Erfzonde

7. Teksten uit het oude testament over erfzonde

Jeremia 17:9-10

Niets is zo onbetrouwbaar als het hart,
onverbeterlijk is het, wie zal het kennen?
Ik, de Heer, ben het die het hart doorgrondt,
die nieren toetst,
die ieder naar zijn levenswandel beloont,
aan ieder geeft wat hij verdient.

Of zoals de NBG-vertaling deze teksten weergeeft:

Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?
Ik, de Heer, doorgrond het hart en toets de nieren en dat om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht van zijn daden.

Bij dit laatste vers uit het oude testament dat we bespreken, zullen we opnieuw zien dat men de erfzondeleer wil onderbouwen met allerlei uit hun verband gehaalde teksten.
Men redeneert altijd buiten de context om en vergeet daarbij ook andere vertalingen en vooral de grondtekst te raadplegen.
Jeremia heeft juist over twee soorten ‘mannen’ gesproken:
in vers 5-6 over de man die zich afkeert van de Heer (NBG: wiens hart van de Heer wijkt) en in vers 7-8 over de man die op de Heer vertrouwt.
De eerste ligt onder de vloek (dus onder de invloed van demonen) en de laatste wordt vergeleken met een boom die aan water is geplant en wiens bladeren altijd groen blijven en die altijd vruchtdraagt.
Dit is een mens in wie de gaven en de vrucht van Gods heilige geest zichtbaar zijn geworden.

Van beide categorieën wordt gezegd:
Ik, de Heer, ben het die het hart doorgrondt,
die nieren toetst,
die ieder naar zijn levenswandel beloont,
aan ieder geeft wat hij verdient.

Jezus zegt in Matteüs 12:34-35:
Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.
Een goed mens haalt uit zijn schatkamer met goede dingen het goede tevoorschijn, terwijl een slecht mens uit zijn schatkamer met slechte dingen het slechte tevoorschijn haalt.
Dat Jeremia in zijn tijd generaliserend zo ongunstig over zijn volk spreekt omdat het God verlaten heeft, betekent zeker niet dat er geen klein aantal trouwe mensen is overgebleven: een rest of een overschot, zoals elders in de Bijbel staat.
Bijvoorbeeld de zevenduizend die hun knieën niet voor de Baäl gebogen hebben (zie 1 Koningen 19:18).
Ook het hart of het innerlijk van de profeet is gericht op zijn God en wat hij zegt, zijn woorden die door God geïnspireerd zijn.
Jeremia 17:16:
U weet wat over mijn lippen komt,
al mijn woorden zijn U bekend.

Wel heeft de profeet geconstateerd dat het hart of het innerlijk van de mens onbetrouwbaar en onverbeterlijk is (zie vers 9).
De naam Jakob heeft hetzelfde grondwoord als onbetrouwbaar.
Het hart is dus bedrieglijk.
Het woord verderfelijk heeft hetzelfde grondwoord als Enos, de zoon van Seth, wat zwak of sterfelijk betekent.
Men kan dus uit dit hart van alles verwachten, er kan van alles uit voortkomen.
Geen wonder dat de profeet zegt: wie kan het kennen?
Alleen God kent de diepste gedachten van de mens, Hij kent de bronnen van zijn motieven, dus waarom hij de dingen doet of nalaat.
Hij alleen kan het innerlijk van de mens beoordelen, om iedereen op de juiste manier te belonen op grond van wat hij in zijn leven gedaan heeft, of het nu goed of slecht is (zie 2 Korintiërs 5:10).

God kent ook de activiteiten van de demonen en hun inspiraties die de mens verleiden of pressen om te zondigen.

In Spreuken 27:19 staat:
Zoals water het gezicht weerspiegelt,
zo weerspiegelt het hart de mens.

De mens is dus zoals zijn hart of innerlijk is: goed of kwaad.

Paulus spreekt over de diepste gedachten van God die Hij ons door zijn geest bekend wil maken.
1 Korintiërs 2:10:
God heeft ons dit geopenbaard door de geest, want de geest doorgrondt (grondtekst: doorzoekt) alles, ook de diepten van God.
Deze Goddelijke geest onderzoekt ook de diepste gedachten van de mens.
Jezus zegt in Openbaring 2:23 troostend en bemoedigend tegen de gemeenten:
Laat elke gemeente beseffen dat Ik het ben die hart en ziel van de mens doorgrondt (grondtekst: doorzoekt) en dat Ik ieder van u zal belonen naar zijn daden.
Deze daden kunnen zowel goed als slecht zijn.

Van een geboren worden als verdorven mens is dus ook bij Jeremia geen sprake!