13:2).
Want we kunnen zelfs (zogenaamd) namens Jezus demonen uitdrijven en toch een medewerker van satan (blijken te) zijn (zie Lucas 13:27)!

Heel veel symbolen in het boek Openbaring zijn ontleend aan het scheppingsverhaal.
Er is sprake van licht en duisternis; in het nieuwe Jeruzalem zal het nooit meer nacht zijn.
De sterren, de zon en de maan, de wilde dieren met hun eigen karakter, ze hebben alle hun geestelijke tegenhanger.
Zo is water beeld van het religieuze (geestelijke) leven en de aarde beeld van het natuurlijk gerichte religieuze leven; in deze twee sferen leeft de mens.
We spreken wel van geestelijke maar nooit van natuurlijke stromingen.
In ons vers is tot drie keer toe sprake van zee of water.
Dit stelt de geestelijke en religieuze wereld van de mensen voor.

Soms stuwt de wind dit water hoog op.
Wind is beeld van de demonen die het geestelijke leven beïnvloeden.
Paulus spreekt in Efeziërs 4:14 over het stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien (grondtekst: elke wind van leer).
Ook op de Pinksterdag is er een geluid als van een hevige windvlaag, een manifestatie van Gods geest (zie Handelingen 2:2).
Zee of water is dus beeld van het geestelijke leven dat overheerst wordt door de duisternis en in het bijzonder onder beslag ligt van de dood (de afgrond).
De ‘zee’ hoort nog bij de invloedssfeer van de aarde, hoewel wij ons op het terrein van de onzichtbare wereld bevinden, waar veel demonische machten opereren.

De zee wemelt van allerlei soorten wezens, ieder met zijn eigen kenmerken (zie Genesis 1:20-21).
In deze geestelijke wereld bevinden zich de grote zeedieren, zoals het beest met de tien horens en de zeven koppen, dat uit de zee opstijgt.
Maar er bevinden zich ook geesten die ‘leven’ of letterlijk: ‘die een ziel hebben’.
Dit zijn dus mensen die, anders dan demonen, een ziel hebben.
Iedere ‘ziel’ die niet bij God hoort, bevindt zich in de zee en is onderworpen aan de overheersing door de dood.
Maar Jezus Christus is gekomen om allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood (zie Hebreeën 2:15).

Er is maar één uitweg om aan de overheersing door deze duistere machten te ontkomen en redding, herstel en luister te vinden.
Dit kan alleen als ziel en geest van de mens overgeplaatst worden uit de zee naar de hemelse regionen (de ‘lucht’) om ingevoegd te worden in de witte wolk (de gemeente) (zie verder Openbaring 14:14).

Als op de tweede bazuin geblazen wordt, valt er dus een enorme demon in de zee.
Hij beschadigt (verbrandt) het geestelijke leven van een deel van de religieuze mensheid.
Een groot deel van de mensen wordt volledig prooi van deze macht uit het rijk van de duisternis.
Ze zijn geestelijk totaal afgeschreven en onbereikbaar voor het evangelie geworden.
Ook voor hen geldt dat ze niet meer kúnnen geloven omdat hun ogen verblind zijn en hun hart gesloten of versteend is (zie Johannes 12:40).
Ze hebben geen enkel inzicht (meer) in de geestelijke dingen, ze hebben hun innerlijk afgesloten voor het licht en de liefde van God.

Door de ontbindende invloed van deze demon gaan miljoenen mensen verloren.
Uit hen verdwijnt iedere vorm van geestelijk leven.
Dat een derde deel van het water bloed wordt, wil zeggen dat alleen het aardsgerichte en natuurlijke leven nog in stand gehouden wordt.
De mensen eten en drinken en leven voor hun plezier, net als in de tijd van Noach.
Ze zijn uitsluitend nog bezig met zichtbare zaken.
Ze zoeken de ‘hemel op aarde’ en ze hebben genot liever dan God.

We zien in onze tijd dat ook de schijngemeente al heel ver die kant opgegaan is door het bovennatuurlijke te ontkennen en zelfs belachelijk te maken.
En dat ondanks het feit dat de Bijbel hier heel duidelijk over is en dit uitvoerig beschrijft.
Wie gelooft er nog in genezing door handoplegging?
Wie gelooft er nog in de doop in Gods geest, in de gaven van deze geest, in wonderen?

De schijngemeente moet niets hebben van bovennatuurlijke zaken.
Haar religieuze leven geeft de mens alleen nog een zekere voldoening voor zijn gevoel en verstand, terwijl zijn geest niet meer geactiveerd wordt.
Want alleen door zijn geest kan de mens zich richten op God en in Hem geloven.
Het resultaat van dit alles is dat in de stormloop van de demonen de ‘schepen’ vergaan.
De schepen op zee zijn de talrijke organisaties en instellingen die gebaseerd zijn op religieuze en zelfs ‘christelijke’ overtuigingen.
In onze tijd zien we steeds meer de afbrokkeling van deze instituten door een groeiende onverschilligheid.
De oorzaak hiervan is dat de mens hoe langer hoe meer ‘stenen voor brood’ krijgt en dat nu ook meer en meer gaat beseffen, na zoveel eeuwen zogenaamd christendom.
In de periode van de tweede bazuin wordt een groot deel van deze organisaties weggevaagd.