Geestelijk denken

7. De vergelijking van het sleepnet

Engelen scheiden rechtvaardigen van onrechtvaardigen

Dan wordt het sleepnet op de oever getrokken en dan blijkt wie de ‘zonen van het kwaad’ of ‘de zonen van het koninkrijk’ zijn.
Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden … (Matteüs 13:49).
Dit is vrijwel gelijk aan wat Jezus zegt over de taak van de engelen bij het verbranden van het onkruid in Matteüs 13:40 en 41.
Bij de toelichting hierop is al aangegeven hoe de engelen in de tijd van de oogst deze opdracht zullen uitvoeren.

Ook in deze vergelijking voltrekken de heilige engelen het oordeel (de scheiding) over alle mensen die in het sleepnet gevangen zijn.
Ze weten wat hun opdracht is, namelijk dat ze dienende geesten zijn om hen bij te staan die Gods heerlijkheid zullen erven (zie Hebreeën 1:14).
Ze weten wie dat zijn, want deze rechtvaardigen leven in het licht, net als zij.
Maar als een gelovige weer in de zonde gaat leven, verbreekt hij zelf zo zijn contact met God en dan zullen ook de heilige engelen hem los moeten laten.
Want licht en duisternis gaan nu eenmaal niet samen; ook in Johannes 1:5 staat dat het licht sterker is dan duisternis.

Zo valt de afgevallen gelovige weer in handen van de duistere machten en die zullen alles van hem roven, ook wát hij nog aan leven bezit (zie Marcus 4:25).
Net als in Romeinen 1 gaat het hier over een proces waarin mensen, die God en zijn plan de rug toekeren, weer onder heerschappij van de duisternis komen.
Hun ‘loon’ komt niet van God, maar van satan die nu het ‘wettige recht’ heeft om dit aan hen uit te betalen.
Ze weten dat zij de (geestelijke) dood verdienen (zie Romeinen 1:32), dus het voor altijd gescheiden zijn van God.
Het is zo dat God niet wil dat ze verloren gaan, maar dat ze tot herstel komen (zie 1 Timoteüs 2:4); maar Hij kan ze niet dwingen, want Hij kan en wil geen geweld gebruiken.
Zo moet Hij ze wel loslaten en kan Hij niet verhinderen dat hun gedachtenleven en (daardoor) hun daden onder inspiratie komen te staan van satan (zie Romeinen 1:28).

In de vergelijking van het onkruid tussen de tarwe krijgen de maaiers de opdracht om in de eindtijd het goede koren te verzamelen in de schuur, beeld van de gemeente van Jezus Christus.
Zo helpen de engelen nu bij het verzamelen van de goede vissen in de vaten, waarin ze bewaard gehouden worden voor consumptie.
Hun hulp bestaat voornamelijk uit het beschermen van de gelovigen tegen de invloed van de demonie, door hen te ondersteunen in hun geestelijke strijd (zie o.a. Hebreeën 1:14).