Openbaring

Openbaring 13:16-18
Het getal 666 verklaard

Verder liet het bij alle mensen, jong en oud, rijk en arm, slaaf en vrije, een merkteken zetten op hun rechterhand of op hun voorhoofd.
Alleen mensen met dat teken – dat wil zeggen de naam van het beest of het getal van die naam – konden iets kopen of verkopen.
Hier komt het aan op wijsheid.
Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid.
Het getal is zeshonderdzesenzestig.

En het maakt allen, de kleinen en de groten en de rijken en de armen en de vrijen en de slaven, dat het geeft hun (een) merkteken op de hand van hen de rechter, of op de voorhoofden van hen.
En dat niet iemand kan kopen of verkopen, behalve de hebbende het merkteken of de naam van het beest, of het getal van de naam van hem.
Hier de wijsheid is; de hebbende het verstand, moet berekenen het getal van het beest; (een) getal want van (een) mens het is en het getal van hem (is) 666.

De zonen van God hebben een merkteken of een afdruk of stempel op hun rechterhand of op hun voorhoofd.
Efeziërs 1:13:
In Hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in Hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige geest die ons beloofd is.
Efeziërs 4:30:
Maak Gods heilige geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing.
Openbaring 7:3:
Laat het land en de zee en ook de bomen nog ongemoeid!
Eerst moeten wij het zegel van onze God op het voorhoofd van zijn dienaren aanbrengen.

Openbaring 7:4:
Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël.
Ze zijn gedoopt in en vervuld met Gods heilige geest, die door Hem al eeuwen geleden beloofd is.

Maar ook de gemeente van de antichrist heeft haar teken, waaraan haar leden direct te herkennen zijn.
Ze zijn gebrandmerkt als beelddragers van de antichrist en in hen werkt de geest van de wetteloosheid.
Een merkteken op hun voorhoofd of op hun rechterhand wil zeggen dat hun denken én doen rechtstreeks onder invloed van het rijk van de duisternis staan.

Zoals de gemeente van Jezus Christus dan de volheid van de geest van de waarheid krijgt, zo zijn deze antichristenen volledig in bezit genomen door de geest van de dwaling.
Als tegenstelling hiervan zien we in het volgende hoofdstuk dat op het voorhoofd van de zonen van God de namen van de Vader en van de Zoon staan.

De antichristelijke gemeente is een wereldwijde organisatie.
Ze bestaat uit rijken en armen wat betreft kracht, macht, kennis en cultuur.
In haar zijn mensen die zelf uitmaken wat ze willen (de vrijen) en anderen die alleen maar kunnen doen wat anderen hun voorschrijven (de slaven).
Ook zijn er groten en kleinen onder deze zonen van het verderf (of van verwoesting of ondergang).

Ook in de gemeente van Jezus Christus vinden we groten en kleinen (zie Openbaring 11:18 NBG en grondtekst), mensen met veel kracht en gezag en anderen die geestelijk minder zijn ontwikkeld.
Het rijk van de antichrist en de gemeente van de antichrist zijn de antipoden van het rijk van God en van de gemeente van Jezus Christus.
In Daniël 7:25 staat van de antichrist dat hij eropuit zal zijn feesten (tijden) en de wet van God en de heiligen te veranderen.
Zijn volgelingen haten en bespotten het woord van God, dat inhoudt dat God wil dat de overwinnaars naast Jezus Christus plaatsnemen op zijn troon (zie Openbaring 3:21).

2 Tessalonicenzen 2:3 zegt:
Laat u door niemand misleiden, op geen enkele manier.
De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd en de wetteloze mens verschenen is, hij die verloren zal gaan.

Na de grote afval zal de wetteloze mens(heid) zich openbaren.
Jesaja zegt hierover al het volgende:
Wee degenen die het kwade goed noemen
en het goede kwaad,
die het licht tot duisternis maken
en het duister tot licht,
die van zoet bitter maken
en van bitter zoet
(5:20).

In onze tijd begrijpen we steeds meer van die verandering van zeden, gewoonten en normen.
We kunnen hierbij bijvoorbeeld denken aan het tolereren van ontrouw in het huwelijk en allerlei niet door God bedoelde samenlevingsvormen en geaardheden.
Verder is er steeds meer liefde voor genot dan voor het leven met God.
Eigenbelang gaat hierbij vaak voorop.
Men heeft steeds minder over voor zijn naaste omdat de liefde steeds minder wordt.
Religieuze leiders grijpen hier niet in, maar gaan hierin zelfs voorop!

Tussen de gemeente van Jezus Christus en de gemeente van de antichrist is geen uitwisseling van gedachten en innerlijk contact meer mogelijk.
Men staat óf totaal in dienst van de ongerechtigheid óf men volgt het Lam en wordt zo een volmaakt rechtvaardige.
De echte christen kan niet meer ‘kopen of verkopen’ zonder met de zonde in aanraking te komen.
Voor hem is uitwisseling van contacten met religieus andersdenkenden in de laatste tijd niet meer mogelijk of gewenst.

Volledige werkelijkheid wordt dan wat staat in 2 Johannes 1:7-11:
Er zijn veel dwaalleraren in de wereld verschenen die de komst van Jezus Christus als mens niet belijden.
Dat nu is de verleider, de antichrist!
Wees op uw hoede en verspeel niet wat we bereikt hebben, maar zorg dat u het volle loon ontvangt.
Wie niet bij de leer van Christus blijft maar verder wil gaan, heeft God niet.
Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon.
Als er iemand bij u komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet in uw huis en groet hem niet,
want wie zo iemand groet, is medeplichtig aan zijn kwalijke praktijken.

Johannes spreekt over het merkteken van het beest, de naam van het beest en het getal van zijn naam.
In Openbaring 14:11 wordt het merkteken van zijn naam behandeld.
We hebben al eerder gezien dat de naam van het beest de geest van de dwaling, die van de antichrist of van de wetteloosheid is.
Er is verstand of inzicht in de geestelijke wereld nodig om het getal van zijn naam te ontcijferen en ook wijsheid en praktische kennis.

Johannes schrijft niet voor mensen die uit de krant en via radio, tv of social media de kenmerken of tekenen van de tijd willen opmaken.
Maar hij schrijft voor hen die de woorden van deze profetie horen en zich houden aan wat er gezegd wordt (zie Openbaring 1:3).
De media brengen het nieuws van de zichtbare wereld, maar geven ons geen inzicht in het geestelijke gebeuren dat hierachter zit.
Ook is er geen kennis van Hebreeuws en Grieks nodig om het getal van de naam van het beest te ontcijferen, zoals de kanttekenaars van de Statenvertaling dit doen.

Zij nemen aan dat de paus de antichrist is.
Hij is het hoofd van de roomse of Latijnse kerk, waar de kerktaal Latijn is (was) en de Vulgata de Latijnse vertaling van de Bijbel.
Nu hebben in het Grieks de letters, net als de Latijnse, een getalswaarde.
Men kan dus de getallen volledig uitschrijven of aangeven door letters van het alfabet.
De cijferwaarde van ‘lateinos’ wordt dan: l = 30, a = 1, t = 300, e (epsilon) = 5, i = 10, n = 50, o = 70 en s = 200.
Samen 666.

Veel uitleggers hebben ‘met spits vernuft’ geprobeerd om historische personen zo als antichrist te bestempelen, zoals Nero, Napoleon, Mussolini, enzovoort.
Bij de naam Jezus, in het Grieks gespeld, komt men zo aan het getal 888: j = 10, e (éta) = 8, s = 200, o = 70, u = 400 en s = 200.
Kurios (Heer) wordt dan 800, Christos 1480 (8 maal 185).
Het is een voorrecht om deze oude, dode talen te kennen, maar het is zeker niet de bedoeling van de geest van God dat zijn volk zich in de laatste tijd met zulke woordpuzzels bezighoudt.

In Openbaring 17:9 wordt opnieuw op het feit gewezen dat men verstand en wijsheid nodig heeft om het mysterie van het merkteken te doorgronden.
We hebben al eerder gezien dat de geest van het occultisme, de zesde kop, de eigenlijke en blijvende kop van het beest is.
We moeten, ook in dit opzicht, Bijbelgedeelten verklaren door deze te vergelijken met andere.

Het getal zes wijst op de kracht van het occultisme, waardoor de hele macht van de antichrist met de afgrond of het rijk van de dood in verbinding staat.
Het getal dat bij het beest uit de afgrond, bij het beest uit de aarde en bij het beeld hoort, is dus het getal zes.
Wanneer gezegd wordt dat het getal ontcijferd moet worden, terwijl op hetzelfde moment het getal zeshonderdzesenzestig wordt genoemd, betekent dit dat het getal ‘verklaard’ moet worden.
Er wordt niet gezegd dat we de berekening pas kunnen maken of de verklaring ervan geven als de laatste tijd gekomen is en de antichrist zich geopenbaard heeft.
Er wordt gezegd: laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen.

Het beest hoort bij de onzichtbare wereld, maar het getal van het beest is dat van de mens.
Eenzelfde opmerking vinden we ook in Openbaring 21:17, waar staat: ‘mensenmaat, die ook engelenmaat is.’
Het getal zeshonderdzesenzestig bestrijkt dus twee sferen: de onzichtbare, geestelijke en de zichtbare, natuurlijke.
Zowel de geest van de antichrist als de antichrist en de gemeente van de antichrist zijn erbij betrokken.
In het oude verbond vinden we een voorafspiegeling of voorafschaduwing van dit beeld in het beeld van Nebukadnezar
Er valt direct op dat hier maar twee afmetingen genoemd worden: de hoogte is zestig el en de breedte zes el.

De verhouding 10:1 wijst erop dat het hier om een beeld van abnormale proporties gaat, terwijl ook daar sprake is van afschuwelijke afgoderij en gemeenschap met demonen (zie 1 Korintiërs 10:20).
Johannes gebruikt nu het getal zeshonderdzesenzestig om in de wetteloosheid nog een extra dimensie aan te brengen.
Het gaat hier niet meer om contact met demonen door middel van afgoden of afgodsbeelden, maar om directe gemeenschap met de draak en het beest langs paranormale weg.
De antichristelijke gemeente is een puur spiritualistische gemeenschap.
Haar contact met demonen loopt niet via overleden mensen of schijngoden, maar in haar heeft de menselijke geest rechtstreeks gemeenschap met de geest van de afgrond.

Daarmee imiteert deze gemeente de directe gemeenschap van de menselijke geest met Gods geest.
Deze heilige geest maakt de mens tot een heilige tempel waarin God woont.
Zo zal de geest van de antichrist zich ook (wetteloos) vestigen in de mens, in de tempel die God toebehoort.
Hij manifesteert zich hierbij door middel van wonderen en tekenen en doet zich zo voor als God.
2 Tessalonicenzen 2:4:
Hij zal alles wat Goddelijk en heilig is bestrijden en zich erboven verheffen, om in Gods tempel plaats te nemen op de troon en zich voor te doen als God zelf.