Erfzonde

6. Leert Romeinen 5 de erfzonde?

Bewijs uit Romeinen 5:18-19

Aansluitend op vers 12 lezen we nu de verzen 18 en 19, die ook aangevoerd worden om de erfzondeleer te bewijzen.
Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven.
Alle mensen en trouwens de hele schepping ondervinden de gevolgen van het (negatieve) loon voor de zonde van Adam, omdat dit loon onvrijwillig aan hen uitbetaald wordt.

Spraakverwarring niet door God

Als een voorbeeld hiervan denken we aan de tweede grote zonde van de mens in Babel, waar de spraakverwarring ontstaat.
Hier zoeken de mensen bewust contact met de demonen in de geestelijke wereld en ontwikkelt men het vermogen om verschillende talen te spreken.
Deze talen die de mens van de geestenwereld overneemt, bouwen hem niet op, maar zij brengen hem in verwarring.
God is niet de oorzaak van de talenchaos, want Hij is geen God van wanorde (zie 1 Korintiërs 14:33).
Daar God niet met geweld kan ingrijpen, moet hij deze mensen wel overgeven aan een verwerpelijk denken (zie Romeinen 1:28 NBG) dat geïnspireerd wordt door de demonen die hen misleiden.
Door hun contact met de duistere geesten ontstaat er verdeeldheid omdat de één wil heersen over de ander.
Door het spreken van verschillende (geestelijke) talen komt er zo verwijdering tussen de groepen bouwers.
In Babel wordt door het ‘talenwonder’ de mensheid geestelijk verdeeld; dit mondt uit in een groot aantal elkaar vaak bestrijdende religies.

Zo zijn ook de zonde en de dood doorgedrongen tot alle mensen; iedereen die niet met God leeft, komt er blijvend mee in contact.
Samenvattend wijst de apostel hier nog eens op de evenwijdige loop van de parallel: namelijk zoals door één zondige daad alle mensen die zondigen, veroordeeld zijn tot de dood, zo komt het door één daad van schuldbetaling tot vrijspraak en rechtvaardiging voor alle mensen die geloven.
Om die rechtvaardiging te krijgen is er een daad van de mens nodig.
Hij moet contact met God zoeken en het schuldoffer van Jezus Christus, dit is het op zich nemen van al het negatieve loon van satan voor de mensheid van alle tijden en plaatsen, in geloof aanvaarden.
Zo gaat het ook met het zondaar wórden, ook daarvoor is een daad van de mens nodig.
Hij moet contact krijgen met de demonen die over hem willen heersen.
Zij betalen hem hun negatieve loon uit: de zondeschuld.
De mens die nog een oude schepping is (‘in Adam’) kan geen of onvoldoende weerstand bieden tegen de verleiding, intimidatie en infiltratie van de hem omringende demonen.

Zonder zonde leven?

Daarom kan in de praktijk van het leven niemand zonder God zonder zonde blijven.
Johannes schrijft:
Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben (toen we zonder God leefden), maken we Hem (die voor ons gestorven is – zie 2 Korintiërs 5:14-15) tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons (zie1 Johannes 1:10).
Alleen de mens die een nieuwe schepping is, waarvan Jezus Christus de eerste is, kan de duisternis overwinnen door de geest van God die in hem woont.
Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle (grondtekst: velen) mensen rechtvaardigen worden (Romeinen 5:19).

Ook in dit vers wordt weer op de parallel gewezen.
Hier is evenwel geen sprake van ‘allen’ zoals in het vorige vers, maar voor beide categorieën gaat het om ‘de velen’.
Wij lezen dus niet met hen die de Bijbel tot hun eigen ondergang en dat van hun kinderen verdraaien:
Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen (automatisch) zondaars werden, (dus ook baby’s) zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle (grondtekst: velen) (slechts een aantal uitverkoren) mensen rechtvaardigen worden.

Adam neemt contact op met satan en deze daad van ongehoorzaamheid heeft tot gevolg dat de aarde bezet gebied wordt.
Veel mensen worden verleid door of bezwijken onder de invloed en pressie van de demonen.
Hierdoor zijn zij zondaar gewórden (zie Romeinen 5:19 NBG).

Jezus is voor de zondeschuld van alle mensen gestorven en door deze daad van gehoorzaamheid tot in de dood (zie Filippenzen 2:8) maakt Hij het mogelijk dat onze innerlijke mens vanuit de macht van satan overgezet wordt in het koninkrijk van God.
Alle mensen zijn zondaar gewórden.
Dit ‘geworden’ wijst erop dat zij niet vanaf hun geboorte zondaar zijn, maar dat zij dit door hun zondige daden en gedachten wórden.