Erfzonde

7. Teksten uit het oude testament over erfzonde

Genesis 6:5

De Heer zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.

Men concludeert uit deze tekst:
"In dit vers is vervat een zeer onverbloemde en grondige beschrijving van de erfzonde en haar vruchten."

De zonen van God uit Genesis

Genesis 6 begint met een allegorie.
De zonen van God nemen zich vrouwen uit de dochters van de mensen.
De zonen van God zijn in het oude testament altijd engelen die allen uit God voortkomen, want Hij is de Vader van de geesten (zie Job 1:6 NBG, Job 38:7, Daniël 3:25 en Hebreeën 12:9).
De Alexandrijnse tekst heeft trouwens ook in plaats van ‘zonen van God’, ‘engelen van God’ staan.
De uitdrukking in Genesis 6:1 NBG:
Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden,
betekent dan ook niet dat deze mensen in natuurlijk opzicht geen zonen hebben gekregen, maar dat vanuit Gods oog gezien het creëren van mensen, het scheppen van een vrouwelijke tegenhanger voor zichzelf inhoudt.

Slechts vanuit deze visie is de heftigheid van dit verhaal te verklaren.
God ziet de nakomelingen van de mens als huwbare dochters, met wie Hij zich in de geest wil verbinden.
Zo spreekt Hij later over zijn volk Israël als ‘de dochter van Sion’, of als ‘de dochter van mijn volk’.
Zo staat in Jakobus 4:5 NBG:
De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid.
In dit gedeelte gaat het over de mens die een keus moet maken voor God of de wereld.
God verlangt ernaar om in liefde samen te leven met onze geest en daar komt geen andere geest (lees: demon) aan te pas!

In Genesis 6 wordt ons meegedeeld hoe de mens, vóórdat hij contact met God krijgt, in de geestelijke wereld al overspel gepleegd heeft.
De boze demonen worden ontrouw aan hun oorspronkelijke positie, namelijk aan God en zij verlaten hun eigen woonplaats, de onzichtbare wereld (zie Judas:6).
Zij zien dat ‘de dochters van de mensen’ (in geestelijk opzicht) mooi en goed zijn en ze verlanger ernaar zich met hun geesten te verbinden.
Zo krijgen ze onwettige gemeenschap met hen en kunnen ze ook hun ziel en lichaam gebruiken om wetteloze daden in de wereld te brengen.

Genesis 6:2:
De zonen van de goden (grondtekst: zonen van God) zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden.
Met grote willekeur en wetteloosheid zoeken ze slachtoffers uit die geschikt zijn voor hun doel.
Dit verklaart ook waarom of waardoor de ene mens buiten zijn schuld zoveel meer moet lijden dan de andere.
Wat voor verzet kunnen mensen (toen en nu) bieden die de doop in Gods heilige geest niet kennen?
Want zij hebben geen inzicht in de geestelijke wereld en onvoldoende kracht om zich te verweren.
Ze worden misleid en overweldigd, terwijl ze eigenlijk niet weten wat hun overkomt.
Maar het resultaat is dat ze die dingen gaan doen die tegen de wil van God ingaan.

David schrijft over dit contact met de demonen in Psalm 7:15 NBG:
Zie, wie met ongerechtigheid bevrucht werd,
is zwanger van onheil en baart leugen.

In Genesis 6:1-4 wordt in een gelijkenis meegedeeld hoe de mensen na Adam allemaal gaan zondigen.
Er staat niet in Genesis 6:4:
Toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; maar het woord ‘kinderen’ is ingevoegd.
Jakobus schrijft in 1:15:
Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort.

Zo raakt de aarde verdorven en vol van geweldenarij.
De aangevoerde tekst uit Genesis 6:5 is dus geen bewijs voor de erfzonde, maar een mededeling van het gevolg van wat in de verzen 1-4 is beschreven.