Erfzonde

4. Geen aangeboren zonden

De zonde buiten ons

Voor ons als christenen is het heel normaal dat demonen die ons willen laten zondigen, alleen buiten ons zijn.
Als zij ín ons zijn, zijn wij gebonden mensen.
Dan móeten wij zondigen.
Als christenen moeten wij dan erkennen:
Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik (Romeinen 7:19).
We horen dan zo iemand zeggen: "Ik wil niet negatief zijn, ik wil niet vervelend worden", maar het zal dan blijken dat zo’n persoon geen vrije wil heeft.
Hij spreekt dan juist wél negatief en hij wordt dan juist wél vervelend.

Als iemand vrij is, kan hij wel verleid worden of onder zware pressie staan en zo gaan zondigen, maar hij hóeft dat niet meer te doen.
Hij gaat de weg van het herstel, maar hij kan struikelen.
Een mens doet dit als hij niet goed oplet.
Daarom worden we aangespoord om altijd waakzaam te zijn omdat onze vijand, satan, niet slaapt.
De zonde(macht) die buiten ons is, ligt altijd op de loer en wil ons heel graag in zijn greep krijgen (zie Genesis 4:7).
Maar wij kunnen hem tegenhouden, zoals staat in Jakobus 4:7:
Onderwerp je dus aan God en verzet je tegen de duivel, dan zal die van je wegvluchten.

Gebeden nooit verhoord

Er zijn mensen die vaak jarenlang bidden om overwinning, bevrijding of genezing, maar deze nooit krijgen.
Bidden is met ons denken contact hebben met God en actief zijn in de geestelijke wereld.
Dat komt dan meestal doordat zij passief bidden: Heer, wilt U alstublieft …
Maar zij drijven geen demonen bij zichzelf of anderen uit, of laten zich zo nodig hierin niet ondersteunen door hun broers en zussen in de gemeente.
Ze leggen niet zelf allerlei verkeerde gevoeligheden en kwade gewoonten af.

Alleen als de demonen buiten hem zijn, kan iemand vragen: breng mij niet in beproeving, maar red mij uit de greep van het kwaad (zie Matteüs 6:13).
Beproeving komt nooit van God, maar gaat altijd uit van satan en zijn demonen (zie Jakobus 1:13-14).
Een uitgebreide toelichting hierop is te vinden in het boekje De brief van Jacobus.

Een christen kan bidden om de doop in de heilige geest van God, om kracht om satan te weerstaan, om wijsheid, om inzicht of om onderscheiding van geesten in een bepaalde situatie.
Als het goed is, is een christen gedoopt in Gods geest en kán hij zich uitstrekken naar zijn liefde en begaafdheden (zie 1 Korintiërs 14:1).
Ook kan hij vragen om bescherming door heilige engelen, ook en vooral voor zijn kinderen.
Als wij onze zonden belijden, dat wil zeggen: in het licht brengen door ze uit te spreken, is bevrijding mogelijk.
Hierdoor breken wij met de demonen en distantiëren wij ons van hen.

Paulus schrijft in Efeziërs 5:11-13:
Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist,
want wat daar in het verborgene gebeurt
(door de demonen), is te schandelijk voor woorden.
Maar alles wat door het licht
(het woord van God) ontmaskerd wordt, wordt openbaar.
Duisternis die openbaar wordt, kan in het verborgene zijn werk niet meer doen!

We hebben het niet over zogenaamde geesteszieken en zwaar gebonden mensen die bevrijd moeten worden buiten hun eigen inbreng om.
Hiervoor zijn de charismatische gaven van geloof, van werking van krachten en bijzondere onderscheiding van geesten nodig.
Als gemeente streven wij ook naar deze onmisbare begaafdheden van Gods geest om de eeuwenoude puinhopen te herstellen (zie Jesaja 61:4 NBG).

In principe zijn mijn zonden het gevolg van het feit dat ik contact heb (gehad) met demonen die mij hiertoe verleiden.
Ik laat mij inspireren door deze demonen en zo doe ik daarna in de zichtbare wereld dingen die hun oorsprong vinden in het rijk van de duisternis.
Ik blijf er uiteraard zelf verantwoordelijk voor óf ik mij laat inspireren en óf ik weerstand bied aan satan.
We moeten allereerst bevrijd worden uit de handen van deze vijanden (zie Lucas 1:74 NBG).

Jezelf reëel beoordelen

God geeft ons de kracht door zijn heilige geest, om vast in het geloof satan te kunnen weerstaan.
Er zijn mensen die zeggen dat ze een aantal jaren niet hebben gezondigd.
Maar het is wel de vraag of ze een juist begrip hebben van het woord ‘zonde’.
Natuurlijk kunnen we in een bepaald opzicht uitgaan van zondeloosheid.
Als iemand zijn zonden (zondige daden en gedachten) heeft beleden en (zo) weer een zuiver geweten heeft op grond van het offer van Jezus, kan hij zonder besef van schuld zijn.
Zijn zondeschuld is dan weg, hij is een rechtvaardige.
Maar er is voor hem nog altijd het gevaar van de invloed van en de aanvallen door de demonen.
Nog altijd gaat de vijand rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi (zie 1 Petrus 5:8).
Het is best mogelijk dat de infiltraties van satan zo subtiel zijn, dat de mens die niet altijd (direct) opmerkt.

Paulus schrijft in 1 Korintiërs 4:4:
Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd.
Het is de Heer die over mij oordeelt.

Wie van zichzelf zegt dat hij zonder zonde(n) is, heeft het oordeel dat aan alleen God toekomt, zelf geveld.
Dat is een gevaarlijke bezigheid!
De Bijbel spreekt niet over zondeloosheid als een gelovige niet streeft naar het einddoel van het geloof.
Voordat dit bereikt is, zitten we nog in een ontwikkelingsfase naar de volmaaktheid en kunnen we nog struikelen.

Paulus zegt in dit verband:
Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt.
Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft.
Broers en zussen, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt.
Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept.
Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten.
Mochten jullie er op enig punt anders over denken, dan zal God het jullie wel duidelijk maken.
In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan
(Filippenzen 3:12-16).

De christen gaat dus uit van de rechtvaardigheid op grond van het offer van Jezus.
Daarna kan hij streven naar de volmaaktheid door de kracht van Gods geest die in hem woont en die zich in hem ontwikkelt.
Het effect hiervan kan zowel in de zichtbare als in de onzichtbare wereld worden opgemerkt.
Als de zonen van God zichtbaar worden, zullen zij de volledige overwinning van het werk van de geest van God in hun vernederd lichaam ervaren en kunnen laten zien.
Zij zullen dan gelijkvormig zijn geworden aan (het beeld van) Jezus Christus, dus zijn geestelijke niveau bereikt hebben.

Wij hebben niet de taak bezig te zijn met onszelf en na te gaan hoe ver we zijn gevorderd, maar we moeten ons oog richten op (ons voorbeeld) Jezus.
Dan worden we veranderde mensen die steeds meer de luister van God zullen ervaren.
De luister van God is zijn onmetelijke liefde en grootheid.