Geestelijk denken

1. De vergelijking van de zaaier

Zaaier en zaad

Matteüs 13:1-2:
Die dag verliet Jezus het huis en ging aan de oever van het meer zitten.
Er kwam een grote mensenmassa om Hem heen staan en daarom ging Hij in een boot zitten, terwijl de menigte op de oever bleef.

Een boot wordt op de oever van het meer getrokken en Jezus kan nu zijn toespraak houden vanaf de voorplecht.
Zo kan Hij door de hele mensenmassa gezien en gehoord worden.
Hij gaat nu de geestelijke honger stillen van hen die uit de hele omgeving naar Hem toe zijn gekomen.
Jezus verklaart hun daarom de geestelijke wereld door het gebruikmaken van vergelijkingen die aansluiten bij hun belevingswereld.

Matteüs 13:3-9:
Hij sprak hen uitvoerig toe en vertelde gelijkenissen:
Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien.
Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg en er kwamen vogels die het opaten.
Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen.

Toen de zon opkwam verschroeide het en omdat het geen wortel had droogde het uit.
Weer een ander deel viel tussen de distels en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed.
Maar er viel ook wat zaad in goede grond en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.
Laat wie oren heeft goed luisteren!

En Hij zei: Zie, een zaaier ging uit om te zaaien (vers 3 NBG).
Aan het meer van Gennesareth is de figuur van de zaaier op de akkers tegen de helling van de heuvels een bekende verschijning.
Men kan hem met grote stappen zien lopen over het land, als hij met brede armzwaai steeds weer zijn hand opent om het zaad over de akker uit te strooien.

Het zaad in deze vergelijking is het vreugde brengende nieuws (‘blijde boodschap’, evangelie) dat door Jezus bekend wordt gemaakt door zijn uitleg over het koninkrijk van God.
Dit geestelijke rijk van God bestaat uit vrede, blijdschap, gerechtigheid en kracht door de geest van God (zie Romeinen 14:17 en 1 Korintiërs 4:20).
Dit nieuws houdt herstel in voor de zieke en geestelijk gebonden mens en ook zijn mogelijkheid om te herstellen en hierna door te groeien naar de volmaaktheid (zie o.a. Handelingen 13:26).

Dit is de essentie van wat Jezus tijdens zijn leven op aarde aan de mens bekendmaakt.
Daarom is de zaaier in de eerste plaats Christus zelf.
Men kan zich geen groter, krachtiger en boeiender prediker voorstellen dan Hij.
Dit herstel (‘heil’) is als eerste door Jezus bekendgemaakt en daarna is het door hen die het van Hem gehoord hebben aan ons bevestigd (zie Hebreën 2:3).

De akker is een wel erg ongunstig terrein.
Hij is niet de wereld, zoals in vers 38 in de vergelijking van ‘het onkruid tussen de tarwe’, maar het innerlijk van de mens (zie vers 19 … wat hun in het hart is gezaaid).
Het zaad is van hoge kwaliteit en zorgvuldig geselecteerd, maar de akker is soms zo slecht dat het meeste zaad niet tot zijn doel komt, namelijk het opleveren van vrucht.
Deze vergelijking laat zien dat een mislukte opbrengst hier niet aan de kwaliteit van het zaad ligt of aan de deskundigheid van de zaaier.
Dé oorzaak hiervan is dat de bodem het zaad voor een groot deel niet of niet goed in zich opneemt.

Zaden niet mengen

Want Jezus brengt goed nieuws (‘evangelie’) en Hij strooit dit royaal om zich heen.
Zij die in onze tijd namens Jezus dit goede nieuws (willen) brengen, zullen zich er altijd van bewust moeten zijn dat zij ditzélfde nieuws brengen en ook van dezélfde kwaliteit.
Dit is: met hetzelfde waarheidsgehalte.
Is wat zij brengen inderdaad gebaseerd op de uitleg zoals Jezus die geeft over het koninkrijk van God?
Of strooien ze een ander soort zaad dat afwijkt van de uitleg van Jezus?
Mengt men het goede zaad niet met eigen en dus afwijkende visies en meningen?
Strooit men geen onkruidzaad, een schijnevangelie?
Dit lijkt vooral aan de buitenkant net echt, maar van binnen is het wezenlijk anders.
Alleen als het koninkrijk van de hemel precies zo wordt uitgelegd als door Jezus, wordt het juiste nieuws gebracht.

Maar áls dit gebracht wordt, is de opbrengst nog wel volledig afhankelijk van de gesteldheid van de bodem waarin het valt.
Het ligt niet aan God of het zaad al of niet ontkiemt.
Matteüs 5:45b zegt:
Want Hij laat zijn zon opgaan over slechte en goede mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Hij wil dat niemand verloren gaat, maar dat alle mensen hersteld (behouden) worden en zijn plan om tot dit herstel te komen (de waarheid) leren kennen (zie 1 Timoteüs 2:3 en 4).

Het zaad dat in de natuurlijke wereld op de akker uitgestrooid wordt, beeldt het woord van God uit dat door onze innerlijke mens aanvaard of verworpen wordt.
Dit woord hoort bij de geestelijke wereld; het vormt de uitgesproken eeuwige gedachte of het plan van God met de mens.
Daarom kan Jezus zeggen:
Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard … (zie Johannes 17:8).
Hij zegt ook: … de woorden die Ik tegen jullie gesproken heb, zijn geest en leven (zie Johannes 6:63 NBG).

God zoekt verbinding met ons

Zij brengen de mens in het koninkrijk van God en ze vernieuwen zijn gedachten.
Hij leert hierdoor geestelijk te denken.
Deze woorden zijn geest(elijk) omdat ze wijsheid, kennis en inzicht geven in de onzichtbare wereld.
Ook veroorzaken ze in de mens een toenemende harmonie en liefde.
Deze woorden zullen door allen aanvaard worden die sterk verlangen naar gerechtigheid, zoals het omgeploegde land wacht op het zaad en de regen.

Dit eeuwige woord van God, dat ons kennis geeft over het koninkrijk van de hemel, is uitgetrokken als een overwinnaar de overwinning tegemoet (zie Openbaring 6:2).
Het zal over de hele wereld bekendgemaakt (uitgezaaid) worden en dan zal het einde, dit is het uiteindelijke resultaat, gezien worden (zie Matteüs 24:14).
In het woord van God bevinden zich kracht en leven, net als in een een natuurlijke zaadkorrel.
De mens ervaart dit leven als licht, omdat hierdoor de (geestelijke) wetmatigheden van God in hem gaan functioneren.
Er staat: In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen (Johannes 1:4).
Waar zich leven bevindt, is ook geest, want het leven wordt door de geest in stand gehouden.
Waar de geest wijkt, volgt de dood en deze is antigoddelijk, werkt ontbindend en veroorzaakt wetteloosheid en duisternis.

God is de oorsprong van het leven en door zijn woord zoekt Hij verbinding met de geest van de mens.
Hiermee vergelijkbaar is het zaad dat zijn wortels in de grond uitslaat.
In de mens die dit woord hoort en gelooft, werkt het door en doet het wat Gods bedoeling is, namelijk vrucht opleveren.
Jesaja 55:10 -11 zegt:
Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten,
zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat Ik gebied.