Openbaring

Openbaring 9:1-2
Wat gebeurde er écht in het paradijs?

Toen blies de vijfde engel op zijn bazuin.
Ik zag een ster die uit de hemel op de aarde was gevallen.
Hij kreeg de sleutel van de put naar de onderaardse diepte.
Hij opende die put, waaruit rook opsteeg als uit een grote oven.
De zon en de hemel werden verduisterd door de rook uit de put.

En de vijfde engel blies op de bazuin en ik zag (een) ster uit de hemel gevallen zijnde op de aarde en gegeven werd aan haar de sleutel van de put van de afgrond.
En zij opende de put van de afgrond.
En ging omhoog rook uit de put als rook van (een) oven grote en werd verduisterd de zon en de lucht vanwege de rook van de put.

De zee is het beeld van het religieuze leven van de mensen.
Dit leven staat onder de autoriteit van de duisternis en in het bijzonder die van de dood(smacht).
Zee en aarde horen bij elkaar, zoals het geestelijke en het natuurlijke leven samen het bestaan van de mensheid vormen.
In onze verzen wordt gesproken over de ‘abussos’, de onpeilbaar diepe afgrond.
Ook hier wordt de zee als beeld genomen.

Zoals in een oceaan onmeetbare duistere diepten zijn, zo bevindt zich in deze geestelijke zee de afgrond, de verblijfplaats van demonen.
Later lezen we hoe uit deze zee een afschuwelijk beest opkomt met zeven koppen en tien horens, dat ook het beest uit de afgrond genoemd wordt (zie Openbaring 13:1, 11:7 en 17:8).
Ook wordt satan hierin later zelf opgesloten (zie Openbaring 20:3).
De put is de ingang die toegang geeft tot deze afgrond; deze ingang kan worden geopend en gesloten (zie Openbaring 20:3).

Jezus zegt dat deze poorten (toegangen) van het rijk van de dood de gemeente niet kunnen overweldigen (zie Matteüs 16:18).
Deze poorten bestaan met name uit: zonde, ziekte, verleiding, misleiding en geweld (intimidatie).
Wij kunnen deze toegangen voor onszelf en anderen afsluiten door de kracht, de liefde en de wijsheid van de geest van God.

De koning van dit sinistere rijk van de dood heet Apollyon of Verderver.
Hij is de doodsengel of verderfengel die de eerstgeboren kinderen en dieren in Egypte doodt en ook de opstandige Israëlieten in de woestijn (zie Exodus 12:23 en 1 Korintiërs 10:10).

Zoals in de diepzeetroggen volslagen duisternis heerst, zo wordt ook dit rijk dat van de uiterste duisternis genoemd.
Zie onder andere Matteüs 8:12, waar staat:
… maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.
Hier komen geen licht en leven voor.
In Openbaring 6:8 wordt deze ‘onderwereld’ evenals de dood als een persoon voorgesteld; beide zullen bij het laatste oordeel hun gestorven mensen moeten prijsgeven.
Daarna worden ze zelf in de vuurpoel gegooid (zie Openbaring 20:13).
Dit geeft aan dat het bestaan van het ‘rijk van de dood’ van tijdelijke aard is, in tegenstelling tot de vuurpoel waar sprake is van pijniging tot in eeuwigheid (zie Openbaring 20:10).

Als Paulus het heeft over de opstanding van Christus, gebruikt hij voor de dood het beeld van de ‘abussos’, de onderwereld (zie Romeinen 10:7).
Jezus beschrijft het lot van een goddeloze die een kind (in het geloof) tot zonde verleidt als volgt:
Wie een van de geringen die in Mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken (Matteüs 18:6).
Het gaat hier om dat deel van de zee, dat ver van de kust verwijderd is en waar dus de grote diepten zijn.
Uiteraard moeten we ook dit geestelijk verklaren, wat ook uit het volgende blijkt.

Wij kunnen ons nu afvragen hoe de demonen in dit rijk van de dood terechtkomen.
Het doel van God is om de mens samen met Hem op zijn troon te doen zitten.
De bedoeling van satan is om dit plan van God te doorkruisen.
Omdat zij met God gemeenschap krijgt, wordt de gemeente voorgesteld als de toekomstige vrouw of bruid van God.
Deze is geest en geeft aan de mensen een geest.
Jesaja 42:5 geeft in dit verband aan:
Dit zegt God, de Heer,
die de hemel heeft geschapen en uitgespannen,
die de aarde heeft uitgehamerd
met alles wat zij voortbrengt,
die de mensen op aarde levensadem geeft,
en levensgeest aan allen die daar verkeren.

Die de geest van de mens in zijn binnenste formeert (zie Zacharia 12:1 NBG).

De mens is geen geest, maar een ‘levende ziel’ die een geest bezit en die hem tot zeer hoge ontwikkeling kan brengen.
Dit in tegenstelling tot de levensgeest van planten en dieren.
Met de menselijke geest wil God bijzonder graag contact hebben en Hij verlangt hiernaar als een bruidegom naar zijn bruid.
De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid (Jakobus 4:5 NBG) of zoals de NBV hier zegt: Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op.
In 2 Korintiërs 13:13 wenst Paulus de gelovigen toe:
De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid (koinonia = deel hebben aan, gemeenschap) met de heilige geest zij met u allen.
Uit dat zeer nauwe contact tussen de Goddelijke geest en de menselijke geest worden de zonen van God geboren.
Het huwelijk is een beeld van de gemeenschap van God met de geest van de mens.

Engelen hebben ten opzichte van de mensen een ondersteunende taak.
Goede engelen zijn altijd begeleiders, maar nooit inwoners.
Engelen die gemeenschap met de geest van de mens zoeken (door inspiratie) en onrechtmatig in hem gaan wonen (de mens geestelijk ‘binden’), worden aan hun oorsprong (God) ontrouw.
Zij verlaten zo hun eigen woning: de geestelijke wereld.
Denk ook aan de engelen die hun oorspronkelijke positie ontrouw zijn geworden en de hun toegewezen plaats hebben verlaten:
tot het oordeel op de grote dag houdt Hij hen met onverbreekbare boeien in de onderwereld gevangen
(Judas:6).

Door de mens te overheersen, probeert satan de troon van God te bereiken die voor de mens bestemd is.
Zo brengt hij de mens op de ‘brede weg’ naar de ondergang.
Bij het sterven wordt de innerlijke mens, die met een satanische geest verbonden is, naar de diepte van de afgrond meegetrokken.
Op hem is van toepassing 2 Tessalonicenzen 1:9:
Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.
Zij zijn het die de duisternis liever hebben gehad dan het licht.

In de tijd voor de grote overstroming (zondvloed) leven er vele miljoenen mensen die bewust met de demonen verbonden zijn.
Zo zijn ze, samen met hun duistere ‘begeleiders’, in de afgrond of het rijk van de dood terechtgekomen.
Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen.
Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten
(2 Petrus 2:4).
en:
Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd … (1 Petrus 3:19-20 ged.).

Door in te gaan op het evangelie kan de mens al tijdens zijn leven op aarde uit de macht van de duisternis verlost worden.
Hij kan nú al overgeplaatst worden in het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde.
Hij hééft ons gered (verlost, vrijgemaakt) uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon … (Kolossenzen 1:13).

In het rijk van de dood kan de mens niets meer doen, hij kan daar geen activiteiten meer ontplooien.
Zowel de demon als de met hem verbonden mens zitten daar samen in de gevangenis (zie Openbaring 20:7 en 1 Petrus 3:19).
Het doel van de demonen is dus om de mens eerst te verleiden en zo bezit van hem te nemen.
Hij is dan verenigd met zijn prooi.
Maar Jezus maakt de mens los van de demonen door ze uit hem te drijven en ze zonder buit naar de gevangenis te verwijzen (zie ook Lucas 8:31).

De speciale pijniging van demonen bestaat hierin dat zij zich zonder ziel en geest van een mens in het rijk van de dood bevinden.
Zij hebben dan het doel gemist waarvoor ze uitgezonden zijn.
In het oude verbond kunnen demonen maar op één manier machteloos gemaakt worden, namelijk door het doden van hun slachtoffer, de mens.
Vandaar ook de doodstraf voor gepleegde ‘zonden tot de dood’: het bedrijven van occultisme, het bewust contact zoeken met demonen.

In het nieuwe verbond kan de mens gered worden doordat de duistere geesten gebonden en uitgedreven worden in de naam of de autoriteit en volgens de ‘methode’ van Jezus.

Zoals hierboven al is aangegeven staat in Judas:6 dat demonen: tot het oordeel op de grote dag met onverbreekbare boeien in de onderwereld gevangen worden gehouden.
Ze worden tot het oordeel bewaard, ze moeten hun vonnis afwachten! (zie 2 Petrus 2:4).

De dag van het oordeel betekent het tijdperk van de grote en totale scheiding tussen goed en kwaad.
Maar dit is nog niet de dag van de veroordeling.
In de tijd van het oordeel worden van elkaar gescheiden: slechte en goede mensen, onkruid en tarwe en gemeente en schijngemeente.
Tot de laatste tijd blijven de demonen in de afgrond opgesloten, maar bij het klinken van de vijfde bazuin gaan hun gevangenisdeuren open.
Dan stijgen ze op uit de diepte en brengen zij de duisternis, die met hen verbonden is, op de aarde.
De aarde is symbool van de aardsgerichte, ongeestelijke, maar religieuze mens die zich gemakkelijk door satan laat inspireren.

Maar de zonen van God hebben hun leven verankerd in de geestelijke wereld, in en vanuit het koninkrijk van God.
Zij vallen niet en komen dus ook niet onder de heerschappij van de (duistere) vorst van deze wereld.

De taak van de zonen van God is het om in de hemelse regionen de slechte engelen te weerstaan die hen onderdrukken of proberen te verleiden.
Zo kunnen ze het verheugende nieuws brengen, het evangelie van bevrijding en herstel, aan de slachtoffers van de demonische wereldbeheersers.
Natuurlijk komt de vraag naar boven: waardoor komen deze duistere geesten zo ineens vrij, waardoor wordt hun gevangenis geopend?
Johannes ziet een ster die uit de hemel op de aarde gevallen is en aan haar wordt de sleutel van de put van de afgrond gegeven.
In de Bijbel wordt niet alleen gesproken over de sleutels van dood en rijk van de dood, maar ook over die van het koninkrijk van de hemel.

Om in dit koninkrijk te kunnen komen moeten we kennis hebben van de wetmatigheden van de geestelijke wereld.
Jezus verwijt de theologen in zijn tijd dat zij de sleutel van de kennis weggenomen hebben.
Zij komen zelf niet in de geestelijke wereld en ook verhinderen ze anderen die dit willen, om hier binnen te gaan.
Lucas 11:52:
Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen;
zelf zijn jullie niet binnengegaan en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.

De sleutel van de afgrond is de kennis die nodig is om het rijk van de dood mee te openen of mee af te sluiten.
Jezus geeft de sleutels van het koninkrijk van de hemel aan de mens en wijst hem zo de weg om vrij te worden van de demonen.
Dezen willen hem meevoeren naar het rijk van de dood en hem in de macht geven van de doodsengel Apollyon.

Maar de dood zal nooit meer macht over ons kunnen krijgen, want:
Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had.
Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie
(2 Timoteüs 1:10).

Ook al moet de christen nu nog sterven, hij weet dus dat hij geen prooi van de dood meer is of wordt!
Hij zal de dood niet eens zien of ontmoeten, want hij heeft zich met elke vezel van zijn bestaan verbonden aan Christus, de bron van het leven.
Jezus bezit de sleutels van de dood en van het rijk van de dood en Hij sluit voor zijn volk de weg naar de dood voor eeuwig af.

In onze tekst gaat het over de sleutel van het rijk van de dood die aan een engel gegeven wordt om de diepe putvormige opening van de afgrond mee te openen.
Deze ster is uit de hemel op de aarde gevallen.
Ook bij de derde bazuin zien we iets dergelijks.
We hebben toen aangegeven dat er demonen zijn die mensen inspireren om foutieve geloofsvisies (dwalingen, leringen van demonen of van mensen) te ontwikkelen en te verspreiden.
Matteüs 15:9:
… tevergeefs vereren ze Mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen
en ook 1 Timoteüs 4:1:
Maar de geest zegt nadrukkelijk dat in de eindtijd sommigen het geloof zullen verlaten, doordat ze luisteren naar dwaalgeesten en naar wat demonen hun leren.
Als de mens hiernaar luistert en handelt gaat hij zijn ondergang tegemoet.
Hier is een duistere geest die de sleutel of de kennis heeft gekregen om de put van de afgrond of het rijk van de dood mee te openen.

Deze kennis is al lang op aarde beschikbaar (door occultisme), maar haar uitwerking zal in de laatste tijd toenemen en geïntensiveerd worden.
Deze engel inspireert de mensen die hiervoor openstaan om contact met doden en demonen te krijgen.
Al vanaf de bouw van de toren van Babel is de mens op deze manier bezig toegang te krijgen tot de hemel of de onzichtbare wereld.
Genesis 11:4:
Ze zeiden: Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt.

Misschien is het verhaal in Genesis 3 over de val van de mens zelfs wel de eerste beschrijving van de poging van de mens om de geestelijke wereld binnen te gaan buiten God om!
Als we ervan uitgaan dat God niemand verzoekt, zal Hij dat natuurlijk ook niet in het paradijs gedaan hebben.
We zien hier wél de duivelse inspiratie om de mens te vangen met een leugenachtige belofte:
Jullie zullen helemaal niet sterven, zei de slang.
Integendeel, God weet dat jullie ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden
(ook mogelijk is de vertaling: ‘als God’) zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad (Genesis 3:4-5).

Als we er goed over nadenken is het toch wel erg simpel om te denken dat de duivel de macht over de wereld heeft gekregen doordat een mens eet van een ‘verboden vrucht’ van een gewone boom.
Het wordt een ander verhaal met een heel andere impact als die vrucht geestelijk blijkt te zijn; we komen dan op het terrein van het occultisme.
Dit is namelijk een bezig zijn in de geestelijke wereld onder inspiratie van demonen, met alle dodelijke gevolgen daarvan!

Alle ‘heidense’ religies zijn op het occultisme gebaseerd.
Het is een zonde die naar de dood voert omdat men zich openstelt voor en overgeeft aan de heerschappij van de geesten van bedrog uit de afgrond.
In het oude Israël moet ieder mens die deze zonde doet onherroepelijk gedood worden.
Een man of een vrouw die geesten of schimmen van doden laat spreken, moet ter dood gebracht worden.
Zulke mensen moeten worden gestenigd en hebben hun dood aan zichzelf te wijten (Levitcus 20:27).
1 Johannes 5:16-17 zegt:
Er bestaat ook zonde die wel tot de dood leidt.
In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet.
Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood.

Johannes waarschuwt in vers 21 dan ook met klem tegen de afgoden!

Wie zich hiermee heeft ingelaten en daardoor geestelijk gebonden is geraakt, kan alleen vrijkomen door de kracht van Gods geest.

Bij de vijfde bazuin is al een engel uit de hemel op aarde gevallen.
In Openbaring 12:9 staat dat na een oorlog in de geestelijke wereld, satan met zijn engelen op de aarde gegooid wordt.
Daar vinden we dus een beschrijving van hetzelfde voorval vanuit een andere gezichtshoek.
Natuurlijk heeft satan altijd al op aarde geopereerd en zijn er altijd al demonen geweest die de mensen kennis hebben verstrekt over het rijk van de dood.
Maar in de laatste tijd richt de duivel zich erop de kennis van het oproepen van de doodsengelen enorm te intensiveren en uit te breiden.

Zo zegt Paulus dat er altijd al antichristen geweest zijn, maar dat in de laatste tijd de eigenlijke antichrist openbaar komt.
2 Tessalonicenzen 2:7:
Hoewel in het verborgene de wetteloosheid nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen.
Johannes zegt hier het volgende over in 1 Johannes 2:18:
Kinderen, het laatste uur is aangebroken.
U hebt gehoord dat de antichrist zal komen.
Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is.

1 Johannes 4:3:
Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen – nu al is hij in de wereld.

In de laatste tijd zal het erom gaan hetzelfde evangelie te brengen dat Jezus gebracht heeft.
Dit is het complete evangelie dat gericht is op de geestelijke wereld, met name op het koninkrijk van God.
Zo kan de mens op een bovennatuurlijke manier beschikken over de kracht en de kennis van de geest van God.
Dit als tegenhanger van de spiritualistische gemeente van de antichrist die langs paranormale weg de krachten van de afgrond ontketent.
De demonische engelen kunnen de afgrond niet zelf openen, maar ze hebben de mens als ‘medium’ daarvoor nodig.

Jezus Christus geeft door het bekendmaken van het evangelie van het koninkrijk van God de mens de opdracht de demonen in de afgrond te werpen.
Het spiritisme heeft het tegenovergestelde als doel.
Het spiritisme met zijn talrijke schakeringen leert dat verkeer en contact met de geesten van overleden mensen mogelijk is.
Het is de sleutel van de kennis om de demonen te ontketenen die de natuurlijke en aardsgerichte mens niet heeft.
Het bedrog zit hierin dat mensen menen contact te krijgen met menselijke geesten.
Maar ze worden alleen maar geconfronteerd met de demonen met wie de overleden personen verbonden zijn.
Of ze krijgen te maken met andere geesten die zich voor de opgeroepen doden uitgeven.

Hoe dodelijk is het dus om zogenaamde (gestorven) heiligen aan te roepen en niet te vergeten Maria; het is pure spiritisme!

Door de doop in en de vervulling met de geest van God openbaren zich de krachten van de hierna komende fase in het plan van God: het duizendjarige rijk.
Pal hiertegenover staat de ontbinding, de losmaking van de geesten uit de afgrond.

Bij de vijfde bazuin wordt een deel van de mensheid op een bijzondere manier gedemoniseerd.
De rook die uit de put opstijgt, wijst op de onzuiverheid en het verstikkende van het geestelijke klimaat dat hiermee verbonden is.

De tegenstelling tot de verschijning van Jezus Christus is heel opmerkelijk, want Hij komt in wolken van luister, de volmaakt geworden gemeente.
Maar deze engelen uit het rijk van de dood zijn zwart van ongerechtigheid.
De verschijnselen waardoor ze begeleid worden, bemoeilijken en verstikken al het geestelijke leven van de mensheid zonder God.
Zij verduisteren in de geestelijke wereld de zon en de lucht.
Zo wordt ieder uitzicht belemmerd op de hemelse regionen waar de luister van God zich steeds meer aan het manifesteren is.