Openbaring

Openbaring 1:12-13
Jezus is de overwinnaar

Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak.
Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards en daartussen iemand die eruitzag als een mens.
Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst.

En ik keerde mij om (om te) zien de stem die [sprak] met mij; en mij omgekeerd hebbende zag ik zeven kandelaars gouden en in (het) midden van de kandelaars (een) gelijkende op van (een) mens, gekleed zijnde tot aan de voeten reikend en omgord zijnde om de borsten (met een) gordel (gouden).

Johannes ziet eerst wat er al is, namelijk de bestaande gemeenten, met Jezus die in hun midden verblijft.
Hij moet zich daarom omdraaien of terugkijken in de tijd om te zien van wie de stem is die hij hoort.
Johannes krijgt nu zijn eerste visioen en hij ziet de gemeenten uitgebeeld door zeven gouden lampenstandaards, kandelaars of luchters.
Deze zeven gemeenten vertegenwoordigen de gemeente van Jezus Christus van alle tijden en plaatsen.

In het oude verbond is de religie van het volk Israël gecentraliseerd in één tempeldienst, in één volk en in één staat.
Maar de gemeente van het nieuwe verbond vormt geen eenheid door uiterlijke vormen of organisaties.
Zij past zich in dit opzicht aan bij ieder ras en iedere cultuur.
Elk van deze zeven gemeenten heeft haar eigen kenmerkende eigenschappen, zoals ook de plaatselijke gemeenten die nu hebben.

Het beeld van de kandelaars is afkomstig van de tempeldienst.
De gemeenten die samen de tempel van God in het nieuwe verbond vormen, zijn nu de lichtdragers.
Zij zetten hun brandende lamp niet in een donkere nis, maar op de standaard, zodat ieder die (bij hen) binnenkomt het licht zal kunnen zien.
Lucas 11:33:
Wie een lamp aansteekt, zet hem niet weg in een donkere nis, maar plaatst hem op de standaard, zodat degenen die binnenkomen het licht kunnen zien.

Zij brengen het woord van God in al zijn facetten en werken zo mee aan de uitwerking van het plan van God:
Laten Wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken (Genesis 1:26).
Jezus is in hun midden aanwezig, Hij verzorgt hen en zuivert hen van verkeerde invloeden.
Zo kunnen ze het licht van God, zijn woord of plan, nog helderder laten schijnen en nog duidelijker aan mensen vertellen en uitleggen.

De olie in de kandelaars is het beeld van de heilige geest van God die het licht voedt dat de gemeenten uitstralen.
De begaafdheden of gaven van deze geest laten zien dat het woord van God waar is en ook uit de vrucht van de geest blijkt dat de gelovigen met de juiste Bron verbonden zijn.
Ze gaan steeds meer op Hem lijken!
Zo kunnen we gemakkelijk toetsen of een gemeente wel of niet uit het goede geestelijke hout gesneden is!
Het goud wijst op de zuiverheid, de puurheid en de duurzaamheid van leven, onderwijs en visie.

Door het woord van God worden de gemeenten gezuiverd van elke geestelijke vuilheid, als door een waterbad.
Zo kunnen ze zich, samen met Christus, als een bruid voorstellen aan God, ze hebben geen enkele vlek of rimpel of zoiets, ze zijn heilig en zuiver!
Efeziërs 5:26-27:
… om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver.

De afbeelding die Johannes van Jezus ziet, is voor een deel dezelfde als die van Jezus tijdens zijn leven op aarde.
Maar nu ziet hij de Heer in zijn positie van overwinnaar en heerser.
Hij is gekleed in een lang kledingstuk dat tot aan zijn voeten reikt, als teken dat Hij geen dienend werk meer hoeft te doen.
Zo heeft Hij als teken hiervan ook geen riem meer om zijn middel, maar een gordel om zijn borst, als die van een koning die de overwinning heeft behaald.
Hij hoeft dan ook geen oorlog meer te voeren.

Deze gordel is een afbeelding van de rechtvaardigheid en de trouw, waarvan gesproken wordt in Jesaja 11:5:
Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen.
Hier wordt geprofeteerd over het komende vrederijk en de positie daarin van Jezus Christus en zijn geestelijke volk van het nieuwe verbond.
De profeten en zelfs de engelen hebben geprobeerd inzicht te krijgen in hun eigen voorzeggingen hierover.
Maar dit voorrecht is aan óns gegeven, die worden geleid door de geest van God (zie 1 Petrus 1:3-13).

De gordel geeft ook aan dat Jezus hier de hogepriester is, zoals Melchisedek, dat wil zeggen:
Hij is voor altijd de verbindingspersoon tussen God en mensen en zijn gemeente met Hem (zie Hebreeën 5:6 en 10, 6:20, 7:11 en 17).
Hij mag het geestelijke heiligdom binnengaan en daar putten uit de oneindige voorraad van Gods kracht, wijsheid en liefde en alle andere gaven en vruchten ten behoeve van zijn schepping.